Oorlogsdagboeken: de ’bende van Mekenkamp’ rooft brandhout

Oorlogsdagboeken: de ’bende van Mekenkamp’ rooft brandhout
Jan Mekenkamp temidden van zijn zussen. Links Ida en rechts zijn broer Dick.
© Foto Familie Mekenkamp
Haarlem

Via Radio Oranje riep Gerrit Bolkestein, minister in de Nederlandse regering in ballingschap in Londen, in maart 1944 Nederlanders al op dagboeken en brieven die konden getuigen van de oorlog te bewaren. Na de bevrijding zouden die worden ingezameld om de oorlogsjaren te helpen documenteren.

De oproep was aanleiding voor Anne Frank haar dagboek voor dit doel om te werken. Bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie zouden meer dan 1700 dagboeken terechtkomen. Niet alleen van volwassenen, ook van kinderen.

(Lees hier veel dagboekfragmenten uit de oorlog)

Schrijfsters Annemarie van den Brink en Suzanne Wouda stuitten in dit archief op ontroerende, spannende en soms onthutsende getuigenissen van kinderen. Zij stelden er het boek ’Oorlog in inkt’ over samen, dat afgelopen maart verscheen en zeven verhalen van meisjes en zeven van jongens bevat.

Een van de jongens was de 13-jarige Jan Mekenkamp, die met zijn ouders, broer en zussen in Haarlem woonde en dertien was tijdens de Hongerwinter.

Over hem gaat het verhaal ’De bende van Mekenkamp’, dat de nachtelijke rooftocht in de bossen rond Haarlem beschrijft, op jacht naar brandhout. Omdat er zware straffen op staan een hachelijke onderneming.

Vader gaat voorop, met zijn oudere broer Dick en zus Ida. Jan gaat mee als ’oren en ogen’:

’Hij moet het donker kunnen doorboren en geluiden kunnen horen voordat ze gemaakt zijn. Hij kijkt Ida aan en ziet op haar gezicht precies da´t wat hij voelt. Vastberadenheid. Ze komen deze winter door. Ze zullen niet verhongeren of verkleumen. Daar zorgt papa voor. Ida knikt. Jij links, ik rechts, zegt ze zonder woorden en ze draait zich om. Jan loopt naar de straathoek, er is niks of niemand te zien. Geen wachtloper, geen Duitser, geen andere dieven in de nacht. Alleen de bende van Mekenkamp. Het geluid van de zaag snijdt door het donker, zo hard dat er net zo goed een luchtalarm had kunnen klinken. Jan stuurt een schietgebedje naar boven: laat iedereen in de buurt ineens doof geworden zijn!’

Bloembollen

In zijn dagboek schreef Jan van alles op over het laatste jaar van de oorlog. Over het eten van bloembollen, en hoe je die het beste klaar kon maken. Over het brood dat zijn moeder in een blik stoomde en hoe ze stroop maakte van suikerbieten.

Zijn vader was al even inventief en het kan niet anders dan dat het gezin hierdoor de winter redelijk doorgekomen is. Dat lees je ook terug in de toon van het dagboek, wanneer Jan vol trots vertelt over de blaasbalg die zijn vader maakte en hoe hij op de fiets ’naar de Noord’ ging om voedsel te halen.

Wel was het gezin tijdens de Hongerwinter niet compleet en dat scheelde ook. De zusjes Riet en Urs van Jan waren naar een pleeggezin in Heerenveen gebracht omdat er in de grote steden te weinig eten was. Jan zag zijn zusjes pas na de bevrijding weer.

’Oorlog in inkt’, door Annemarie van den Brink en Suzanne Wouda, illustraties Steef Liefting, Uitgeverij Ploegsma, ISBN 978 90 216 8017 0, prijs 19,99 euro.

Lees ook: Oorlogsdagboekje op zolder geeft mooi beeld van Velsen in weken na de bevrijding

Lees ook: Bakvis in oorlogstijd, een Haarlems dagboek van een 15-jarig meisje

Lees ook: Guurtjes dagboek uit de oorlog: een wereld tussen Stalingrad en de Staaleversgracht

Lees ook: ’Weer ellende van die rotmof’. Een oorlogsdagboek uit Wormer

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.