Slaaf van de smartphone

Slaaf van de smartphone

Gemiddeld zo’n 80 tot 221 keer per dag. Zo vaak checken we onze smartphones, blijkt uit verschillende onderzoeken. Immers, elke tien minuten kan er iets nieuws gebeurd zijn. Smartphonegebruikers zijn grootverbruikers. Vooral de sociale media blijven niet lang ongecheckt.

De kans is groot dat je zelf ook een profiel hebt. Maar liefst 9,6 miljoen Nederlanders zitten op Facebook, net iets minder dan op WhatsApp (9,8 miljoen). Instagram, Snapchat en andere socialen volgen gestaag. Als het om jongeren gaat heeft Facebook zijn top bereikt, maar onder 65+’ers is Facebook nog erg populair. De groep 80+’ers steeg in 2016 zelfs met 52 procent, ten opzichte van een jaar eerder.

Altijd verbonden zijn levert een hoop op. Uitnodigingen voor feestjes, geinige kattenplaatjes, het laatste nieuws en contact met vrienden in verre oorden. Maar de constante stroom aan nieuwe informatie zorgt er ook voor dat je kunt blijven swipen. Stel je voor dat je iets mist? Slaafs scrollen we door, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Letterlijk. Uit diverse peilingen blijkt dat het checken van social media het eerste is wat we doen na het wakker worden en het laatste voor het slapen gaan.

Dat is niet gezond. Een overdosis aan ’schermtijd’ leidt bijvoorbeeld tot slaapproblemen. En denk aan trendgevoelige pseudo-medische termen als infobesitas en FOMO (fear of missing out). Ligt verslaving op de loer?

Fruitmachines

De Amerikaanse Tristan Harris (1985) is software-ontwikkelaar en oprichter van de beweging Time Well Spent. Hij vergelijkt smartphones met gokmachines, fruitautomaten om precies te zijn. Het lijkt ook wel een beetje op elkaar: het naar beneden trekken in de hoop op drie-op-een-rij en het naar beneden swipen in afwachting van nieuwe, grappige statusupdates. Lukt het niet? Dan misschien bij de volgende swipe.

In een veelbekeken TED-talk vertelt hij hoeveel moeite hij heeft met het weerstaan van de verleiding, als hij een mailtje krijgt met de boodschap: je bent getagd in een foto op Facebook. „Ik kan het niet helpen, maar ik moet erop klikken. Vervolgens spendeer ik zo’n twintig minuten op Facebook. Ik weet dat ik dat ga doen, ik weet dat ik er geen tijd voor heb en toch doe ik het. En de volgende keer weer”, vertelt hij het publiek in Brussel.

Is Tristan Harris een aansteller met gebrek aan zelfbeheersing? Of is de scene die hij beschrijft herkenbaar? „Aan de andere kant van het scherm zitten driehonderd mensen wier taak het is ervoor te zorgen dat u zolang mogelijk blijft plakken”, zegt hij in een interview met het Vlaamse blad HUMO. Als productmanager bij Google zag hij hoe.

En daar blijken die techneuten bijzonder goed in te slagen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) onderzocht in 2015 het socialemediagebruik onder jongeren. Een op de vijf noemt zichzelf verslaafd. Vooral meisjes vinden het vreselijk als ze ergens niet online kunnen.

Verslaafd is een groot woord, weet klinisch psycholoog Mieke Zinn (Brijder Verslavingszorg). Rond de eeuwwisseling was zij een van de eersten in Nederland die zag dat sommige mensen hun internetgedrag niet onder controle kregen. Dagenlang gamen, urenlang chatten met wildvreemden, overmatig porno kijken: onder de paraplu van internetverslaving is ruimte voor talloze zogenoemde impulscontrolestoornissen.

„Als je bijvoorbeeld heel vaak met social media bezig bent, of er veel aan denkt, ook als je offline bent en als andere dingen gaan lijden onder je internetgebruik: dan wordt het problematisch”, zegt Zinn. Of al die jongens en meisjes die zichzelf verslaafd noemen ook echt aan een impulscontrolestoornis lijden is dus de vraag.

