Het onderwijs is tijdens de coronacrisis in paniek de kinderen vergeten, vindt orthopedagoog Hans Koppies. Hoog tijd voor gezond verstand

Onderwijsorganisaties bleven zich verzetten tegen heropening.
© Foto Richard Brocken

Het RIVM heeft deze week definitief vastgesteld na onderzoek bij meer dan vijftig coronagezinnen dat kinderen niet de besmettingsbronnen zijn. De scholen mogen dus weer volledig open. Dit had veel eerder moeten gebeuren, vindt Hans Koppies. Hij is orthopedagoog, publicist en houdt de blog Pedagoogle.com bij.

Wereldwijd zijn er relatief weinig kinderen gemeld met covid-19. Feit. In maart was al bekend dat kinderen een ondergeschikte rol spelen bij de verspreiding. Toch sloten de scholen op 16 maart hun deuren in de paniek die volgde toen de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de wereldwijde uitbraak als pandemie bestempelde.

Emoties

De schoolsluiting was niet gebaseerd op wetenschappelijke inzichten, en tegen het advies van het RIVM. Hoogopgelopen emoties maakten dat het onderwijs haar pedagogische opdracht uit het oog heeft verloren. Ook nu nog is in geen beroepsgroep ongerustheid zo wijdverspreid als in het onderwijs.

Aanvankelijk was de paniek voor een deel te begrijpen. Te midden van de overdadige media-aandacht was (en is) het moeilijk onderscheid te maken tussen experts met feiten en experts met meningen. Of tussen trends en anekdotes. Maar al snel kwam de kinderopvang tot de conclusie dat sluiting niet te verdedigen was.

Onderwijsorganisaties daarentegen bleven zich verzetten tegen heropening. Pas als de veiligheid gegarandeerd kan worden en alle risico’s zijn onderzocht weer voor de klas klonk het. Dat een groeiend aantal studies het eerdere beeld bevestigt, lijkt opvallend weinig indruk te maken. En dus grossiert het onderwijs in coronamaatregelen die nog het meest doen denken aan rituelen om de eigen angst te bezweren.

Verwarring

De woorden van kinderarts/epidemioloog Patricia Bruijning ten spijt („Kinderen als verspreider van het coronavirus hebben we niet kunnen vinden”) heerste er op 11 mei veel verwarring bij het openen van de basisscholen. Een gevallen kleuter wel/niet troosten? Want: ’overtreding’ van de coronaregels, wel jarig maar verboden te trakteren, een meester die zijn leerlingen toespreekt achter een zelf geknutseld spatscherm. Zo’n 50.000 kinderen werden thuisgehouden.

Het contrast kan niet groter. Want een evaluatie bevestigde dat het sluiten van de scholen volgens hoofdwetenschapper Jaap van Dissel van het RIVM ’geen invloed heeft gehad op het totaal aantal besmettingen’.

Geen bewijs

Een snelle blik op Europa leert dat in IJsland scholen en kinderopvang open zijn gebleven (alle besluiten zijn genomen op basis van de beschikbare data - niet emoties) en geen van de 1800 gevallen werd besmet door een kind jonger dan 10 jaar. Ook de Noorse gezondheidsautoriteit heeft vastgesteld dat de schoolsluiting overbodig was. De Noren hebben ook geen bewijs gevonden voor brede verspreiding van het virus onder jongeren onder de twintig jaar. Achtereenvolgens in Zwitserland, Denemarken en Finland heeft het heropenen van de scholen niet tot nieuwe besmettingshaarden geleid.

De regering in Zweden bepaalde al in januari dat alle maatregelen ’evidence based’ (ofwel wetenschappelijk onderbouwd) dienden te zijn – dus bleven de kinderopvang en scholen voor kinderen onder de zestien jaar open. Ook in Zweden hebben de gezondheidsautoriteiten geconcludeerd dat de verspreiding van het coronavirus tussen kinderen zeer beperkt is, evenals verspreiding in de schoolomgeving. En cruciaal: onder het personeel van kinderdagverblijven, leerkrachten in het basisonderwijs en docenten in het voortgezet onderwijs komen niet vaker diagnoses covid-19 voor dan in andere beroepen.

Nulrisico-optie

Er is geen nulrisico-optie. Dat zou het onderwijsveld zich moeten realiseren. „Kinderen lopen nauwelijks risico en dragen het virus slecht over”, aldus de Belgische epidemioloog Luc Bonneux in een interview in Knack. „Dit virus veroorzaakt een verhoogde natuurlijke sterfte. Dat wil zeggen dat er niets gebeurt bij kinderen (in Nederland geen zijn geen kinderen overleden aan covid-19, H.K.) en jongvolwassenen, en nauwelijks iets bij volwassenen. De sterfte bij volwassenen in Nederland is 1 op 10.000 infecties. Dat is een verantwoord risico.” Het Zweedse Karolinska Instituut concludeerde recent op basis van een review van 700 studies dat het ’onwaarschijnlijk’ is dat het openen van basisscholen van invloed is op het sterftecijfer bij ouderen.

Dat alles zou een hele geruststelling moeten zijn. Zeker nu in het voortgezet onderwijs kinderen ook weer welkom zijn. Hier en daar met frisse tegenzin, dat wel. „Als leraren vakkenvullers waren geweest, waren we nu verhongerd”, uitte wiskundedocent Karin den Heijer terecht haar onbegrip. „Als lerarenorganisaties openlijk twijfelen aan kennis van experts, waar staan wij dan als kennismaatschappij?” Een ongemakkelijke vraag die dringend om een antwoord vraagt.

Realiteit

Het onderwijs lijkt de aansluiting met de realiteit te hebben verloren. Ook als vader verbaas ik me daar over. Het vakkenvullen ging voor de 16-jarige hier thuis de afgelopen maanden gewoon door, en sinds deze week maakt hij ook zijn tackles weer op het rugbyveld. Maar school heeft draconische maatregelen getroffen voor niet minder dan een ’militaire operatie in vredestijd’. En inderdaad, het protocol leest als een minutieus voorbereide krijgsoperatie. ’Volg de looproute. Desinfecteer je tafel. Ga zitten. Hang je jas over je stoel. Zet je tas tussen je voeten’. Om vervolgens drie keer een half uur les te krijgen op een dag, met acht leerlingen in de klas. De gymlessen zijn vooralsnog opgeschort want dat is organisatorisch ondoenlijk. Voor de meeste middelbare scholieren geldt dat ze één dag per week naar school gaan, zo liet de VO-raad weten.

Uit de bocht

Ten onrechte worden kinderen en jongeren door scholen behandeld als paria’s. Het onderwijs is uit de bocht gevlogen en lijkt doof voor de impact op kinderen en jongeren. Overgangsriten – eindmusicals, schoolkamp groep 8, eindexamens – zijn, hoewel belangrijke mijlpalen in een kinderleven, vaak zonder veel bedenktijd afgeblazen. Elke kleuter die vanwege de coronacrisis niet naar school durft is er één te veel. Broodnodige geruststelling vraagt om goed geïnformeerde ouders. Maar óók om leerkrachten en docenten die hun handelen baseren op rationele overwegingen, onderzoek en data - en dus minder op emotie.

Als pedagoog wil ik een beroep doen op het gezonde verstand. Coronamaatregelen jagen kinderen onnodig angst aan en staan voor kinderen en jongeren niet in verhouding tot de dreiging. Kinderen hebben het laagste risico op ziekte en de kans op verspreiding is bij kinderen verwaarloosbaar klein.

Pedagogische schade

Niet alleen van de maatschappelijke en economische schade in de samenleving zal de balans opgemaakt moeten worden, er is ook pedagogische schade. De kwaliteit van het onderwijs heeft drie maanden ernstig te lijden gehad. De moeizame wijze waarop het onderwijs nu probeert de weg terug te vinden is onthutsend. Voor kinderen en jongeren moet herstel van het gewone leven de hoogste prioriteit krijgen. Met school, sport, vrienden en vriendinnen, en opa’s en oma’s. Voor het onderwijs is de hoogste prioriteit een terugkeer naar wetenschap, kennis en rationaliteit. Vanaf maandag graag.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.