Column Joost Prinsen:Wim

Column Joost Prinsen:Wim
„Koop Koninklijke Olie”, zei hij. Hij was Wim Sonneveld, die een eeuw geleden werd geboren. Ter gelegenheid daarvan wordt er in Amsterdam een brug naar hem genoemd.

Ik leerde hem kennen na afloop van een voorstelling in de kleedkamer van het DeLaMar theater, waarvan hij overigens mede-eigenaar was. Ik had als jong acteur juist een contract getekend voor een rol in een musical die hij regisseerde. „Help even wat spullen naar de auto te dragen. Neem jij die stretcher maar”, zei hij. Toen ik die in zijn auto zette, zei hij. „Dat ding is helemaal niet van mij hoor.” Ik dacht aanvankelijk dat hij via mij een stretcher wilde jatten. Maar later leerde ik hem beter kennen en toen pas begreep ik zijn geheime agenda. Hij had gehoopt dat we op weg naar de uitgang de toneelmeester waren tegen gekomen. Die had dan ongetwijfeld gevraagd: „Waar ga jij met die stretcher naar toe?” Dan had Sonneveld kunnen zeggen: „Dat begreep ik ook al niet. Die meneer kwam in mijn kleedkamer en pikte die stretcher mee. Ik dacht dat hij bij jou hoorde. Wie ben jij eigenlijk jongen?” Want zo’n kerel was hij.

Een schavuit eigenlijk. Bij een andere gelegenheid kwam ik scheldend het repetitielokaal binnen. Ik was op de fiets aangereden door een auto. Fiets aan diggelen, auto er vandoor. „Ik heb het nummer maar geen getuigen”, zei ik. „Niets aan de hand”, zei Sonneveld, „Ik getuig wel voor je. Zeg maar even waar het was.” Daar kwam uiteindelijk natuurlijk niets van terecht, maar het tekent hem wel.

„Koop Koninklijke Olie”, zei hij dus op zekere dag. Ik had nauwelijks geld om een boterham te kopen, maar dat was voor hem een irrelevant detail. Had ik het trouwens maar gedaan.

Wim was voortdurend bezig mensen dingen aan te raden. En daarin kon hij nogal dwingend zijn. Hij had een huis in Frankrijk en wie maar op bezoek kwam, bezwoer hij daar ook iets te kopen. Sterker: er stond een aardig pand te koop en hij had al een bezichtiging geregeld via de plaatselijke makelaar. Dan moest je sterk in je schoenen staan om te zeggen: „Wim, ik wil hier helemaal geen huis.”

Ooit trof ik hem op het Leidseplein in een broodjeszaak. Ik had net een broodje kaas besteld. „Afbestellen”, zei Wim, „hier moet je viskoekjes eten. De beste van de stad.’’ Hij wendde zich tot de verkoper: „Meneer hier wil geen broodje kaas, geef hem twee viskoekjes op mijn rekening.”

Hij was in en buiten het theater eigenlijk altijd bezig mensen en zaken met elkaar te verbinden. Dus dat er een brug naar hem genoemd wordt, is een mooi en passend eerbetoon.

Wil je niks missen van De Gooi- en Eemlander? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws