Hart stervende potvis opblazen

Hart stervende potvis opblazen
© ANP/NICO JANKOWSKI
De doodsstrijd van de overleden bultrug Johannes op De Razende Bol was aanleiding voor het ’walvisprotocol.

Stervende potvissen die aanspoelen op de Nederlandse kust moeten misschien worden opgeblazen door direct bij het hart een explosief aan te brengen. Dat staat in het vernieuwde ’walvisprotocol’ dat net is gepubliceerd. De Nederlandse methode moet nog worden uitgeprobeerd op een dode walvis voor dit officieel wordt toegestaan.

De ’leidraad stranding levende grote walvisachtigen’, zoals het walvisprotocol officieel heet, werd opgesteld na de stranding van bultrug Johannes. Dat gebeurde op 2 december 2012 op zandplaat de Razende Bol bij Texel.

De doodsstrijd van Johannes (eigenlijk Johanna, want de bultrug bleek uiteindelijk een vrouwtje) duurde honderd uur. Euthanasie met ’een spuitje’ hielp niet, wat tot grote woede leidde bij omstanders en op sociale media. De dood van Johannes werd zelfs onderzocht door een onderzoekcommissie onder leiding van Job Cohen.

,,Er werden zelfs mensen met de dood bedreigd omdat ze niets deden, terwijl er situaties zijn waarbij je niets kan doen’’, zegt walvisonderzoekster Lonneke IJsseldijk van de Universiteit Utrecht. Ze doet onderzoek naar de dood van walvisachtigen die aanspoelen op de kust.

Bij walvissen die groter zijn dan zes meter helpt een spuitje niet en kan alleen maar euthanasie worden toegepast met explosieven, zo staat in het protocol. De samenstellers gingen hiervoor te rade bij onder meer de Internationale Walvisvaart Commissie. Eerst vindt een risicoanalyse plaats om te besluiten óf het dier wel moet worden gedood.

Bloederig

In het buitenland gebeurt dat vaak met explosieven bij het spuitgat of achter het oog waarbij de explosie zorgt dat het dier direct hersendood is.

Dat is een bloederig schouwspel waardoor de methode minder geschikt wordt geacht voor drukke stranden. Daarom ontwikkelt Nederland een nieuwe methode waarbij explosieven met een holle naald direct bij het hart van het dier worden gebracht.

De dierenarts en dolfijnendeskundige die de methode bedacht, wil uit angst voor dierenactivisten niet met naam in de krant.

,,De methodes die ze in het buitenland gebruiken, zijn vreselijk grof. We ontwikkelen een methode waarbij met een holle naald 30 gram springstof wordt ingebracht. Je hoort en ziet er niets van, maar het legt door de schokgolf het hart en waarschijnlijk ook de hersenen stil.’’ De explosieven opruimingsdienst van defensie moet de klus onder supervisie van een dierenarts klaren. Er zijn proeven gedaan met runderkadavers, maar er moet nog meer worden getest.

,,Je hoopt dit natuurlijk nooit te moeten gebruiken. Maar het belangrijkste is toch om - als het echt nodig is - een dier uit zijn lijden te kunnen verlossen. Dit is ook niet iets dat je zomaar op het strand van Scheveningen zou willen doen met tientallen badgasten er om heen. Maar een dier laten lijden, is ook niet goed. Het is niet makkelijk en het zal een kwestie van durven zijn om het toe te passen. Ten tijde van Johanna waren er geen methodes en nu hebben we dat wel. Maar ik hoop dat de methode nooit wordt ingezet’’, zegt IJsseldijk.

Eigenlijk had de methode met explosieven bij het hart afgelopen december uitgetest kunnen worden op de dertien meter lange potvis die aanspoelde bij Domburg in Zeeland, maar dat is niet gebeurd. Volgens een woordvoerster van het ministerie was er in Domburg te weinig tijd om het experiment op te starten en is het wachten op een volgende. ,,Al hoop je natuurlijk dat er nooit meer een aanspoelt.''

Walvisonterend

De Texelse potviskenner Adrie Vonk vindt het nogal wat. ,,Het lijkt alsof ze worden geharpoeneerd, waarbij ook een granaat met kruit ontploft. Je moet toch niet de flarden om je oren krijgen. Ik weet nog goed dat bij Johanna de euthanasie niet hielp en dat ie nog leefde. Dat was mensonterend, wat zeg ik: walvisonterend. Misschien dat deze methode wel snel verlossing voor zo’n dier brengt, maar eigenlijk vind ik het niks. Een vijfdubbele olifantsdosis gif zou me humaner lijken.’’

Potvis heeft hier niets te zoeken

Vorig jaar spoelden ruim zeshonderd walvisachtigen aan op de Nederlandse kust. Meest bruinvissen.

Dolfijnen, bultruggen en potvissen spoelen minder vaak aan. Bultruggen foerageren hier voor de kust, maar potvissen zwemmen meestal bij Noorwegen, de Azoren en de Canarische eilanden

Bij de meeste meldingen van potvissen in de Noordzee gaat het om twee of drie exemplaren tegelijk. Het zijn meest jonge mannetjes (12 tot 18 meter lang) die de kudde verlaten. Omdat de zee hier te ondiep is voor hun sonar raken ze de weg kwijt en stranden.

Wil je niks missen van De Gooi- en Eemlander? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws