Premium

Column Joost Prinsen: Alleen

Column Joost Prinsen: Alleen

Zondagochtend, 9.45 uur. Mijn ochtendwandeling gemaakt door de lege straten van ons dorp. Daarna naar de supermarkt. Er was vrijwel niemand. Een schrille tegenstelling tot een week geleden toen je nauwelijks een karretje kon krijgen. Op mijn inspectieronde zag ik dat alle schappen weer redelijk vol waren op de afdeling papier na. Misschien zijn de mensen bezig het voedsel weg te werken dat ze kort geleden nog gehamsterd hebben.

In de Groene Amsterdammer stond een artikel van Anne Branbergen. Zij woont in een dorp zo’n zestig kilometer van Rome. Ze is ons in corona-ervaring dus enige weken voor. Het hamsteren verdwijnt, schrijft ze, net als de humor.

Dat klopt. Met die leuke wc-rollen filmpjes worden we langzaam maar zeker niet meer lastig gevallen. Ook de gespreksstof verdwijnt volgens Branbergen: „Dat gaat heel snel. Als het leven stopt, stopt ook de gespreksstof.”

Daar had ik niet zo gauw aan gedacht moet ik bekennen, maar logisch lijkt het me wel. In plaats van het chatten dat ik met mijn kinderen deed, hebben we zondagmiddag een of andere internetpuzzel met zijn drieën zitten oplossen. Verder kan ik er niet echt over oordelen want ik ben alleen. En dat zal ik afgezien van mijn dagelijkse wandeling en boodschapje nog wel enige maanden blijven. Die wandeling doe ik trouwens ook alleen.

Vijftig jaar geleden moest ik voor het eerst overdag een voorstelling repeteren en ’s avonds ergens in het land een andere spelen. Je was nauwelijks thuis. Een oude collega zei toen: „In zo’n periode moet je per dag leven anders wordt het leven te moeilijk.”

Dat is wat ik nu doe. Ik leef per dag. Dagelijks mijn vijftien minuten loopje op en neer naar de supermarkt. Tot de regering of erger nog mijn kinderen het me verbieden. Doet denken aan Aart Staartjes die drie weken nadat hij zijn tweede vrouw had leren kennen haar een huwelijksaanzoek deed. „Zou je dat nou wel doen pa”, vroegen zijn zonen. „Ik mag ook niks van die jongens”, mopperde Aart.

Verder schrijf ik, ik los puzzels op, ik chat met wie maar antwoorden wil en ik lees. En omdat de kunst altijd vooruitloopt op het leven, zocht en vond ik een gedicht dat mijn huidige situatie heel precies beschrijft.

’Herfstdag’ van Rainer Maria Rilke. In de eerste twee coupletten vraagt hij de Heer om nog een paar zonnige dagen zodat de vruchten kunnen rijpen. Het slotcouplet is beroemd:

Wie nu geen huis heeft, bouwt er zich geen meer./ Wie nu alleen is zal het nog lang blijven,/ zal waken, lezen, lange brieven schrijven/ en zal dan door de lanen op en neer/ Onrustig zwerven, als de bladeren drijven.

Die bladeren laat ik even voor wat ze zijn. Maar voor de rest moet Rilke mij in gedachten hebben gehad.

Meer over corona in deze regio:

Volg hier het liveblog over corona.

We houden een interactieve kaart bij met coronabesmettingen.

Hier vindt u meer artikelen over corona.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.