Mopperpot | column clubscheidsrechter Wouter van der Schaaf

Wouter van der Schaaf.

Wouter van der Schaaf.© Foto Studio Kastermans

Wouter van der Schaaf

Vanaf het eerste fluitsignaal was hij meteen verbaal aanwezig: de mopperpot.

Al in de eerste minuut verweet hij zijn medespeler dat hij de bal niet precies in de voet kreeg gespeeld; hief zijn handen zuchtend ten hemel toen een medespeler zijn dieptepass niet begreep en de bal bij de tegenstander belandde; appelleerde bij mij als scheidsrechter voor ’shirtje trekken’ toen hij de bal knullig verspeelde; speelde de bal te zacht terug naar zijn keeper en schreeuwde naar zijn uitkomende doelman ’wat een blunder’; liet zich vallen in het strafschopgebied en schreeuwde om een penalty; pingelde zich hopeloos vast en slofte luid mopperend het veld af toen hij werd gewisseld.

Herkent u hem: zo’n speler die twee wedstrijdhelften lang zonder onderbreking bezig is met wat anderen hem allemaal aandoen. Hij die zichzelf ziet als begaafd en talentvol. Die zich voortdurend afvraagt hoe het mogelijk is dat niemand wil inzien dat zijn passes, dribbels en spelinzicht briljant zijn.

Hij heeft het moeilijk. Komt elke wedstrijd weer in die neerwaartse spiraal: hoe meer hij moppert, hoe slechter hij gaat spelen en zo voort. Ondraaglijk voor zijn medespelers, irritant voor de scheidsrechter, een ramp voor zijn coach en het lachertje voor zijn tegenstanders.

Maar wat wonderlijk: direct na afloop liep hij op mij af, schudde mij een coronavrije hand en bedankte mij hartelijk voor het fluiten. Als bij toverslag was al zijn chagrijn verdwenen en was hij weer die vrolijke jongen van voor de wedstrijd.

Wat er dan in dat hoofd gebeurt tijdens de wedstrijd is mij nog steeds een raadsel.

Clubscheidsrechter Wouter van der Schaaf bericht elke week over wat hij heeft meegemaakt of gezien op een regionaal voetbalveld.

Meer nieuws uit Sport Regionaal