Donald de Marcas en Sonja Bernd’t: ’Het gaat om het grote geheel’

Donald de Marcas en Sonja Bernd’t: ’Het gaat om het grote geheel’
Een lot uit de loterij. Zo noemen Donald de Marcas en Sonja Bernd’t hun vrijstaande huis in Huizen, niet ver van de grens met Naarden. De oud-radioman en kunstenares/zangeres kochten het dertig jaar geleden en genieten nog iedere dag van de rust, en van de diepe tuin, die grenst aan het bos van het Goois Natuurreservaat. „Hoe zeggen ze dat? Ik ga hier alleen horizontaal weg”, lacht De Marcas. Deze week vieren ze hun gouden huwelijksfeest.

Op de voordeur hangt pontificaal de tekst: ’Gelooft u ook meer in het leven vóór de dood?’. „Dat is van het Humanistisch Verbond”, verduidelijkt De Marcas later in de zitkamer met uitzicht op het gazon, omzoomd door hoge bomen. „Goed is die tekst, hè?!” Zijn vrouw haakt aan, zoals de twee elkaar het hele gesprek zullen aanvullen, maar ook uitdagen, terechtwijzen en complimenteren. Zij vooral heel gevat, geestig. Hij rustig, met die unieke stem, zo beschaafd met welgekozen woorden. Die stem die jarenlang dagelijks het radionieuws bracht.

„Ben je zelf gelovig?”, vraagt Sonja Bernd’t. „Niet dat het iets uit maakt, hoor. Maar wij dénken liever zelf. Nee, wij wéten liever. Zo is het toch, Donald?” Hij knikt. „Zij weet zo ontzettend veel. Eigenlijk had ze wetenschapper, kernfysica, moeten worden. Ze leest Spektrum der Wissenschaft, dat is de Duitse uitgave van Scientific American. Dat probeert ze een beetje te snappen.”

„Ik snap lang niet alles hoor. Maar het grote geheel. Daar gaat het om. Sterrenstof. Daar, waar alles uit is ontstaan. Dat vind ik zo razend interessant. Daarom hebben we een paar jaar nadat we hier zijn komen wonen het huis ook zo genoemd: Hof van Sterrenhof.”

Stinkend vroom

Dat iemands totaal andere overtuiging voor het echtpaar geen belemmering hoeft te zijn in bijvoorbeeld een vriendschap, illustreren ze graag met het verhaal van hun vrienden Catharina en Peter Stok uit Oosterwolde: ’schatten van mensen en stinkend vroom’. „We zien elkaar regelmatig. Ze gaan naar de kerk in een dorp in de ’biblebelt’, ergens onder Kampen. Maar wat die mensen allemaal doen voor weeskinderen in Indonesië. Dat is zo fantastisch. Dat wil ik wel eens gezegd hebben. Wij geven hen af en toe wat financiële steun, al zeg ik er wel altijd bij: ’Peter, je mag het overal aan besteden, behalve aan bijbels”, zegt Donald de Marcas schaterlachend.

Nieuwsgierige mensen. Ja, zo willen ze zichzelf wel omschrijven. Alles willen ze weten over planten en dieren. „We maken makkelijk contact met dieren. Ook met mensen, hoor. Communiceren is altijd ons vak geweest. Sonja met haar optredens, haar zang met die mooie, zuivere stem van haar. En ik ook achter de piano, met mijn cabaretliedjes. En natuurlijk in mijn werk voor de radio. We hebben ons altijd open gesteld voor anderen.”

Leuk meisje

De eerste keer dat Donald Sonja ontmoet is begin jaren zestig. Hij werkt dan al bij de omroep en hoort haar zingen, „Loepzuiver.” Hij besluit even om het hoekje te gaan kijken in de muziekstudio van de VARA, waar zij een opname heeft. Leuk meisje, denkt hij. Maar het meisje is verloofd. Een paar jaar later loopt hij haar toevallig tegen het lijf in Rotterdam, waar beiden optreden op de ’artiestenbeurs’, een podium waar artiesten zich kunnen presenteren. „Ik had mijn optreden al achter de rug en was op weg naar het station toen ik een meisje zag aankomen, sjouwend met een gewone en een gitaarkoffer. Het was Sonja. Ik besloot nog even naar haar te gaan luisteren en bracht haar later naar het hotel, waar ze overnachtte. Bij het afscheid gaf ik haar een vluchtige zoen.” Sonja lacht. „Nou ja, vluchtig. Je lebberde me meteen helemaal af, bedoel je. En ik dacht: leuke jongen.”

Dat Bernd’t half-Joods is (haar vader is Joods, haar moeder is Duits, katholiek en heeft Poolse voorouders), vindt De Marcas prettig, vertelt hij. „Niet dat ik op zoek was naar een Joodse vrouw. Helemaal niet. Ik had tot die tijd altijd niet-Joodse vriendinnen gehad. Maar dat je dan toch iets gemeenschappelijks hebt, is fijn. We hebben tenslotte beiden die vreselijke rugzak van de Tweede Wereldoorlog. En wij Joden worden soms toch anders benaderd. Soms heel omslachtig: ’Bent u Israëliet’, vroeg ooit iemand aan me. Soms vijandig. Sinds die klote-oorlog is Jood een scheldwoord geworden. En dat wordt de laatste tijd verdomme alleen maar erger. Goed, negen maanden na onze ontmoeting in Rotterdam zijn we getrouwd. Iedereen dacht: die is zwanger. Dat was onzin.”

