Als ons ziekenhuis talentvolle mensen de deur uit laat lopen, welke toekomst heeft het dan? | column

Maaike van der Plas

Het is een borrel met een zwart randje. Een feest met een vleugje van de sfeer die ook op begrafenissen hangt waar men heeft besloten toch vooral het leven te vieren. Hoewel het een heugelijke gelegenheid lijkt wanneer een arts-assistent na minimaal zes jaar de opleiding tot neuroloog heeft voltooid, is de werkelijkheid soms anders.

Het afronden van de opleiding betekent namelijk ook dat de kersverse specialist plotseling een baan moet gaan zoeken. Af en toe gaat dat soepel en sluit de nieuwe carrière naadloos aan op het vertrek. Maar van de arts die nu het middelpunt van de festiviteiten is, wilden we helemaal geen afscheid nemen. Ze is de afgelopen twee jaar moeiteloos van ouderejaars naar supervisor gegaan en wordt in die rol unaniem als grote aanwinst ervaren. Er is in ons ziekenhuis behoefte aan en plek voor haar. Alleen het geld ontbreekt.

Het lot van de ’jonge klaren’ (zoals de kersverse medisch specialisten worden genoemd) wordt de laatste jaren steeds ingewikkelder. Het is al niet makkelijk om halverwege of eind dertig te zijn en na het afronden van de opleiding ineens op straat te staan, maar als er dan nergens anders een baan te vinden blijkt, is het een regelrechte ramp. Steeds vaker gaan deze jonge klaren van tijdelijk contract naar tijdelijk contract in de hoop ergens een vaste aanstelling te bemachtigen. Ze verhuizen meermaals en moeten vaak hun partner en gezin door het land met zich meeslepen.

Omdat er vanaf 2012 een aantal jaar structureel te veel specialisten zijn opgeleid, is er nu voor een aantal vakgebieden een gebrek aan vacatures. Veel ziekenhuizen moeten bezuinigen en artsen in maatschappen zien hun eigen salarissen omlaag gaan op het moment dat ze jonge collega’s toevoegen aan de groep. Binnen sommige specialismen is de situatie zodanig dramatisch dat mensen uitwijken naar het buitenland of zich laten omscholen om toch ergens aan de bak te komen.

De collega die wordt gedwongen uit onze organisatie te vertrekken, ondergaat gelukkig niet zo’n dramatisch lot. Ze blijft werkzaam als neuroloog, maar niet in het academische ziekenhuis waar haar wortels liggen, waar ze wetenschappelijk onderzoek doet, en waar ze zo naadloos in het team past. In plaats daarvan neemt ze haar dijk van een cv en zeer specifieke vasculaire expertise mee naar een perifeer ziekenhuis in de buurt van haar woonplaats.

De arbeidsvoorwaarden zijn er beter, de reistijd is minder en ze zal er nieuwe vaardigheden leren, maar dat neemt de pijn van haar afscheid niet weg. Ook voor ons als achterblijvers biedt het geen troost. Als zíj al niet mag blijven, wie dan wel? En als ons ziekenhuis vrijwillig dit soort talentvolle mensen de deur uit laat lopen, welke toekomst heeft het dan?

Op de afscheidsborrel lijkt het alsof er alleen maar verliezers zijn. Maar als ik aan het eind van de avond naar huis fiets, bedenk ik me dat dat strikt genomen niet waar is. De mensen die de komende tijd in de buurt van Rotterdam een hernia krijgen, hebben nu de kans om deze spectaculaire neuroloog te ontmoeten. En hoewel ik natuurlijk niemand een dergelijke aandoening toewens, is een plekje op haar spreekuur echt een privilege.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.