Tom de Booij, een leven lang een eigenzinnig, strijdbaar en energiek activist [video’s]

Tom de Booij, een leven lang een eigenzinnig, strijdbaar en energiek activist [video’s]

Alleen voor bergen had hij ontzag, verder voor niets en niemand. De vorige week overleden dr. Tom de Booij (93) was wars van elite en aanzien. Afkomstig uit een gegoed milieu, zette hij zich juist in voor wie het niet zo breed heeft en in de verdrukking zit. Vanuit zijn woonplaats Baarn startte ’beroepsactivist De Booij’ een bijna eindeloze rij initiatieven. Heilige huisjes, starre autoriteiten en regels, de onconventionele De Booij had er lak aan.

De koek is op, zei Tom de Booij (93) enkele dagen voor zijn dood. Waarschijnlijk nuchter, monter en strijdvaardig, zoals hij zijn hele leven al was.

Zeker in Baarn, waar De Booij sinds begin jaren zestig tot een paar jaar geleden woonde, kennen ze hem. Nog in 2010 was hij initiator van een lokale actie om de bibliotheek in het dorp te behouden, samen met onder anderen oude strijdmakker Eric van der Maal.

Diezelfde Van der Maal die begin jaren zeventig ten onrechte zes weken werd opgesloten in psychiatrisch centrum Zon en Schild, waarna een boze De Booij een actie startte voor eerherstel van zijn kompaan (met wie hij overigens kort daarop de Bond Van Wetsovertreders oprichtte). De Booij zette daarop alles op alles om toenmalig burgemeester Van Haeringen weg te krijgen. Werkgroep Opblazen Burgemeester (WOB) noemde hij het, waarbij het er vaak scherp en fel aan toeging.

Zo bekritiseerde De Booij het jaarlijkse etentje van het college met de raad na de begrotingsvergadering, ’op kosten van de gemeenschap’ in Groot Kievitsdal. Een kordon van de politie moest beletten dat hij kon vastleggen wat en hoeveel de dames en heren aten en dronken. Maar goed, Van der Maal kreeg eerherstel, de overspannen burgemeester ging vervroegd weg uit Baarn.

Als je het met De Booij aan de stok kreeg, had je het niet makkelijk. Strijdvaardig als hij was, gezegend met een scherpe geest en een haast onuitputtelijke energie. Ludiek en geestig, maar soms ook venijnig en zeer scherp, er was altijd wel iets waar hij zijn pijlen op richtte. Autoriteiten vooral, en dan vooral zij die zich star opstelden. Die in zijn ogen de menselijke maat uit het oog verloren.

Geopolitiek

De Booij gaf als 45-jarige les in geologie – liever had hij het over geopolitiek en de wereldwijde (in zijn ogen oneerlijke) verdeling van grondstoffen - toen hij zich tijdens de roemruchte Maagdenhuisbezetting in mei 1969 als een van de eerste docenten aansloot bij de studenten die meer democratisering van het onderwijs eisten.

Een paar jaar eerder was hij met zijn gezin in Amerika geweest en had daar van nabij het verzet van onder meer studenten tegen de Vietnamoorlog meegemaakt. Behorend tot de harde en onverzettelijke kern van de bezetters moest hij door politie en marechaussee naar buiten worden gesleept. Hij werd echter aanvankelijk - in tegenstelling tot de studenten - niet vervolgd.

Ook al klassenjustitie, vond hij, waarna hij erop aandrong ook berecht te worden. Hij kon daarna kiezen uit een boete of straf, en koos voor de cel - waar hij prompt in Utrecht zomer 1971 met gevangenen een werkstaking organiseerde. Zo mocht hij er met kerst 1971 geen cadeautjes uitdelen, waarna hij op Eerste Kerstdag bij toenmalig minister Dries van Agt thuis op de koffie kwam. Hij werd er hartelijk ontvangen, mocht zijn grieven over het gevangenisbeleid spuien. Hij had immers voor altijd een zwak gekregen voor de mensen die er verbleven. Ook zelf belandde hij nog wel eens in de cel.

Radicaal dwars

Dat gebeurde wanneer hij weer radicaal dwars bleef liggen, en geen genoegen nam met een compromis. „Een oude boef, maar wel een lieve boef”, aldus een van zijn kleinkinderen, terugblikkend woensdag op de uitvaart.

Het was na die lente in 1969 in elk geval gedaan met zijn carrière, een jaar later kreeg hij tegen zijn wil eervol ontslag (hij wilde oneervol) en kon hij voor de rest van zijn leven op wachtgeld. Om zich te ontpoppen tot een levenslang activist, voor de duvel niet bang. Waarschijnlijk mede dankzij zijn afkomst uit een gegoede familie uit het patriciaat (vermogende bestuurders en marinemensen) beschikte hij over een bijzonder groot zelfvertrouwen en een wat geaffecteerd accent. Des te opvallender dat hij, waar hij maar kon, de macht van de elite aanpakte, overal waar mensen naar zijn idee in de verdrukking of onvoldoende tot hun recht kwamen.

