Het ’verdriet van Noord-Holland’: honderd jaar groei leidt tot oninteressant landschap en zwakke steden

Voorbeeld uit ’Verbonden toekomst’ van hoe het Noord-Hollands veenweidegebied er bij vergaande vernatting uit gaat zien.

Voorbeeld uit ’Verbonden toekomst’ van hoe het Noord-Hollands veenweidegebied er bij vergaande vernatting uit gaat zien.© Artist’s impression Buro Sant en Co

Peter Schat
Haarlem

Investeren in het landschap is weggegooid geld. Dorpen groeien uit hun krachten en raken hun dorpse karakter kwijt. Om stad en land te redden moet verder gekeken worden, naar 2050.

De omkering die zich de afgelopen honderd jaar voltrok in het landschap leidde tot wat Steven Slabbers ’het verdriet van Noord-Holland’ noemt. Krachtige steden leverde de omkering niet op, noch sterke landschappen. Slabbers, onafhankelijk provinciaal adviseur ruimtelijke kwaliteit, presenteert woensdag 15 september de inzichten die 32 maanden onderzoek hem opleverden aan het college van Gedeputeerde Staten

Zijn boek ’Verbonden toekomst’ lanceert hij in de Philharmonie te Haarlem op de Dag van de Ruimtelijke Kwaliteit. Voor een publiek van gemeente- en provincieambtenaren, genootschappen met een binding tot het landschap en generiek geïnteresseerden in de ruimtelijke kwaliteit.

Honderd jaar geleden lagen Noord-Hollandse steden in dorpen in een zee van ruimte, het landschap. De omkering die zich voltrok leidde ertoe dat dat landschap zich nu omringd weet door verstedelijkte bebouwing. Het ’verdrietige’ hieraan is, dat de dorpen zo zijn gegroeid dat ze eigenlijk geen dorp meer genoemd kunnen worden. Voor het verloren dorpse karakter, kwam niet iets anders in de plaats. Deze voormalige dorpen faalden erin een hoogwaardig en gevarieerd aanbod aan voorzieningen te kunnen bieden.

Natuurkracht

Tegelijk ontnam groei de afgelopen honderd jaar steden de kans, om echt hoogstedelijke kwaliteit te krijgen. De kritische massa ontbrak om een sterk aanbod aan voorzieningen op te tuigen. De waarde van landschap, natuur en erfgoed is miskend en legde het in de planvorming af tegen sterkere economische belangen. Ondernemers, zoals boeren, en overheid investeerden weliswaar in het landschap, maar dat leidde er niet toe dat het landschap interessanter werd of aan natuurkracht won.

Coalitieakkoord

Wat Noord-Holland behoeft, zijn krachtige steden en sterke landschappen met robuuste natuur nodig, stelt Slabbers. Want daar schort het aan. Hij adviseert een strategie te ontwikkelen, die de ruimte tussen en nabij de steden interessanter maakt en krachtige steden verbindt met sterke landschappen. Kijk verder dan een coalitieakkoord dat maar voor vier jaar geldt. Richt de blik op 2050.

(Tekst gaat door onder foto)

Enkhuizen, een voorbeeld van hoe de bouwers van de stad rekening hielden met het water.

Enkhuizen, een voorbeeld van hoe de bouwers van de stad rekening hielden met het water.© Steven Slabbers

Het rapport van Slabbers beoogt ook burgers en bestuurders wakker te schudden. Want van de omvang van de problemen die op diverse gebieden allemaal tegelijk op ons af komen, lijkt de goegemeente nog niet doordrongen. Ging het in het verleden om verhogen van de agrarische opbrengst van het landschap, verlagen van de kosten en verbeteren van de arbeidsomstandigheden, anno nu moet het landschap veel meer dan voedsel voor de stad produceren. Het wordt ingezet voor klimaatadaptatie en recreatie, biedt ruimte aan natuur en energieopwekking. De energietransitie zal een forsere claim op het ruimtebeslag leggen dan menigeen denkt, aldus Slabbers. En er moeten tot 2050 ook nog eens 240.000 tot 300.000 woningen worden bijgebouwd.

Romantisch

Niet eerder stond de samenleving aan de vooravond en een dermate grote technologische ontwikkeling, aldus Slabbers.

Oplossingen zijn alleen haalbaar door alle opgaven in samenhang met elkaar te zien. Dat de oplossing voor het ene al de halve oplossing voor het andere probleem is en beide elkaar zeker niet opheffen of teniet doen. „Het besef dat het landschap drastisch zal veranderen, niet alleen om aan die keur aan opgaven tegemoet te komen maar ook als logisch gevolg van nieuwe technologische mogelijkheden, wordt onvoldoende onderkend. Niet in het beleid en zeker niet bij de gemiddelde burger die doorgaans hecht aan de bestaande omgeving en vanuit een romantisch en derhalve behoudend perspectief naar ’zijn’ landschap kijkt. Een meer ontwikkelgerichte attitude, zowel in het beleid als bij de burger, de gebruiker van het landschap, is dringend noodzakelijk.”

Slabbers adviseert de burger ’deelgenoot van de probleemherkenning’ te maken. „Nodig hem van daaruit uit om mee te denken over mogelijke oplossingen. Onderzoek met burgers en experts welke oplossing het meest kansrijk is, zodat bestuurders daaruit de voorkeursoplossing kunnen destilleren.’’

Meer nieuws uit Uitgelicht

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.