Een onderduiker in ieder huis aan de Lagedijk

Een onderduiker in ieder huis aan de Lagedijk
Wervershoof

Omdat het 75 jaar na de bevrijding is, plaatsen we nogmaals een artikel uit 2005.

(Bovenstaande afbeelding: ’Illegaliteit was in Wervershoof geen geheim’, Nieuw Noordhollandsch Dagblad, 13 mei 1948)

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

Joden, politieke vluchtelingen, verzetsmensen, jongens die aan de Arbeitseinsatz probeerden te ontkomen: het moeten er honderden geweest zijn die in de oorlogsjaren in en rond West-Friese dorpen als Wervershoof en Andijk een veilig heenkomen vonden.

De slecht toegankelijke vaarpolders boden ideale schuilmogelijkheden, de weerzin tegen de Duitsers was groot en het gratis extra personeel was voor veel tuinders een mooie bijkomstigheid.

De Lagedijk in de laatste jaren van de oorlog. Het wemelde van de onderduikers in de woningen en schuurtjes aan de dijk, die toen nog een eindje buiten het dorp lag, aan de rand van een uitgestrekt tuinbouwgebied vol vaarten en eilandjes. Jan Dol en Piet Bot uit Wervershoof wisten precies waar ze zaten, 'de duikers' van de Lagedijk.

Alarm

Als alarm werd geslagen omdat er Duitsers in de omgeving waren gesignaleerd, zagen ze de mannen de vaarpolder in vluchten. Daar was altijd wel ergens een schuurtje of een andere schuilplek te vinden.

,,We wisten ook wel wie de onderduikers waren en wie de onderduikadressen regelde'', zegt Jan Dol. ,,Daar werd in het dorp ook niet geheimzinnig over gedaan. De mannen van de ondergrondse waren hier niet erg voorzichtig. Een beetje mans, deden ze. Stoer. Ze hadden iets van: 'Wat kan ons gebeuren'.''

,,Naïef en levensgevaarlijk, denk je achteraf. Een van hen is zo nog eens tegen de lamp gelopen. Simon Koopman was dat. Die woonde al niet meer thuis omdat dat te gevaarlijk was. Hij werd gezocht. Maar hij ging hier doodleuk op een morgen even bij zijn moeder langs en vervolgens naar de kerk. Toen hebben ze 'm opgepakt en, toen hij wilde vluchten, doodgeschoten.''

Na de oorlog werd de Lagedijk omgedoopt in Simon Koopmanstraat. Verder veranderde er niet veel. Jan Dol is 72, Piet Bot 67 (in 2005). De buurjongens van de Lagedijk van toen zijn de buren van nu aan de Simon Koopmanstraat in Wervershoof.

Een onderduiker in ieder huis aan de Lagedijk
Jan Dol (links) en Piet Bot in 2005.
© Archief

In gedachten lopen Jan Dol en Piet Bot nog even de Lagedijk van zestig jaar geleden af. Bij Bot thuis hadden ze drie onderduikers, bij Dol een, en de buren links en rechts hadden ook bijna allemaal een of meerdere onderduikers.

,,Iedereen had er wel eentje'', concludeert Dol. ,,Het was hier een hechte rooms-katholieke gemeenschap. Op grond van hun geloof hadden de meeste mensen in Wervershoof de overtuiging dat de moffen een goddeloos volk waren, waar je je als christen tegen moest verzetten.''

Piet Bot: ,,Later zag je hier ook oudere Duitsers, die aan alles lieten blijken dat ze veel liever naar huis zouden gaan. Maar de Ortscommandant was een jong ventje. Bloedfanatiek. Die was berucht. Hij kwam hier vanuit Medemblik in z'n vrije tijd wel eens op de fiets naar toe om te zien of hij nog onderduikers zag. Een jongen uit het dorp die opgepakt was, heeft hij eigenhandig neergeschoten toen hij probeerde te vluchten.''

Razzia

Dat er in en rond dorpen als Andijk en Wervershoof veel onderduikers waren, was een bij de Duitsers bekend gegeven. Geregeld werden er razzia's gehouden waarbij de huizen werden uitgekamd.

Dol herinnert zich nog een razzia waarbij ook geschoten werd door Landwachters op vluchtende onderduikers.

,,Maar de kogels vlogen allemaal over de hoofden van die jongens. Ze schoten expres mis. Veel van de Landwachters waren opportunisten. Die hadden zich voor de Landwacht aangemeld omdat ze zo gemakkelijk aan eten en brandstof konden komen. Natuurlijk zaten er ook wel fanatiekelingen bij, maar vaak waren het ook jongens uit omliggende dorpen, die voor de Duitsers de schijn ophielden dat ze ook op onderduikers joegen, maar ze lieten lopen als het er op aan kwam.''

Gefusilleerd

Echte verraders had Wervershoof ook. 'Meester' Akkerman, de schoolmeester die de spil was van de plaatselijke ondergrondse, werd er het slachtoffer van. ,,We zagen de Duitsers meester Akkerman voor zich uit drijven in de richting van Piet van der Eems'', herinnert Dol zich.

,,Het zou een ramp zijn geweest als ze wat eerder waren gekomen want daar zaten heel veel onderduikers. Er was daar niemand meer, ze waren net op tijd gewaarschuwd. Diezelfde dag werd ook een andere bekende verzetsman uit Wervershoof, Jan Langendijk, opgepakt. Hij en meester Akkerman zijn later gefusilleerd.''

Dol weet meer over de verrader in het dorp, maar doet er verder het zwijgen toe. Oude wonden mogen niet opengereten worden, maar vergeten is het verraad van toen niet.

Een van de onderduikers bij de familie Bot, was Jaap Hopman, een jongen van Texel die net de Zeevaartschool had verlaten, die in Wervershoof bekend stond onder zijn schuilnaam Piet Wagenaar, en die volgens Jan Dol en Piet Bot al gauw grote populariteit verwierf bij de meisjes in het dorp.

Duiken

Hopman had zich moeten melden voor de Arbeitseinsatz. Dat was in juli 1943. Zijn ouders wisten niet beter of hun Jaap ging op een dag op de fiets naar Alkmaar om zich daar volgens de instructies te melden op het station. Maar Jaap sloeg halverwege linksaf naar West-Friesland en klopte in Andijk aan bij het adres dat hij gekregen had van een bevriende Texelaar.

,,Ik vond het maar beter dat mijn ouders niet wisten dat ik ging duiken,'' vertelt de nu 81-jarige Hopman, die al jaren in het Brabantse Oss woont. Aangezien Hopman katholiek was en het adres in Andijk voornamelijk gereformeerde en hervormde onderduikers had, werd besloten de jongen van Texel naar de familie Bot in Wervershoof te brengen, waar hij op het tuinbouwbedrijf kon werken.

Pas in juni 1945, twee maanden na de bevrijding vertrok Jaap Hopman alias Piet Wagenaar weer uit Wervershoof. Hij ging alsnog naar zee. ,,Ik raakte betrokken bij de Binnenlandse Strijdkrachten, vandaar dat ik na de bevrijding niet meteen naar huis kon. Maar erg vond ik het niet. Het beviel me prima in Wervershoof'', vertelt Hopman.

,,Eigenlijk was het een beetje familie van me geworden. Ik had ook kennis gekregen aan een meisje uit het dorp, Corrie Steltenpool. Misschien dachten ze in het dorp wel dat het wat zou worden, maar ik wilde naar zee.''

Niet overleefd

,,Onderduiken was een kwestie van overleven, een paar keer is het bij razzia's net goed gegaan. Maar de meeste indruk heeft op mij de Hongerwinter gemaakt. In eindeloze stromen zag je etenhalers voorbij komen. Eén beeld vergeet ik nooit meer: een jongen uit Amsterdam van een jaar of twaalf die met zijn broertje van een jaar of zes op een handkar naar de Wieringermeer op weg was. Ze overnachtten in de schuur bij de familie Bot. Tien dagen later zagen we die jongen weer. Hij was op de terugweg. Op zijn kar lag iets onder een deken: zijn broertje. Die had het niet overleefd.''

,,Dat is me altijd bijgebleven, én het besef dat ik het als onderduiker domweg getroffen had.''

Meer nieuws uit Regio

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.