Meer stikstofreductie dan nodig in kabinetsplannen, zegt stikstofprofessor Jan Willem Erisman

De stikstofkaart van de minister is te gedetailleerd.

De stikstofkaart van de minister is te gedetailleerd.© ANP

Annet van Aarsen
Leiden

Doe niet meer dan nodig is, zegt stikstofprofessor Jan Willem Erisman (Universiteit Leiden). De natuur gaat hem aan het hart maar de stikstofreducties die minister Christianne van der Wal de boeren wil opleggen, zijn onnodig hoog.

Als adviseur zat Erisman, hoogleraar Milieu en Duurzaamheid, afgelopen maanden aan tafel op het ministerie. Nu vertelt hij openhartig welke adviezen niet zijn overgenomen. Erisman is tégen de uiterst gedetailleerde kaart die de stikstofminister een week geleden bij haar startnotitie voor het Nationaal Programma Landelijk Gebied presenteerde.

(Tekst loopt door onder de foto)

Stikstof professor Jan Willem Erisman.

Stikstof professor Jan Willem Erisman.© Taco van der Eb

Op die kaart is zo ongeveer per bedrijf te zien hoeveel stikstof de boer moet reduceren. Onder andere de Waddeneilanden, de Hollandse Kuststreek en de Veluwe krijgen te maken met reductieopgaven van 70 tot 95 procent. In veenweidegebied zoals het Groene Hart 47 procent. En in de Gelderse Vallei 58 procent.

,,Zo’n moeilijke boodschap brengen, kun je als minister nooit goed doen. Een beetje hetzelfde als met een door omstandigheden noodzakelijke ontslagronde: iedereen begrijpt dat er gesneden moet worden. Maar als dan je ontslag wordt aangezegd, dan is het mis’’, zegt Erisman: ,,In dit geval echter: die kaart is veel te gedetailleerd. Wij hadden voorgesteld om per gebied een opgave te presenteren. Het geeft boeren in zo’n gebied gezamenlijk de mogelijkheid om met een oplossing te komen. Het idee: Als de ene boer wil stoppen, hoeft de andere misschien niet 70 procent maar minder te reduceren.’’

Verschillen

Er zijn opmerkelijke verschillen tussen het stikstofplan van het kabinet en het door de overheid gefinancierde advies ’Naar een ontspannen Nederland’ dat Erisman krap een jaar geleden met landschapsarchitect Berno Strootman presenteerde. De twee berekenden de benodigde emissiereducties om 75 procent van de Natura 2000-hectaren te beschermen. De totale benodigde emissiereductie voor agrarische bedrijven ligt volgens de twee - afhankelijk van (politieke) keuzes - tussen de 21 en 26 procent in plaats van de gekozen 40 procent. Al merken ze daarbij op dat het relatief sterk beperken van de emissie in een beperkt aantal kilometer vaken het meest efficiënt is. Ze hadden het bijvoorbeeld over 50 procent stikstofreductie in het Groene Hart, ongeveer gelijk aan het voorstel van de minister.

In het algemeen zegt Erisman: ,,Met minder reductie dan nu op tafel ligt, kun je de doelen ook halen. Ik probeer partijen bij elkaar te krijgen vanuit kennis en feiten maar in dit opzicht heeft de regering onze adviezen niet gevolgd. Ik snap wat er gebeurd is. Natuurorganisaties zeggen: neem het zekere voor het onzekere en doe méér.’’

Alles grijpt in elkaar. Naast de stikstofproblematiek trekken andere donkere wolken over, problemen waar een oplossing voor moet worden gevonden. Bodemdaling in veenweidegebied (en CO2-uitstoot), verzilting, verdroging, en de slechte kwaliteit van het Nederlands oppervlaktewater, dat in de verste verte niet aan de Europese Kaderrichtlijn Water voldoet. Het grijpt allemaal in elkaar, vraagt om een integrale aanpak. Maar de problemen worden te vaak los van elkaar bekeken.

Koplopers

Een gemis aan de startnotitie is volgens Erisman dat perspectief voor de boeren erin ontbreekt. ,,Wat doe je met koplopers? En wat als mensen stoppen? Wat gebeurt er met die grond? Perspectief zou ook moeten betekenen: duidelijkheid voor boeren voor de lange termijn. En bedrijfsbegeleiding, tot welke instrumenten hebben ze toegang? Vervolgens is er niet alleen perspectief nodig voor de boeren, maar ook voor de hele agroketen erachter. Het komt te weinig terug in de discussie.’’

Systeemverandering

Erisman krijgt in dat opzicht bijval van milieuorganisatie Greenpeace. ,,Ik mis in het stikstofplan van de minister het wenkend perspectief’’, zegt Hilde Anna de Vries, campagneleider duurzame landbouw. ,,Er is een systeemverandering nodig. Het adagium is veel te lang ’meer produceren’ geweest. Maar het plan dat er nu ligt, is te weinig een routekaart naar de oplossing.’’

Ook De Vries zegt dat de keten een bijdrage moet leveren en dat die niet vrijblijvend kan zijn. ,,In het huidige voedselsysteem hebben we een handjevol machtige partijen, die veel te verliezen hebben bij een omslag. Ik heb het bijvoorbeeld over ketenspelers als banken en retail. Die retail zal echt een eerlijke prijs moeten gaan betalen voor een duurzaam product. En de macht moet meer in handen komen van de boer en de consument.’’

Ze vindt dat landbouw onderdeel van de oplossing voor natuur- en klimaatproblematiek kan zijn. ,,Maar ik snap ook dat boeren behoorlijk gefrustreerd raken. Maar de pleister moet er een keer worden afgetrokken, er zal nu gehandeld moeten worden. Het is inmiddels drie jaar na de stikstofuitspraak en nu pas liggen er richtinggevende doelen. Die hadden er eerder moeten zijn en beter ingevuld. Met een toekomstperspectief voor de boeren: ecologische landbouw, minder dieren, zoveel mogelijk boeren en een goed verdienmodel.’’

Meer nieuws uit Uitgelicht

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.