Wat is jouw band met vlees? | column

Nhung Dam

Een stukgelopen relatie. Ze bleken onverenigbaar op het gebied van dieren eten. Hij was vegetariër, zij niet. Om het liefdesverdriet van mijn goede vriend E. te verzachten, gingen we samen naar een theatervoorstelling die hij mocht uitkiezen (het werd ’George & Eran worden veganisten’).

Na afloop ging een schaal bitterballen de foyer rond. Ik vertelde mijn vriend E. dat ik er al jarenlang mee wil stoppen. Met vlees eten. ’Een gebrek aan ruggengraat, ik weet het’. Ik stond schrap voor de reactie van mijn vriend, mensen met liefdesverdriet kunnen weleens onverwachts scherp uit de hoek komen. Maar mijn vegetarische vriend E. stelde me slechts één vraag. Een die in het debat over dieren eten zelden wordt gesteld: ’Wat is jouw persoonlijke band met vlees?’

De theatervoorstelling die we zojuist hadden gezien, kon toegevoegd worden aan het pantheon van documentaires, boeken, essays, YouTubefilmpjes over de desastreuze gevolgen van vleesconsumptie op de wereld. Een probleem op wereldniveau, waarvan je je afvraagt hoe je die ooit op individueel niveau zou kunnen oplossen.

E. vroeg: ’Word je slap als je het niet eet, ken je geen vegetarische recepten, is het gewoonte? Wat is jouw band met vlees?’

Zijn vraag voerde me terug naar mijn kindertijd. Ik dacht aan mijn ouders en hun relatie tot eten. Hoe zij op gruwelijke wijze ternauwernood aan de hongerdood waren ontsnapt. Wat dat met een mens doet. Zo diep te zijn gegaan. En hoe dat de opvoeding van hun kinderen heeft beïnvloed. In hun nieuwe bestaan was een stukje vlees, het bewijs dat ze het gehaald hadden. Als ze hun kinderen zagen kluiven aan een kippenvleugel, konden zij ademhalen. Verspilling werd niet getolereerd (ook het kraakbeen was te eten).

Mijn ouders toonden hun affectie niet door knuffels, een aai over de bol, of lieve woordjes. Als ik verdrietig was, werd er een gehaktbal ingegooid. Een gesmoorde lende op tafel was een blijk van liefde. Ossenstaart: liefde. Zo ontstond mijn diepgewortelde band met vlees. Het stond voor liefde, affectie en geluk. Nostalgie en overleving. Een dampende kom Pho (Vietnamese noedelsoep met rundvlees) op een winterse dag was een gelukkige dag. De geheime familierecepten, die van generatie op generatie waren doorgeven, dat kon toch niet bij mij stoppen?

In het theatercafé verschoof het gesprek over dierenleed, klimaat en de bio-industrie, naar een innerlijke vraag. Welke delen diep in je zijn vervlochten met het consumeren van vlees? Welke herinneringen, gevoelens van nostalgie, geluk, gezelligheid roept dat in je op? De juiste vragen voor gedragsverandering. Geen schuldvraag, maar vragen die tot inzicht leiden.

In de supermarkt vinden we een steeds groter assortiment aan vleesvervangers, van bietenburgers tot aan sojashoarma. Nu nog de uitbreiding van mentale gelukvervangers die we associëren met vlees eten. Het is een illusie dat er geen vervangers zijn voor datzelfde geluk. Ook een linzenburger kan dat doen. Het bleek voor mij enkel een kwestie van de loskoppeling van vlees en geluk.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.