Toch vinden mensen, zoals Harris, het lastig hun socialemediagebruik te minderen. Kan het überhaupt nog, een leven zonder sociale media?

Een jaar offline

Johan van Houten (32) uit Utrecht kent het antwoord op die vraag. Hij nam vorig jaar een drastisch besluit. Een jaar lang zou hij zichzelf de toegang tot internet ontzeggen. Een paar jaar geleden ging Johan op vakantie naar Georgië. De eerste avond in het hostel ontmoette hij allerlei mensen van over de hele wereld. Ze zaten de hele avond te kletsen en te lachen. In 2015 ging hij opnieuw. Weer ontmoette hij er nieuwe mensen. Na een half uur ging iedereen naar z’n kamer, om daar met telefoon of laptop contact te houden met de buitenwereld. „In een paar jaar tijd is dat echt veranderd”, vertelt hij.

Dat merkte hij ook aan zichzelf. „Ik was zelf heel druk op internet en social media. Ik merkte dat ik het ook ging gebruiken als ik met mensen in gesprek was. Ik zag op tv een documentaire over een man die een week offline ging. Ik dacht: dit zou heel makkelijk moeten zijn. Wat die man een week doet, doe ik een jaar. Een maand later was ik offline.” Dat was 25 april 2015. Makkelijk was het niet. Voorheen eenvoudige klusjes werden een stuk lastiger. „De bank vroeg of ik gek geworden was.”

Het contact met de buitenwereld veranderde. In plaats van appen en Facebooken ging Johan ansichtkaarten sturen en bellen. „Het was af en toe wel eenzaam. Ik had iets van vijfhonderd Facebookvrienden. Die zijn in een keer weg. Er bleven zo’n twintig mensen over. In het begin vond ik dat heel vervelend, voelde ik me alleen. Maar later dacht ik: tja, die mensen sprak ik eigenlijk bijna nooit. Met die andere twintig werd het contact juist intenser.”

Zo’n detox-periode, een tijdje zonder internet in het geval van Johan, kan helpen het gedrag te veranderen, legt psycholoog Mieke Zinn uit. „Het dwingt je antwoord te geven op de vraag: wat maakt nu dat ik nu graag wil gamen, chatten of wat dan ook. Is dat verveling? Of iets anders? Daar kun je actie op ondernemen.”

Focus bepalen

Wie niet zelf de discipline heeft zijn telefoon een tijdje weg te leggen kan terecht bij een aantal bedrijfjes. Zoals ’1 dag offline’, van onderneemster Anna van Oenen. Op zo’n dag offline lever je je telefoon en laptop in en krijg je een box met opdrachten mee. Klinkt eenvoudig, maar het vraagt veel van deelnemers. Naast zelfreflectie zijn die opdrachten bedoeld om cursisten bezig te houden, af te leiden van hun smartphone. „We hebben het gevoel direct te moeten reageren op mails, appjes, sms’jes”, vertelt Van Loenen. „Nu is de tijd gekomen om opnieuw focus te bepalen. Er komt heel veel op ons af via sociale media. Het wordt belangrijk om te beslissen welke informatie we tot ons nemen, wanneer en op welke manier.”

Johan van Houten is inmiddels ruim een half jaar online. Hij verheugde zich weken daarvoor al op het moment opnieuw verbonden te zijn met het internet. „De eerste post die ik tegenkwam op Facebook was een trouwfoto van mensen die ik niet ken. Waarom kijk ik hier naar?, vroeg ik me af.”

Zijn detoxperiode maakte hem een ’gelukkiger’ mens. Niet dat hij ongelukkig was, maar nu zit hij lekkerder in zijn vel. Een gevoel dat hij met zijn bedrijf Digiminderen met anderen wil delen. Zoals Johan twee jaar geleden omging met zijn telefoon en het internet: dat komt niet meer terug. „Ik gebruik het nu weer, maar bewuster. Ik laat me niet meer opjagen.”

Sam Trompert

Wil je niks missen van De Gooi- en Eemlander? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws