Artsen en hoogleraren pleiten voor meer onlinecongressen. ’We staan te weinig stil bij de impact op het milieu’

Een congres in de RAI Amsterdam.
© OTTI Fotografie/Marianne Ottemann
Amsterdam

Een groep artsen en wetenschappers pleit om na het coronatijdperk door te gaan met onlinecongressen. Dat is niet alleen beter voor het milieu, maar ook goedkoper.

De coronacrisis heeft wereldwijd een dikke streep gezet door beurzen en congressen. Enkele congressen zijn toch doorgegaan, maar dan online. En dat smaakt naar meer, is de ervaring van enkele Nederlandse artsen van universitaire ziekenhuizen en wetenschappers. Onder hen Lenneke Alink, hoogleraar forensische gezinspedagogiek aan de Universiteit Leiden, en Stefan van der Stigchel, hoogleraar in de cognitieve psychologie aan de Universiteit van Utrecht.

De wetenschappers wijzen op de milieubelasting van grootschalige congressen waarbij tienduizenden deelnemers uit de hele wereld bij elkaar komen. Dat zijn heel wat vluchten. Bovendien kan je als deelnemer slechts een fractie van alle presentaties bijwonen.

„Wetenschappers, inclusief mezelf, staan vaak te weinig stil bij de impact van al die vliegreizen op het klimaat. Een zorgvuldige (over)weging van die impact bij het beslissen wel of niet naar een bepaald congres te gaan zou goed zijn”, licht Alink toe. Daarnaast is in de afgelopen maanden duidelijk geworden dat er veel meer mogelijk is in het kader van online meetings en congressen dan velen dachten. „Juist die nieuwe vormen moeten worden geëxploreerd, zonder de face-to-face meetings helemaal de deur uit te doen!”

Kosten

Naast klimaatoverwegingen zijn er volgens de Leidse hoogleraar meer voordelen. „Veel meer mensen kunnen deelnemen aan digitale congressen, ook bijvoorbeeld mensen uit ontwikkelingslanden die wel beschikken over een computer met internet maar niet over budget om een dure vliegreis te maken en hotelkosten te betalen. Of mensen die vanwege zorgtaken liever niet te lang van huis zijn. Op die manier wordt wetenschap dus ook inclusiever.”

Haar Utrechtse collega Stefan van der Stigchel heeft jaarlijks zeker drie congressen. „We hebben laatst ons eerste virtuele congres gehad. Het was heel leerzaam, ook omdat er van alles nog mis ging. De website liep vast, er waren zoombombers omdat deelnemers de link van de praatjes gingen delen via Twitter en er was gedoe rond de tijdzones, omdat het lastig was belangrijke momenten te plannen op tijdstippen waarop iedereen wakker is. Maar toch, er werd nog tijdens het congres een website opgericht die wel werkte en we sloten zelfs af met een virtueel dansfeestje.”

Ontmoeten

Overigens is het niet zo dat de wetenschappers nu pleiten voor het afschaffen van congressen. Van der Stigchel: „We hebben wel de informele uitwisseling en contacten gemist. Daarvoor zullen we elkaar toch echt soms fysiek moeten ontmoeten, maar ik verwacht zeker dat dergelijke virtuele edities vaker gaan plaatsvinden. Het is mooi om te zien dat er in korte tijd ineens zoveel mogelijk is. Alle praatjes staan nu online en zijn voor iedereen te bekijken, uit alle landen. Het wordt zo veel democratischer.”

Minder congressen zullen ze in plaatsen als Amsterdam wel gaan voelen. De RAI staat door corona al nagenoeg leeg, net als hotels in de omgeving. Een groot Europees cardiologencongres eind augustus gaat niet door, maar een congres met Nederlandse cardiologen in november gaat wel door en is dan tevens online te volgen. Oogartsen hebben in oktober hun congres al omgetoverd tot een onlineversie.

Meer nieuws uit Amsterdam

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.