De wethouder wankelt. Vier van de tien bezwijken door verharde bestuurscultuur en racunepolitiek. Dat kost gemeenten vele tientallen miljoenen aan wachtgeld

Het college van Bergen van 2018. Vanaf links: Houtenbos, burgemeester Hafkamp, Westerkamp, Koster, Van den Busken. Daar bleef alleen Hafkamp van over. Alle vier wethouders sneuvelden.

Het college van Bergen van 2018. Vanaf links: Houtenbos, burgemeester Hafkamp, Westerkamp, Koster, Van den Busken. Daar bleef alleen Hafkamp van over. Alle vier wethouders sneuvelden.

Fred Hoogendoorn en ReportersNL

De afgelopen acht jaar moesten 457 wethouders om politieke redenen opstappen. Daarnaast haakten 211 wethouders af om persoonlijke of gezondheidsredenen. De harde bestuurscultuur eist zijn tol, zeggen betrokkenen. De vele gesneuvelde wethouders kosten de gemeenten bij elkaar tientallen miljoenen euro’s per jaar aan wachtgeld.

Dat blijkt uit onderzoek van onderzoeksplatform ReportersNL, samen met studenten van de Universiteit van Amsterdam en deze krant.

Gemiddeld maken vier op de tien wethouders die een raadsperiode beginnen de termijn van vier jaar niet af. Het politiek-bestuurlijke klimaat lijkt de grote boosdoener te zijn, zegt Henk Bouwmans, directeur van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. Hij schreef het boek ’Valkuilen voor wethouders’ en houdt sinds 2002 het aantal afgetreden wethouders bij.

(Tekst gaat door onder de afbeelding)

Volgens Bouwmans speelt de verharding van de samenleving, waar ook bedreigingen bij horen, een rol bij het toenemend aftreden om gezondheidsredenen.

Wethouderskerkhof

Zandvoort is zo’n gemeente die heeft te maken met een verharde bestuurscultuur. De badplaats is een wethouderskerkhof. Er moesten de afgelopen acht jaar zeven wethouders vertrekken. Daarmee staat Zandvoort na Meerssen (elf wethouders in acht jaar) en IJsselstein (acht wethouders) landelijk gezien op de derde plaats.

Lees ook: In Zandvoort sneuvelden zeven wethouders in acht jaar tijd. De gemeente is 6 ton kwijt aan wachtgeld. ’Het spel rondom de watertoren is niet zuiver gespeeld’

In opdracht van de gemeenteraad onderzocht organisatieadviesbureau Berenschot de bestuurscultuur van Zandvoort. Dat leverde een alarmerend rapport op. De onderzoekers concludeerden dat er een vechtcultuur in de raad heerst waar ’discussies niet alleen op de partijpolitieke standpunten gevoerd worden, maar ook persoonlijk worden gemaakt’.

Martijn Hendriks, fractievoorzitter van de Zandvoortse VVD, beaamt de stevige cultuur in de gemeenteraad. „Er is een strakke scheiding tussen coalitie- en oppositiepartijen. Afwegingen gaan meer over van wie het komt dan over de inhoud.”

In de gemeente Bergen worden soortgelijke geluiden gehoord. Daar sneuvelden alle vier wethouders van het college uit 2018. De cocktail van ’grote ego’s en korte lontjes’ in de Bergense politiek wordt door menigeen als de oorzaak gezien.

Lees ook: Het wethouderskerkhof kost Bergen in vier jaar tijd een half miljoen aan wachtgeld. Politiek van grote ego’s en korte lontjes. ’Narcistische eigenwijze zeurpieten’

’Openstaande politieke rekeningen’, oftewel ’rancunepolitiek’ of ’arfrekencultuur’, zijn niet zelden de onderliggende motieven om een wethouder ten val te brengen. In kleine gemeenten, onder de 30.000 inwoners, treden wethouders relatief vaker af om een vertrouwens- of coalitiebreuk dan in grote gemeenten. Bij grotere gemeenten treden wethouders juist relatief vaker af vanwege uit de hand gelopen financiële projecten. Bouwmans. „In kleine gemeenten heerst veel meer dat politieke gevecht.”

Het vak van wethouder is er de afgelopen jaren niet makkelijker op geworden, stelt de Wethoudersvereniging. „Het afbreukrisico van het wethouderschap is behoorlijk toegenomen”, zegt directeur Jeroen van Gool. „Het aantal afgetreden wethouders is stabiel hoog, dat is opmerkelijk.” Volgens de Wethoudersvereniging ligt dat aan het gebrek aan geld bij gemeenten en alle nieuwe taken die sinds de decentralisatie in 2015 op het bord van de wethouder zijn gekomen.

Taken overgenomen

De gemeente heeft sindsdien veel nieuwe zorgtaken overgenomen van de rijksoverheid. Maar er is te weinig nagedacht over de werkdruk die dat met zich meebrengt, zo stelt de Wethoudervereniging. „Die werkdruk is een belangrijke factor in het aantal afgetreden wethouders”, zegt Van Gool. Bovendien hebben gemeenten het financieel zwaar met de nieuwe zorgtaken. Omdat de decentralisatie gepaard ging met een bezuiniging, hebben veel gemeenten ergens anders geld vandaan moeten halen om de financiële gaten te vullen.

(Tekst gaat door onder de afbeelding)

„Als je dan als gemeente bepaalde ambities hebt, maar daar niet het geld bij krijgt, dan gaat de schoen ergens wringen. En dat leidt vaak tot het aftreden van wethouders”, zegt Van Gool.

Meer wethouders

De Wethoudersvereniging pleit voor het loslaten van het wettelijk maximumaantal wethouders. „De werkdruk voor wethouders is sterk toegenomen door extra taken die vanuit het Rijk naar gemeenten zijn overgeheveld. Dit heeft een sterke groei veroorzaakt van het aantal wethouders dat vanwege gezondheidsklachten en burn-out zijn ambt neerlegt”, constateert Van Gool. Daarom pleit hij zondagavond in het onderzoeksprogramma ’Pointer Radio’ (KRO-NCRV) voor het wettelijk verhogen van het aantal te benoemen wethouders.

Nu is het aantal wethouders begrensd en gekoppeld aan het aantal raadsleden. Het maximale aantal wethouders is 20 procent van het aantal raadsleden, met een uitloop naar 25 procent als ook deeltijdwethouders worden aangesteld. Van Gool wil dat gemeenteraden de vrijheid krijgen om zelf het aantal wethouders te bepalen.

Hoe werkt wachtgeld?

De wachtgeldregeling voor wethouders is een bescherming voor het ambt. Een wethouder kan van de ene op de andere dag op straat komen te staan en heeft dan niet meteen een nieuwe baan. Een wethouder heeft recht op wachtgeld als deze wordt weggestuurd, niet terugkeert na de verkiezingen of in een nieuw college niet wordt herbenoemd.

De hoogte van de ontslaguitkering bedraagt het eerste jaar 80 procent en de rest van de uitkeringsduur 70 procent van het laatstgenoten inkomen. Een wethouder die drie maanden werkte, krijgt zes maanden wachtgeld. Tussen drie maanden en twee jaar volgt twee jaar wachtgeld. Heeft de wethouder langer dan twee jaar gewerkt, dan ontvangt deze drie jaar en twee maanden wachtgeld.

Als de wethouder tijdens de wachtgeldperiode een andere baan aanvaardt, vervalt het wachtgeld. Tenzij de inkomsten lager zijn, dan wordt het inkomen aangevuld tot wachtgeldniveau. Een afgetreden wethouder heeft net als iedereen met een uitkering sollicitatieplicht.

Onderzoek

Dit onderzoek is tot stand gekomen in samenwerking met drie masterstudenten Journalistiek van de Universiteit van Amsterdam (UvA), die op basis van cijfers van De Collegetafel, de overheid en regionale media een dataset hebben samengesteld. Aan dit ReportersNL-onderzoek werkten deze krant, dagblad Tubantia en het Dagblad van het Noorden mee.

Meer nieuws uit Gooi en Eemland

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.