Waarom raken draden altijd in de war, ook als je ze netjes hebt opgeruimd? | column

Bert-Jan van Oel

Van de week was het weer eens zover. Ik trok mijn laptop tevoorschijn uit mijn tas en ging daarna op zoek naar de bijbehorende elektriciteitskabel en mijn muis. Ik berg deze twee noodzakelijke toebehoren altijd tamelijk netjes op, soms in gescheiden vakjes van die tas.

Maar natuurlijk zaten de snoeren weer als een bal in elkaar gewikkeld. Het was, net als wanneer je een knoop in je veter hebt, weer een hele puzzel om het zwarte muissnoertje los te peuteren uit de witte kluwen elektriciteitsdraad.

Behalve dat ik er doorgaans nogal geïrriteerd van raak, komt ook telkens weer dezelfde vraag bij me boven. En die luidt: wat gebeurt er toch in die tas als ik niet kijk? Ik weet niet of de jaarlijkse wetenschapsquiz van de VPRO nog bestaat, maar het lijkt me een goede vraag. Misschien bestaat er een natuurkundige wet die ik niet ken: waar twee aparte snoeren samenkomen in één compartiment ontstaat letterlijk verwarring. Uitgevonden door Elbert Smith in 1911 en hij kreeg er bijna de Nobelprijs voor. Zoiets.

Ik neem aan dat deze bedrading een eigen leven leidt. Dat de snoeren een eigen willetje hebben en op zoek gaan naar contact, binnen mijn tas. Levende organismen blijken te zijn, geplastificeerde regenwormen.

Hetzelfde geldt, en daar gaat u, lezer, al heel snel weer achter komen, voor de kerstverlichting. Ach, mijn arme vader. Elk jaar borg hij de lampjes en het groene snoer in januari keurig in de kerstverlichtingsdoos, elk lichtje in zijn eigen vakje en de draad keurig in het gelid. Om vervolgens elf maanden later de doos te openen en ontzet te roepen: ’Verdorie, hoe kán dat nou?’

En dan komt er altijd de vrouw in beeld, de moeder, de echtgenote, de vriendin. Die zorgvuldig de knoop ontwart. Ik wens u allemaal straks veel plezier bij het optuigen van de kerstboom.

Meer nieuws uit Gooi en Eemland

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.