Het stel zal nooit kinderen krijgen. Bewust niet, vertellen ze. De Marcas: „Wij hebben ons laten inspireren door de Club van Rome in 1972, door het rapport Grenzen aan de Groei. Dat ging over de almaar uitdijende wereldbevolking, en daar wilden wij niet aan mee doen. Het was een heel principieel besluit. In die tijd overigens onbespreekbaar, een taboe. Soms vroegen mensen of we een hekel aan kinderen hadden. Niets is minder waar, we zijn juist dol op kinderen. Nu nog. Op warme dagen komen de buurkinderen en onze achterneefjes en -nichtjes hier heerlijk spelen. Daar genieten we van.”

Eierschaal

Voordat we aan een wandeling door de tuin beginnen, laat Sonja Bernd’t wat kunst van haar hand zien. In een vitrine staat een indrukwekkende collectie ’objecten van eierschaal’, waaraan ze jaren werkte, en waarmee ze op tal van plaatsen in Nederland en Duitsland exposeerde. Boven ligt haar collectie zelf ontworpen sieraden: uitgesproken, groot soms, en bijna tegenovergesteld aan het fijne werk met de eierschalen. „Ik ben autodidact, heb alleen mulo gedaan. Ik heb alles mezelf aangeleerd: gitaar spelen, zingen, ontwerpen”, zegt ze, terwijl ze de sieraden weer veilig afdekt tegen het felle zomerlicht.

Intussen heeft De Marcas zijn bibliotheek opgezocht, een vierkante ruimte dat uit zijn voegen barst van de boeken. De kamer draagt de naam Eldoradio. „Goede naam hè?!”, lacht hij. „Kom, heb je goede schoenen aan, dan lopen we nog even door de tuin.” Hij gaat voor over het gras, - hij noemt het ’gros’, want het is gras en mos door elkaar - richting het bos, dat ook nog allemaal bij de tuin hoort. Onder een struik ligt WitjeWitje, de kat die sinds tien jaar hun huisgenoot is. „Enig beest. We zijn er zo blij mee. En hij met ons, zo te zien.”

Weer terug in huis pakt het stel het trouwalbum er even bij, met een fotoreportage, gemaakt door het fotopersbureau Kippa. „Gratis gekregen, omdat we toen al een beetje bekend waren. Nu is dat de gewoonste zaak van de wereld, BN-ers krijgen van alles aangereikt. Toen kwam dat nog nauwelijks voor. We trouwden in het mooie raadhuis van Hilversum.”

Rugzak

Vijftig jaar geleden is het. Vijftig jaar samen op avontuur. Vijftig jaar zorgen voor elkaar. Want het is heus niet altijd makkelijk geweest, vertellen ze. Sonja, die zich jaar in jaar uit met haar broze gezondheid, zo dapper staande houdt, zegt Donald terwijl hij haar over haar rug wrijft. Ze krijgen beiden vijfendertig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, ontzettend veel last van die rugzak, van dat oorlogstrauma. „Het is net een zweer die ineens open gaat. Ik had jaren kei- en keihard gewerkt, had eigenlijk geen aandacht gehad voor wat mij, mijn ouders, mijn hele familie was overkomen. En toen kwam het ineens binnen, als een mokerslag. Ik ging drinken, keek alle documentaires, nationaal en internationaal die er waren over de oorlog. Ik kon gewoon niet meer stoppen. Ik vluchtte in mijn werk. En Sonja kon niet meer zingen, niet meer optreden. Ja, natuurlijk heeft die oorlog ons getekend. En die rugzak wordt met de jaren niet zwaarder, maar ook niet lichter. Het is niet anders. Het hoort bij ons.”

Dit zijn Donald en Sonja

Donald de Marcas (83) is geboren in Leiden. Hij en zijn ouders zijn een van de weinigen van zijn familie die de oorlog overleefden. De Marcas was hoorspelacteur, (cabaret)zanger en nieuwslezer bij het NOS Radionieuws. Hij leest al jaren een gedicht voor tijdens de 4-mei-herdenking in Huizen en werkt in juni in Vught mee aan de herdenking van de kindertransporten.

Sonja Bernd’t (77) is geboren in Amsterdam. Ze is zangeres geweest van onder meer een Joods en internationaal volksliedjesrepertoire, en kunstenares. Haar Joodse vader en haar oom (Bernard en Leo Ossedrijver) maakten de Berleo-films, amateurbeelden opgenomen in de Plantagebuurt in Amsterdam tussen 1938 en 1941.

Het stel is getrouwd op 8 september 1966.

Wil je niks missen van De Gooi- en Eemlander? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws