Premium

’Ik moest bij de Hitlerjugend. Als jongen van 13 vond je dat hartstikke mooi, want je kreeg een uniform en een dolk. Mijn opa vond het verschrikkelijk. Die vervloekte het nazidom’ [video]

’Ik moest bij de Hitlerjugend. Als jongen van 13 vond je dat hartstikke mooi, want je kreeg een uniform en een dolk. Mijn opa vond het verschrikkelijk. Die vervloekte het nazidom’ [video]
Dirk Brode.
© Peter Schat
Heemskerk

Als veertienjarige zag Dirk Brode uit Heemskerk hoe verzetsstrijders de collaborerende politieman Ko Langendijk in Velsen-Noord neerschoten. Hij stond erbij toen, mede als gevolg daarvan, 486 jonge jongens uit Beverwijk en Velsen-Noord door de Grüne Polizei werden opgepakt en naar afgrijselijke strafkampen in oost-Duitsland werden afgevoerd. Dode Engelse piloten heeft hij in Duitsland naast neergeschoten vliegtuigen zien liggen, en hij heeft letterlijk - zeer letterlijk - een broertje dood aan de Binnenlandse Strijdkrachten.

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

Wie kan beter de Tweede Wereldoorlog van twee kanten bekijken dan de zoon van een Duitser en een volbloed IJmuidense? Een greep uit de vele oorlogsherinneringen uit IJmuiden van Dirk Brode (90).

,,Mijn vader was Otto Brode, een Duitser. Hij werkte eerst voor een Duitse firma in Venezuela, in 1928 kwam hij naar IJmuiden om voor die firma mee te bouwen aan de hoogovens.”

De latere moeder van Dirk uit IJmuiden maakte koffie voor de arbeiders en van het een kwam het ander. Ze trouwen en in november 1930 werd Dirk geboren. Hij kreeg nog drie jongere broertjes, van wie er twee in de oorlog werden geboren.

We maken een sprong naar 1940. Aanvankelijk loopt Otto Brode het gevaar om als Duitse inwoner naar Engeland te worden gedeporteerd, maar door de capitulatie van de Nederlandse regering gaat dat niet door. Een merkwaardige tijd breekt aan voor het gezin Brode.

Door de Duitsers worden ze gezien als Duitsers, maar het gezin heeft een pesthekel aan de nazi’s. Als in de oorlog op last van de bezettingsmacht alle radio’s moeten worden ingeleverd, mogen Duitsers die houden. Zo ook het gezin Brode, waar intensief naar Radio Oranje wordt geluisterd.

’Ik moest bij de Hitlerjugend. Als jongen van 13 vond je dat hartstikke mooi, want je kreeg een uniform en een dolk. Mijn opa vond het verschrikkelijk. Die vervloekte het nazidom’ [video]
Vader Otto Brode en moeder van Dirk Brode.

Hoogovens, waar Otto Brode werkt, doet inmiddels zijn uiterste best om de Rijksduitser uit de klauwen van de Duitse oorlogsmachine te houden. Keer op keer wordt de Duitser opgeroepen voor militaire dienst, en keer op keer weet de directie van het bedrijf de bezetters ervan te overtuigen dat hij onmisbaar is in IJmuiden. Tot 1943.

,,Toen kon het niet langer”, vertelt Dirk. ,,Hij werd ordonnans. Op een motor moest hij berichten afleveren tussen legeronderdelen. Hij werd gelegerd in Bilthoven en kwam wel eens langs op zijn motor.”

Mattenklopper

De NSB’ers in IJmuiden denken in het gezin Brode een medestander te hebben. Fout! ,,Mijn vader werd door een hoge NSB’er eens op het matje geroepen omdat zijn schoonmoeder met joden omging. ,,Brode, denk erom dat je schoonmoeder niet meer naar die joodse mensen gaat.”

Maar de oude vrouw heeft er lak aan. Het half-Duitse gezin krijgt ook steeds ongevraagd het NSB-blad Volk en Vaderland in de bus.

,,Mijn grootmoeder pakte altijd die krant van de mat, verscheurde hem en smeet de snippers naar buiten. Maar die kranten bleven maar komen. Op een keer sloeg ze de bezorger met een mattenklopper op zijn donder. ,,Hou je rotzooi maar bij je!” riep ze. Daarna moesten mijn opa en oma gedwongen verhuizen naar Drenthe”, vertelt Dirk Brode.

’Ik moest bij de Hitlerjugend. Als jongen van 13 vond je dat hartstikke mooi, want je kreeg een uniform en een dolk. Mijn opa vond het verschrikkelijk. Die vervloekte het nazidom’ [video]
Links Dirk Brode, in het midden zijn broer Guus in de oorlog. Rechts een Duits vriendje.

Als jongen maakt Dirk Brode een hoop mee. In koude winters jat hij met andere kinderen uit Velsen-Noord, waar ze na de evacuatie van IJmuiden worden ingekwartierd, steenkolen uit hoogovenstreinen. En in maart 1944 is hij getuige van een aanslag door het verzet. Op NSB-politieman Ko Langendijk. Dirk weet het nog als de dag van gisteren.

,,We noemden hem Kootje Kak. Vlak voor de winkel van Nagel waren we op een vrije middag aan het spelen, toen we ineens twee knallen hoorden. We zagen een man van zijn fiets vallen en twee mensen er op de fiets snel vandoor gaan. Later hoorden we dat Kootje Langendijk door Hannie Schaft en een maat van haar was neergeschoten. Deze man was een landverrader, die landgenoten aangaf bij de Duitsers.”

Streng

Niet veel later is hij getuige van de verschrikkelijke represaille van de bezetters. Uit Velsen-Noord en Beverwijk worden 486 jongens van achttien tot 25 jaar opgepakt en weggevoerd naar strafkampen in Duitsland.

Van hen zouden er 65 niet terugkeren. ,,Ik zag ze onder bewaking lopen naar het station in Beverwijk”, vertelt Dirk Brode. Door een vreemd toeval zou hij later in het oosten van Duitsland in precies hetzelfde gebied terechtkomen als veel opgepakte plaatsgenoten.

Dirk zit nog gewoon in Velsen-Noord op school, maar daar komt op last van de Duitse bezetters een eind aan. Als zoon van een Duitser moet hij naar een Duitse school. Met zijn broer. Er wordt uitsluitend Duits gesproken. ,,Ze waren er erg streng, voor het minste vergrijp kreeg je op je donder.”

Zijn jongere broer Guus moest er ook heen. ,,Ik moest er ook Engels leren, maar met lesboekjes Duits-Engels viel dat echt niet mee.” Toch zou de kennis van beide talen het gezin Brode later in de oorlog goed van pas komen.

Hitlerjugend

,,We moesten ook bij de Hitlerjugend, en leren marcheren en Duitse marsliederen zingen. Als jongen van 13 jaar vond je dat hartstikke mooi, want je kreeg een uniform en ook nog een dolk, maar mijn moeder vond het niet leuk en mijn opa helemaal niet, want die vervloekte het nazidom. Maar je moest het aanvaarden, je had gewoon geen keus. Alles werd voor ons geregeld en nee was er niet bij.”

Na Dolle Dinsdag, op 5 september 1944, krijgen de nazi’s het benauwd en alle Duitsers in het Nederlandse kustgebied krijgen het bevel om naar de Heimat te vertrekken. Zo ook het gezin Brode, hoewel alle leden van het gezin pure IJmuidenaren zijn, behalve vader Otto.

Ze besluiten naar de ouders van Otto te gaan, in Halle an der Saale. Daar, in de buurt van Leipzig, volgt Dirk een opleiding tot elektricien en maakt hij in het zwaar gebombardeerde gebied grote verschrikkingen mee.

De opleiding is bij de firma May. Voor tien Rijksmark per week wordt hij aangenomen, en een middag per week krijgt hij op school theorieles. Het gezin woont bij de Duitse opa en oma van Brode in een kelderwoning. Luchtalarmen en bombardementen bepalen het leven. ,,’s Nachts gingen die luchtalarmen gewoon door, dus uitgeslapen was je nooit.”

Jachtvliegers

Bij de gigantische Leuna-fabriek, waar van bruinkool synthetische benzine wordt gemaakt voor de Wehrmacht, wordt Dirk te werk gesteld. Hij moet er met de trein heen. Beschietingen van de treinen door Engelse jachtvliegers laten hem vaak in paniek uit de trein springen. Dat gaat een hele tijd goed. Maar dat kon niet lang duren.

,,Op een dag, toen ik daar aan het werk was bij installaties in nieuwbouwwoningen, was er weer luchtalarm en ik ging met mijn maat de kelder in die onder het huis was gebouwd. Nu was het echt raak. Er kwam een grote aanval op de Leuna Werke en door het kelderraam zag ik de formaties op grote hoogte vliegen. Opeens zagen we de bommen naar beneden komen. Ik maakte dat ik wegkwam van het raam en dat was net op tijd, want er kwamen dreunen, die met geen pen te beschrijven zijn, zo hard dat de kelder heen en weer schudde. Ik wist niet waar ik het zoeken moest. En dacht: dit is het einde.”

Maar dat was het niet, althans niet voor Dirk Brode. De aanval duurt een half uur en daarna gaat hij voorzichtig naar buiten. ,,Wat ik toen zag was echt vreselijk! Overal gebouwen en huizen die helemaal kapot gebombardeerd waren en daartussen zag je schreeuwende mensen en huilende kinderen. Brandweer- en ziekenwagens reden af en aan om gewonden te vervoeren. De doden werden allemaal op één plek verzameld.”

Lees ook: Wanhopig probeert 14-jarige IJmuidenaar de weg naar huis te vinden tussen bomkraters en dode Engelse piloten

De trein naar huis rijdt niet meer; het station is weggevaagd en de rails liggen over honderden meters letterlijk ondersteboven, met de bielzen aan de bovenkant. Hij loopt dan maar naar huis. Tegen middernacht arriveert hij na veel omzwervingen weer in de kelderwoning van zijn Duitse grootouders. De opluchting is groot bij het gezin.

Dwangarbeiders

Dirk wordt daarna aan het werk gezet in een barak met Russische gevangenen, waar hij tijdens schafttijd vaak meerdere keren naar de keuken gaat om de uitgehongerde dwangarbeiders wat extra eten te geven. Totdat dit in de gaten loopt en de gevangenen hem waarschuwen dat de jongen ermee op moet houden.

Het is inmiddels 1945. ,,Op een dag hoorde moeder Brode dat er een mogelijkheid was om naar Nederland terug te keren.’’

Half maart stapt moeder Brode met haar gezin op de trein: de 14-jarige Dirk, de twee jaar jongere Guus, de peuter Jaap en de acht maanden jonge baby Otto, die naar zijn vader is vernoemd. Om de haverklap wordt de trein beschoten en pas na enkele dagen bereiken ze de Nederlandse grens, want er moet als gevolg van bombardementen vaak gestopt of omgereden worden.

Dirk ziet van het front treinen vol dode en gewonde Duitse soldaten terugkeren. ,,Het kijken daarnaar was al heel gewoon geworden. Het deed ons niets meer. Wat kan een mens in deze omstandigheden toch hard worden.”

Kerktoren stort in

Enkele weken lang zitten ze vlak voor het westelijke front vast. Met NSB’ers die ze tegenkomen, maakt moeder Brode voortdurend ruzie. Ze maakt ze uit voor landverraders. In Coevorden worden ze tijdelijk ingekwartierd in een school.

Het front trekt voorbij; het gezin verstopt zich tijdens de beschietingen. Waarbij Dirk nog een kerktoren ziet instorten. Na flinke tijd worden ze door Engelse soldaten bevrijd met de mededeling: ,,You can come out ma’am, the war is over.”

(Dirks vrouw Maartje zingt een spotliedje over een moffenkindje:)

Maar voor het gezin Brode, dat met Duitse identiteitspapieren reist, is dat helemaal niet zo. De Binnenlandse Strijdkrachten zetten het gezin in een school gevangen tussen een aantal NSB’ers. De omstandigheden in het door Nederlanders gerunde gebouw lijken op die in een concentratiekamp.

,,Er was bewaking, één kachel en een klein fonteintje voor een lokaal met twaalf mensen. In een paar dagen tijd zaten we onder de luizen. Het eten was karig en voor de twee kleintjes was er heel weinig melk, dus ook geen pap.”

Het wordt de baby noodlottig. ,,Op een morgen ging moeder eerst naar de kleine Otto kijken in de kinderwagen en ze vond de kleine dood in de wagen. Dat was een verschrikking voor ons. Als de donder werd er door de kampleiding een dokter gehaald, die vertelde dat de kleine aan ondervoeding en de vele omzwervingen was gestorven.”

Doodgraver

Dirk ziet voor zijn geestesoog zijn moeder nóg vertrekken in een koets van een doodgraver, met het kistje met haar baby op schoot. ,,Het ergste was nog dat wij niet met haar mee mochten. Ze moest hem alleen begraven. Dat is toch het ergste wat een moeder kan overkomen?”

Dirk blijft even stil. ,,Dat je als jongen van veertien jaar dat moest meemaken… wat is de oorlog toch verschrikkelijk, voor iedereen. Maar na deze droevige geschiedenis moest het leven toch verder gaan. Moeder had de zorg voor nog drie kinderen.”

Uiteindelijk is heel Nederland bevrijd en wordt na een telefoontje met een bekende ambtenaar in het gemeentehuis van Velsen de familie Brode ‘goed’ verklaard. Ze reizen met een boot over het onstuimige IJsselmeer naar Velsen terug en zitten daar op de toewijzing van een huis te wachten in de hal van het gemeentehuis.

Kabeljauw

Dan komt de Nederlandse oma van Dirk langs op een fiets. De flamboyante oma Boon smijt haar tweewieler aan de kant, knuffelt iedereen en gaat er dan tot verbazing van iedereen direct weer vandoor. Om niet veel later terug te komen met ‘een vissie’. Ze had een kabeljauw gehaald bij een visser. Het IJmuidense gezin smult er die avond heerlijk van.

Met dit typisch IJmuidense onthaal kwam er voor moeder Brode en haar drie kinderen een eind aan de oorlog, maar het zou nog tot 1948 duren voordat vader Brode weer terug kon keren bij het gezin. De Duitse ordonnans was krijgsgevangene van de Russen en kwam via veel omzwervingen drie jaar na de oorlog pas weer terug.

,,Eindelijk kon het gewone leven weer een aanvang nemen”, zegt Dirk Brode. ,,Hiermee wil ik mijn relaas van ons gezin beëindigen, met de hoop dat we dit nooit meer mee hoeven te maken.”

’Ik moest bij de Hitlerjugend. Als jongen van 13 vond je dat hartstikke mooi, want je kreeg een uniform en een dolk. Mijn opa vond het verschrikkelijk. Die vervloekte het nazidom’ [video]
Trouwfoto uit 1956 van Dirk en Maartje Brode.

Meer nieuws uit Regio

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.