Premium

Guurtjes dagboek uit de oorlog: een wereld tussen Stalingrad en de Staaleversgracht

1/2
Enkhuizen

Zowat alles raakt op de bon. Enkhuizen is verduisterd, en naarmate de oorlog vordert wordt het dagelijkse leven van gewone mensen als Guurtje Garms (54) er niet bepaald makkelijker op. Haar dagboek geeft een inkijkje in de letterlijk donkere jaren van een havenstad.

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

Edith Garms-Oppedijk heeft deze handgeschreven nalatenschap uitgeplozen. ,,Ze knipte ook dingen uit de krant om erbij te plakken”, vertelt ze. ,,Guurtje had echt een hele brede interesse.”

Guurtje Garms (1887 -1982), begint haar aantekeningen in december 1941 waarbij ze dan al opmerkt dat niemand had verwacht dat de oorlog zo lang zou duren. Ze is dan 54 jaar en woont aan het Wilhelminaplantsoen in een groot huis met een bedrijfsgarage. Samen met haar zussen Neeltje en Maartje, en de jongere broers Hans en Piet. De familie Garms rijdt taxi’s.

Kiertje

Guurtje spreekt van (letterlijk) een verduisterde wereld: geen straatverlichting, geen uitstralend licht en direct een agent aan je deur als er maar een kiertje van een gordijn open was. Bij maanloze avonden is het bijna niet te doen de straat op te gaan. Ondanks het feit dat er langs de gevaarlijkste grachten en sloten ijzerdraad wordt gespannen, verdrinken er mensen of halen een koud nat pak.

Ze maakt ook melding van het laatste autoritje naar Amsterdam op een zaterdagmiddag (eind 1941). ,,Het was daar niet te geloven zo stil; alle kantoren en grote zaken waren gesloten met luiken, het was er zo doods, bijna geen wagens. Ook geen mensen, juist waar het anders het drukste was in de omtrek van het Paleis, Nieuwendijk, Damrak, Stationsplein: alles was leeg en kil.”

In februari 1942 gaat het plots hard vriezen. Wie kan er dan nog het huis verwarmen terwijl er amper brandstof is? Begin maart vriest het nog zo’n tien à twaalf graden en er is heel veel stuifsneeuw. Eind maart drijft in de Plantsoenvijver in Enkhuizen ineens heel veel dode vis, zoals karpers en palingen.

Koud

Dan maakt de familie nog een autoritje. Waar de weg is uitgegraven, reikt de sneeuw tot het autodak. Dat het een zware winter geweest was, is te zien aan de (illegaal) afgezaagde bomen of schuttingen: de mensen hebben het echt koud.

Guurtje meldt dat Engeland veel meer vliegtuigen richting Duitse doelen dirigeert. ,,Een vliegtuig vloog brandend over – de kamer was er door verlicht – en het lag hier ’niet ver vandaan’ op de bevroren zee”, noteert ze.

Nog meer oorlogsleed: ,,Gisteren kwam in de haven het lijk van een Duitse matroos boven, die zeker mis gestapt was. Vandaag is er een Engelse piloot binnengebracht; het vliegtuig stortte een dag of tien geleden hier in zee, het gevecht was boven de stad. Het is een vreselijk gezicht, zo’n brandend vliegtuig en dat gevoel van onmacht dat je niet kunt helpen.”

Opstandig

Ze leest ieder snippertje informatie over de oorlog: voor Guurtje speelt de oorlog zich af tussen de Staaleversgracht en Stalingrad. De gemeente wijzigt erg Duits-vriendelijk haar adres. Want tsja: die naam ’Wilhelminaplantsoen’’, dat zit de bezetter niet lekker.

Enkhuizen wil het herdopen tot het ’Oude Plantsoen”. Het idee maakt de zo keurige Guurtje zelfs opstandig. ,,Echt koppig zoals ons volk altijd geweest is, blijft het W9 als slagwoord!” Vermoedelijk wisten alleen de NSB’ers niet wat daarmee wordt bedoeld: ,,Wij weten wat we willen, wij wensen Wihelmina weer.”

Meer nieuws uit Regio

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.