Zo stond hij als voormalig universitair docent jaren op de barricaden voor woonwagenbewoners, door hem liever ’reizigers’ genoemd. Hij organiseerde meermalen en met succes een groot verzet tegen de sluiting van het kamp Egelshoek aan de rand van Hilversum. In zijn woonplaats Baarn zette hij in de jaren zeventig een actie op voor sanitaire voorzieningen in het kampje vlak langs de Eem. Toen het college weigerde dat te regelen, zamelde De Booij in enkele dagen uitwerpselen van de bewoners daar in, om dat tegen de gevel van het gemeentehuis te smijten. Het sanitair van het kamp was daarna snel geregeld. En ook vier jaar geleden nog zocht hij de publiciteit toen hij in Den Haag insprak, om zich te verzetten tegen het woonwagenbeleid. De nacht ervoor hield hij als 88-jarige op het Spui een wake.

Op veel meer gebieden zette een strijdbare De Booij - als kind van de jaren zestig – zich in voor gelijkwaardigheid en openheid. Toen hij - vanwege zijn persoon en activiteiten - geroyeerd werd als lid van de Veluwse Golf Club, ging hij zich vanaf eind jaren zeventig inzetten voor het toegankelijker maken van de golfsport, tot dan een nogal elitaire bedoening. Hij volgde een opleiding tot golfprofessional, richtte een club op voor ’gewone mensen’ en had binnen de kortste keren honderden leden. Overal in het land propageerde hij de sport, tot in bejaardenhuizen aan toe.

,,Pa stelde alles ter discussie, maar alles was ook bespreekbaar”, aldus dochter Mariette op de levendige, onorthodoxe afscheidsdienst woensdag in Kasteel de Hooge Vuursche. „Toch een beetje om pa te plagen, dat we alsnog in een kasteel komen”, grapt zijn jongste zoon Mauk. Er klonk het Gloria van Händel, maar bijvoorbeeld ook Paint it Black van The Stones, ’omdat opa zelfs eind tachtig daarop nog zo onvermoeibaar kon dansen’.

En onvermoeibaar was hij. In de jaren vijftig ging De Booij, toen begin dertig, op expeditie naar de Andes en de Himalaya’s. Tijdens een van die beklimmingen (in 1952) stortte hij negentig meter naar beneden, om dankzij de sneeuw wonderwel ongedeerd te blijven. De top van de Nilgiri in Nepal haalde hij in 1962 tot zijn frustratie niet, omdat hij urenlang de last van een drager overnam. Hij wilde zelf ervaren hoe zwaar dat was, want zijn impulsiviteit kende geen grenzen. Maar De Booij kreeg longontsteking en moest vlak voor de top stoppen. Wel werd hij Koninklijk onderscheiden voor al zijn inspanningen voor de alpine sport. Zo stond hij onder meer aan de wieg van de Nederlandse bergsportvereniging.

Ook schreef De Booij een autobiografie van twaalf boeken, allemaal te vinden op het internet. Egoproject.nl, naar Experimenteel Geologisch Onderwijs, de afkorting die hij al in de jaren zestig voor projecten met zijn studenten gebruikte. Daar is veel meer informatie te vinden, zoals hoe de Baarnaar zich verdiepte in astrologie en daar een nieuwe term (Uranische Vijfster) introduceerde. Of hoe hij vlak na de oorlog in Blaricum als lid van de Binnenlandse Strijdkrachten de met de Duitsers heulende, steenrijke SS-er Pieter Menten met een geweer met één kogel arresteerde. En ook kritische lezingen van hem, die soms ook voor flinke opschudding bij de toehoorders zorgden.

Hebzuchtige heren

Op zijn verzoek werd woensdag een deel van een gedicht van De Booij uit 1975 voorgelezen. Met daarin de strofe: ’Ik word ziek van de hete hulpeloosheid, de wanhoop en verbijstering op de gezichten van hongerende volwassenen en kinderen. Ten bate van een handvol harteloze hebzuchtige heren (...) Ik wilde dat ik de macht had dit alles te kunnen veranderen. Want anders ben ik ook schuldig en kan dit leven beter overslaan’.

’Alles veranderen’ was wat te hoog gegrepen, maar op veel van de mensen die woensdag aanwezig waren op zijn ’uitvaartfeest’ in Kasteel Hooge Vuursche heeft hij in elk geval een onuitwisbare indruk gemaakt. Maar goed, De Booij zou ook daarom vast grimmig lachen. En dan zoals hij volgens een kleinzoon altijd bij afscheid zei: „Aju paraplu, bekijk ’t maar…”

Wil je niks missen van De Gooi- en Eemlander? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws