Premium

Column Chris Aalberts: Signaal

Column Chris Aalberts: Signaal
Chris Aalberts.
© Foto Hedske Vochteloo

Deze week stemde de Tweede Kamer in met het omstreden EU-handelsverdrag met Canada: CETA.

Minister Kaag (D66) was blij. Vreemd, want er was een meerderheid van slechts drie stemmen. Die overwinning heeft het kabinet bovendien veel moeite gekost: de ChristenUnie wilde eerst extra toezeggingen.

Kaag noemde de stemming ’een belangrijk signaal naar Europa en de wereld’. D66-Europarlementariër Samira Rafaela meende er zelfs ’een krachtig signaal’ in te zien.

Deze D66’ers bedoelen waarschijnlijk dat Nederland laat zien nog steeds een handelsland te zijn dat graag verdragen sluit met bevriende naties. IJdele hoop natuurlijk: de linkse en rechtse oppositie waren verenigd in hun resolute afwijzing van het vuistdikke document. Ook partijen als SGP en 50Plus waren tegen, terwijl zij hard nodig zijn voor een meerderheid in de Eerste Kamer. Ook de Groep Otten moet voor stemmen, maar die is vooralsnog tegen. De laatste hoop is de PvdA.

Deze stemming is een signaal dat een tijdperk op zijn einde loopt: de kritiek op dit soort verdragen is toegenomen en het is nog maar nauwelijks mogelijk ze te sluiten. Er wordt al gespeculeerd over het uitstellen van de stemming in de Senaat als er geen meerderheid mocht zijn. En zelfs als Nederland ja zegt is CETA niet definitief aangenomen. Er zijn nog dertien landen die hun handtekening moeten zetten. Waar komt al die trage besluitvorming toch vandaan?

Het antwoord is dat de burger van nu zich afvraagt waar we eigenlijk mee instemmen. Dat geluid dringt via steeds meer partijen door, of ze nu SP, 50Plus, Partij voor de Dieren of Forum voor Democratie heten. We kennen dit probleem nog wel van het Oekraïne-referendum: Nederland moest met een verdrag instemmen waarvan niemand precies wist wat erin stond, niemand de tijd en moeite had genomen om de honderden pagina’s echt door te nemen en waarvan het – zelfs na lezing – volstrekt onduidelijk was wat de consequenties ervan waren.

Als bonus bleken na de invoering enkele waarschuwingen van tegenstanders terecht, zoals de massale EU-import van Oekraïense plofkippen. Vooraf geloofden velen de waarschuwingen niet, achteraf zit men op de blaren.

Vroeger was dit soort onzekerheid er ongetwijfeld ook, maar toen was het oordeel sneller positief omdat er vertrouwen bestond in ministers en onderhandelaars. Nu is dat omgekeerd: bij twijfel niet oversteken. Die is er over de positieve economische effecten van CETA, maar vooral over de mogelijke negatieve gevolgen: wat doet zo’n verdrag met de macht van grote bedrijven, de kwaliteit van publieke voorzieningen en de rechtsgelijkheid? Er zijn meer redenen om tegen CETA te zijn dan voor. Dan is de conclusie eenvoudig: zelfs als het lukt om CETA door de Eerste Kamer te loodsen, zal het een van de laatste grote handelsverdragen zijn.

Dat was het signaal van deze week.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.