Handballers Eemland hoopvol maar reeël voor aanvang nieuw seizoen in de eerste divisie: ’Het wordt een uitdaging om erin te blijven’

Johnny van Gulik keert na een avontuur in de eredivisie bij DFS Arnhem terug op het oude nest.

Johnny van Gulik keert na een avontuur in de eredivisie bij DFS Arnhem terug op het oude nest.© Archieffoto

Jonathan van Haaster
Soest

Het nieuwe seizoen voor Eemland gaat vanavond van start. De handballers hopen op bezoek bij BFC de eerste stap richting handhaving in de eerste divisie te zetten.

Om niet te degraderen zal Eemland minimaal veertiende moeten eindigen in een poule van zestien teams. Veel meer dan de uitgesproken doelstelling is volgens Paul van den Deijssel, als technische man en manusje-van-alles verbonden rondom de selectie, niet realistisch. „Het zal een uitdaging worden om erin te blijven.”

Zo is bijvoorbeeld het stoppen van doelman Tim Hak een flinke streep door de rekening. Daartegenover staat de komst van de van DFS Arnhem teruggekeerde Johnny van Gulik. Ook kwam Jordy Mertens van eredivisionist Lions 2. Naast Mertens en Van Gulik heeft ook Tim Zwart ervaring in de eredivisie. „Hopelijk kunnen die spelers de kar trekken”, zegt Van den Deijssel.

Naast de routine van de drie bovengenoemden hoopt de Soesterberger ook op wedstrijden met veel publiek. „Dat geeft het team extra energie. Zeker bij LHV, maar ook bij BDC.”

Mede afhankelijk van de beschikbaarheid zullen de thuiswedstrijden in principe om en om in Soest en Leusden worden gespeeld. Het is een uitkomst van de samenwerking tussen het Soestse BDC en LHV uit Leusden, die samen onder de naam Eemland handballen. In 2017 sloot BDC de handen ineen met het Amersfoortse Fidelitas, maar dat werd geen onverdeeld succes. Eemland degradeerde en Fidelitas stapte uit het pact. Door de uitbraak van het coronavirus besloot de NHV echter geen degradanten aan te wijzen, waardoor BDC met nieuwe partner LHV alsnog onder de naam Eemland in de eerste divisie uitkomt.

„Het bevalt prima”, zegt Van den Deijssel over de samenwerking, ruim een jaar na de start. „Logistiek zijn er soms kleine uitdagingen, maar de organisatie bij de clubs staat goed. Ik ga er dan ook van uit dat de samenwerking nog lang gaat duren. Ik hoop alleen dat er nog wat leuke spelers komen. Soest en Leusden zijn alleen geen studentensteden, en Amersfoort helaas ook niet.”

Meer nieuws uit Sport Regionaal