Column Joost Prinsen: Mijn 4e mei

Column Joost Prinsen: Mijn 4e mei

Morgen 4 mei houd ik me bezig met teksten. Dat heb ik eigenlijk heel mijn leven gedaan omdat ik mooi kan voordragen. Dus ik heb vanaf mijn jeugdjaren proza en poëzie staan declameren bij talloze herdenkingen op talloze plekken. Ik meng me niet in de discussie wie we nu precies moeten herdenken en hoe we dat moeten doen. Daarvoor lopen de meningen te zeer uiteen. En daarvoor heb ik te veel sprekers gehoord wier historisch besef nogal te wensen overliet.

Teksten dus. Ik herlees altijd het gedicht dat mijn vader schreef eind 1941. Het werd als nieuwjaarsvers gepubliceerd in de plaatselijke krant van Roosendaal waar hij burgemeester was. Het is geen geweldige poëzie dus ik geef hier slechts de kern. Hij vergelijkt het bewind van de Duitsers met een prentenboek ’met heel veel beeld en weinig tekst’. En eindigt met de bede tot God om onze eer en het vaderland te herstellen. Naar aanleiding van die regels werd hij afgezet en door een NSB’er vervangen. Afgezet vanwege een gedicht, daar ben ik nog steeds kinderlijk trots op.

Vorig jaar mocht ik iets voordragen bij de herdenking van de Februaristaking. Ik opende met een vers dat me na één keer lezen niet meer verlaten heeft. Het is van de Duitse theoloog Martin Niemöller (vertaling Petra Catz):

Toen ze de communisten kwamen halen/ heb ik niets gezegd/ ik was geen communist/ Toen ze de vakbondsleden kwamen halen/ heb ik niets gezegd/ ik was geen vakbondslid/ Toen ze de joden kwamen halen/ heb ik niets gezegd/ ik was geen jood/ toen ze de katholieken kwamen halen/ heb ik niets gezegd/ ik was geen katholiek/ Toen kwamen ze mij halen/ en er was niemand meer om iets te zeggen.

De slotregel komt steeds weer aan als een mokerslag.

En dan is er nog de merkwaardige verklaring die Karel van het Reve ooit in Rusland kreeg. Hij was daar correspondent voor Het Parool en zette zich in geschrift en daad erg in voor Russische dissidenten.

Op zekere dag woonde hij bij de schrijver Andrej Amalrik een bijeenkomst bij. Plotseling pakte Amalrik pen en papier en schreef:

VERKLARING

Hierbij wordt verklaard, dat Karel van het Reve, burger van Holland, van nu af aan en voor altijd ere-deelnemer is aan alle in de Sovjet-Unie plaatsgrijpende protesten, collectieve en individuele brieven, demonstraties, oproepen, manifestaties en andere activiteiten. (…….). Wordt niet vernieuwd bij verlies, dient niet als woonvergunning.

Getekend: Andrej Amalrik, Larisa Bogoraz, Pavel Litvinov. 15 augustus 1968 Moskou

De koude oorlog was in volle gang. In dat licht bezien is deze verklaring een soort Militaire Willemsorde. En een prachtig bewijs van verzet.

Dat soort teksten herlees ik graag tussen zeven en acht uur ’s avonds. Om acht uur sta ik op en ben twee minuten stil. En dan ga ik koffiezetten.

Wil je niks missen van De Gooi- en Eemlander? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws