Het beeld van wie je dochter is, houden moeders graag intact | column

1 / 2
Nhung Dam

Ik zou mijn moeder ophalen van het station voor een weekendje Amsterdam. „Gezellig”, appte ze vanuit de trein, „Ik heb een hele kip bij me. Voor je favoriete soep.”

Mijn eerste reactie was irritatie en ergernis. Alsof er in Amsterdam geen kip te verkrijgen was. Maar ook: Ik zag ons al met een kadaver in haar rolkoffertje over de grachten slenteren, winkel in, winkel uit, en dat nog los van het feit dat ik geen vlees meer eet.

Ze heeft geen idee wie ik vandaag de dag ben, dacht ik sip. Bij aankomst riep ze opgewekt dat er ook een hele broccoli en een zak gedroogde inktvis in de koffer zaten. Met moeite wist ik haar mee te nemen naar een lunchrestaurant en konden we de beesten in de koffer even laten voor wat ze waren.

Opgegroeid met een moeder in de bijstand, aten we nooit buiten de deur. Als ze mensen op het terras een colaatje zag drinken, zei ze: ’Van dat ene glas, kun je bij de Aldi een hele literfles kopen’. ’Mensen doen het omdat het gezellig is’, zei ik dan, terwijl ik naar de lachende mensen keek, die er gelukkig uitzagen met hun zondagse appeltaart en koffie.

Ik heb hier een ander soort leven inmiddels, moeder, wilde ik haar zeggen, ik ben iemand anders geworden, wilde ik haar ook zeggen. Ik werk hard en ik kan je inmiddels meenemen. Moeder en dochter samen op pad. Gezellig. Zo had ik het bedacht. Maar zij wilde zo snel mogelijk naar mijn huis om voor me op te ruimen.

Terwijl ze de kip stond klaar te maken, en ondertussen ook mijn keukenkasten aan het herschikken was, dacht ik: ’Het is niet dat mijn moeder niet weet wie ik vandaag de dag ben, maar ik ben het, die vergeten is waar ze vandaan kwam’. Het beeld van wie je dochter is, houden moeders graag intact. Ook al was ik inmiddels al lang niet meer die sloddervos die ik in mijn tienerjaren was, zij ruimde graag mijn spullen op. Het idee dat ze iets voor me kon doen, houdt haar op de been.

Ik was vroeg zelfstandig, verdiende op jonge leeftijd mijn eigen geld door in de zomers aardbeien te plukken, en in de winters mensen het leven zuur te maken vanuit callcenters. Algauw ging ik mijn eigen weg. Ik wilde iemand zijn die op een dag op het terras kon zitten zonder paniek. Toen ik die avond haar dampende kippensoep opslurpte, keek ze vol voldoening naar me: ,,Hier kon ik je ’s nachts altijd voor wakker maken. Lekker he?”

Voor ik haar weer wegbracht, liet ik mijn wasgoed expres maar wat rondslingeren, zodat mijn moeder, mijn moeder kon blijven. Zodat ze met een diepe zucht kon roepen: ’Je was altijd al een sloddervos’. Nadat mijn handdoeken keurig opgevouwen waren, riep ze vlak voor de trein richting het hoge noorden vertrok, opgewekt: ’Gelukkig kon ik hier wat voor je doen’.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.