Premium

Jeanne de Rijke tekende het leven in het kamp: ’Mijn broertje was na de bevrijding doorschijnend geworden’

Hilversum

Jeanne de Rijke-Kers, geboren op oudejaarsdag 1929, uit Hilversum was zestien toen de oorlog was afgelopen. Haar broertje was zeven jaar jonger en woont nu in Leidschendam. „Moeder en mijn broertje waren in het kamp binnen de kortste keren ziek. Onze jeugd was bijzonder ongelukkig. Maar ik ben er sterker door geworden, ik deed wat ik moest doen.’’

,,Mijn moeder was vreselijk aan de diarree, ze kon de schilletjes van de mais waar we dagelijks een schep van kregen in de stijfselpap niet verdragen.’’ Jeanne de Rijke vertelt hoe ze de korrels uit de pap viste en ze in de gaarkeuken van het kamp door de vleesmolen draaide. ,,Van de plakjes maispasta maakte ik rolletjes die ik liet drogen in de zon en in een blikje deed. Die maiskoekjes kon zij eten in plaats van de blubber, de behangerslijm en hoe de tapiocasoep verder werd genoemd. Een arts zei na de oorlog dat die koekjes mijn moeder het leven hadden gered. Ze heeft na de bevrijding twee jaar nodig gehad om weer mens te zijn. Mijn broertje was doorschijnend geworden. Mijn vader herkende zijn zoon niet meer.”

Meer nieuws uit Gooi en Eemland

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.