Reden vrijspraak Vincent Wevers is schoffering van oud-turnsters. Sportrechtspraak overspeelt zijn hand | opinie

Vincent Wevers, vrijgesproken van grensoverschrijdend gedrag vanwege gebrekkig onderzoek.© Foto ANP

Marco Knippen

Niet zozeer de vrijspraak van turncoach Vincent Wevers voor grensoverschrijdend gedrag maar de afwegingen die tot de opvallende tuchtuitspraak van het Instituut Sportrechtspraak (ISR) leidden, geven te denken. Het is een schoffering van de oud-turnsters die een melding deden en roept de vraag op: kan het ISR in deze constellatie blijven voortbestaan?

Vincent Wevers begeleidde Sanne Wevers tijdens de Spelen in 2016 in Rio de Janeiro naar olympisch goud op de balk. Zijn dochter was de eerste Nederlandse vrouw die olympisch turnkampioen werd, vier jaar nadat Epke Zonderland in Londen op de rekstok bij de mannen voor die historische primeur tekende. Het leverde haar de eretitel Sportvrouw van het Jaar op, terwijl hij tot Sportcoach van het Jaar werd uitgeroepen. Loftuitingen vielen hem destijds ten deel.

Vier jaar na dato kwam Wevers daarentegen in de beklaagdenbank terecht. Hij werd beticht van fysiek, verbaal en psychisch geweld, tijdens de mediastorm die ontstond nadat collega-trainer Gerrit Beltman in een interview in deze krant bekende decennialang over de schreef te zijn gegaan en aangaf dat ook anderen stelselmatig wangedrag hadden vertoond.

Geen strafoplegging

Vanaf dat moment werd het niet meer stil rond zijn persoon. Wevers, toen bondstrainer, werd door de Nederlandse gymnastiekunie (KNGU) vijf weken op non-actief gezet. Net als overigens bondscoach Gerben Wiersma, die eerder wél door het ISR schuldig is bevonden maar geen strafoplegging kreeg. Uit een gezamenlijke reconstructie van deze krant en NRC werd vervolgens duidelijk dat Wevers eind 2012 vanwege grensoverschrijdend gedrag bij de club TON, een voormalig bondssteunpunt, was ontslagen (en daarna doodleuk in dienst trad bij de bond). Kreeg hij een berisping van de KNGU omdat hij tegen de afspraken in contact had gezocht met twee ex-turnsters die zich over hem hadden beklaagd. Haalde hij bakzeil bij het gerechtshof in zijn poging om als coach, na door de bond te zijn gepasseerd, vorige zomer alsnog naar de Olympische Spelen in Tokio te worden afgevaardigd. En zag hij zijn aflopende arbeidscontract afgelopen najaar niet verlengd omdat de KNGU niet langer met hem geassocieerd wilde worden.

Zorgvuldigheid

Die optelsom van voorvallen maakt dat Wevers symbool is komen te staan voor alles wat in het vrouwenturnen misging. Met grote belangstelling werd dan ook naar de uitkomst van zijn tuchtzaak gekeken. Alleen al daarom zou je verwachten dat (procedurele) zorgvuldigheid de boventoon zou hebben gevoerd. Niets is minder waar gebleken.

In vernietigende bewoordingen fileerde de tuchtcommissie de handelwijze van de onderzoekscommissie. „Niet, althans onvoldoende is gebleken dat de onderzoekscommissie, c.q. aanklager, een onderzoek heeft ingesteld naar de juistheid, het waarheidsgehalte, de gegrondheid en de verwijtbaarheid van de meldingen”, stelt het driemanschap. Verder worden ’de (gespreksverslagen van de) interviews van onvoldoende kwaliteit bevonden’ (waardoor een aantal meldingen niet werd meegewogen), is ’onduidelijk of op relevante punten (bijvoorbeeld met betrekking tot tijd en plaats) voldoende is doorgevraagd’ en moet ’de inhoud van het onderzoeksdossier, waarop de aangifte is gebaseerd, als kwalitatief onvoldoende worden aangemerkt’.

Desondanks concludeert de tuchtcommissie dat ’een zeker beeld is ontstaan van bepaalde door beklaagde veroorzaakte misstanden’, om vervolgens toch tot vrijspraak te komen. Dat laatste schuurt, op zijn zachtst gezegd. Met de beslissing om zo’n oordeel zonder inhoudelijke beoordeling te vellen, is niet alleen voorbijgegaan aan de ernst van de aantijgingen maar ook aan de mogelijke gevolgen: voor slachtoffers in ’dossier turnmisbruik’ en aanverwante zaken is de drempel om zich bij het ISR te melden er groter op geworden. Dat verhoogt het risico op een hernieuwde angst- en zwijgcultuur, en bemoeilijkt de kans om met het excessieve verleden af te rekenen.

Logischer (lees: noodzakelijk) was het geweest dat de tuchtcommissie de opeenstapeling van fouten had aangegrepen om écht de vinger op de zere plek te leggen: door de aanklager vanwege ernstige vormfouten niet-ontvankelijk te verklaren, was duidelijk geworden dat eerst een interne professionaliseringsslag gemaakt dient te worden en was zowel respect naar de melders als beklaagde getoond. Want het tuchtrecht mag dan hebben gesproken, het recht heeft slechts een pijnlijk verlies geleden.

Failliet

Betekent dit vonnis het failliet van de tuchtrechtspraak rondom (seksueel) grensoverschrijdend gedrag? Dat zal moeten blijken in het vervolg, nu zowel de aanklager als de KNGU in beroep gaat. Al moet serieus worden afgevraagd of het wel tot een voortzetting moet komen: het beschadigende effect van dit geblunder (nota bene door vele melders telkens aangestipt) is zo groot dat voortmodderen alleen maar tot (her)traumatisering leidt én mogelijk nieuwe slachtoffers maakt, aangezien er nog zo’n twintig vergelijkbare zaken op de rol staan.

Wetende dat het ISR-onderzoek niet op forensische wijze gebeurt maar uit slechts gesprekken zonder vastomlijnde kaders bestaat, is het wellicht beter om de stekker eruit te trekken. Juist ook omdat dan ruimte ontstaat voor een ándere discussie: hoort kindermishandeling in de sport niet per definitie in het strafrecht thuis, waarbij het openbaar ministerie in dit wijdverbreide sportdossier nadrukkelijk het voortouw dient te nemen?

Dossier turnmisbruik

Marco Knippen, de sport- en onderzoeksredacteur van deze krant die zich de afgelopen twee jaar in het ’dossier turnmisbruik’ heeft vastgebeten, vraagt zich af of het Instituut Sportrechtspraak (ISR) wel de aangewezen instantie is om meldingen rond (seksueel) grensoverschrijdend gedrag te behandelen.

Meer nieuws uit Sport