Als de helft niet kiest, is de gemeenteraad dan nog gekozen?

Jannie Schipper
Amsterdam

De historisch lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen is géén teken van dalend vertrouwen in de politiek, zeggen analisten. Het probleem is dat mensen nog steeds denken dat Den Haag alles bepaalt.

De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen was dit jaar met 50,9 procent lager dan ooit. In negen van de tien gemeenten was de opkomst nog lager dan bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2018, toen nog op 54,1 procent van de kiezers opkwam. Er waren uitschieters naar beneden, zoals Rotterdam (38,9 procent) en Almere (39,9 procent). De opkomst bij lokale verkiezingen daalt al sinds de afschaffing van de opkomstplicht in 1970 gestaag.

Nee, dat ligt niet aan het dalende vertrouwen in de politiek, zoals vaak wordt geroepen. Het klopt dat afhakers vaak minder vertrouwen in de politiek hebben, maar dat vertrouwen is niet gestaag aan het dalen. Het is nu lager dan in 2020, toen er een piek was, maar het kiezersvertrouwen schommelt volgens onderzoeken periodiek. Bovendien: als vertrouwen de doorslaggevende factor zou zijn voor de opkomst, zouden de gemeenteraadsverkiezingen juist méér mensen moeten trekken dan de Tweede-Kamerverkiezingen. Het vertrouwen in de lokale politiek ligt namelijk juist een stuk hoger dan in de landelijke politiek, blijkt uit onderzoek. Het omgekeerde is het geval. Bij de landelijke verkiezingen is de opkomst standaard veel hoger dan bij de gemeenteraadsverkiezingen.

Een belangrijkere graadmeter voor de opkomst is interesse, of beter gezegd, gebrek aan interesse. De gemeenteraadsverkiezingen zijn in Nederland ’tweederangsverkiezingen’, zegt socioloog Giedo Jansen, die met een collega een onderzoek leidde naar het gedrag van kiezers bij de verkiezingen in 2018. De gemeente mag dan op het oog dichter bij de mensen staan, in de beleving van burgers beslist ’Den Haag’ uiteindelijk over alles. Dat ligt niet alleen aan die burger. Gemeenteraadsverkiezingen krijgen structureel minder aandacht van media en van partijen zelf. Dat dit keer de opkomst voor de gemeenteraadsverkiezingen nóg iets lager ligt dan in voorgaande jaren, komt wellicht doordat de aandacht nóg iets minder was. De oorlog in Oekraïne en de daaraan voorafgaande spanningen, eisten alle aandacht op. Landelijke politici lieten zich nauwelijks zien in de campagne. „Als onze leiders laten zien te druk te zijn voor verkiezingen wat moeten kiezers dan denken?”, vroeg voormalig VVD-campagnemaker Mark Thiessen retorisch op sociale media.

Liever thuis

Wat ook uitmaakt, is of mensen het idee hebben dat er iets te kiezen valt. Uit een in opdracht van de NOS uitgevoerd IPSOS-onderzoek bleek dat 32 procent van de niet-stemmers voorafgaand aan deze verkiezingen niet wist welke partij te kiezen, tegen 15 procent in 2018. „Op lokaal niveau zien mensen minder verschil tussen de partijen”, zegt politicologe Josje Den Ridder, die voor het Sociaal en Cultureel Planbureau al jaren onderzoek doet naar de houding van burgers tegenover samenleving en politiek. „Mensen volgen relatief weinig het lokale nieuws, en door het grote landelijke nieuws hebben ze nu wellicht nog minder meegekregen van wat er lokaal speelt. Als kiezers niet het idee hebben dat ze een weloverwogen keuze kunnen maken, blijven ze liever thuis.”

Lees ook: Blog Den Ridder en collega-onderzoeker Paul Dekker over de lage opkomst

Bij de keuze wel of niet te gaan stemmen, spelen nog talloze andere factoren mee, van de grootte van de gemeente – waar mensen elkaar kennen, hebben ze eerder de neiging te gaan stemmen - , tot opleidingsniveau en of het regent of niet. Pogingen om de opkomst te verhogen halen weinig uit. Deze keer konden mensen verspreid over drie dagen stemmen, maar verreweg de meesten gingen toch op de laatste dag. „Het is altijd goed om het toegankelijker te maken”, zegt Den Ridder, „maar dat is niet de doorslaggevende factor.” Meer directe democratie dan maar? Referenda, inspraakavonden, meer burgers in commissies? Dat klinkt nobel, maar ook dat werkt volgens onderzoek niet: over het algemeen trekken dit soort initiatieven dezelfde mensen die toch ook al gingen stemmen. „De kloof tussen mensen die wel en niet deelnemen aan het politieke proces, wordt daarmee eerder vergroot dan verkleind”, zegt Jansen.

Zwak mandaat

Nu nog maar net de helft van de kiesgerechtigden is gaan stemmen, staan we volgens Jansen „op een punt waar we de discussie moeten gaan voeren over het mandaat.” Hij vindt het te ver gaan om van een gebrek aan legitimiteit te spreken, maar noemt vijftig procent wel ’een doorslaggevend getal’. „In de politiek gaat het altijd over de meerderheid”, zegt hij. „Als een gemeenteraad niet meer het mandaat heeft van de meerderheid van de kiesgerechtigden, kan ik me voorstellen dat men wat zenuwachtiger wordt.”

Den Ridder wijst op nog een probleem. „Het idee van een representatieve democratie is dat als iedereen gaat stemmen, iedereen wordt vertegenwoordigd. Als die niet-stemmers nou gelijkelijk verdeeld waren over alle groepen, kon je nog zeggen: jammer maar helaas. Maar het is een selectief niet-stemmen.” Keer op keer blijkt dat jongeren, mensen met een lager inkomen, mensen met een migratie-achtergrond enzovoorts minder gaan stemmen. „Daardoor worden die groepen ook minder gehoord”, zegt Den Ridder. „Een lage, selectieve opkomst gaat in tegen het democratische idee dat alle belangen worden meegewogen.”

Lees ook: In bijna iedere gemeente was de opkomst lager, maar in Edam-Volendam werd meer gestemd ’Oekraïne speelt een rol, net zoals lokale thema’s

Meer nieuws uit Uitgelicht

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.