Premium

Plastic te land, ter zee en in de lucht

1/4

Er komt elk jaar circa vier tot twaalf miljard kilo plastic in het milieu terecht. Plastic vergaat niet, maar plastic producten - zoals boodschappentasjes, flessen en rietjes - worden vaak broos en vallen uiteen in kleine plastic vezels van enkele millimeters of zelfs kleiner.

Milieu-toxicoloog Thijs Bosker onderzoekt de verspreiding van deze zogeheten microplastics en welke effecten ze hebben op dieren en andere organismen. Plasticvervuiling is een zichtbaar probleem en toont de enorme impact die wij als mensen hebben, aldus Bosker. „We moeten af van de wegwerpmaatschappij.”

Hij is net terug in Nederland na zeven maanden onderzoek doen in Nieuw-Zeeland. Daar onderzocht Bosker de mate waarin walvissen worden blootgesteld aan microplastics. Hij deed dit door in het laboratorium te kijken naar monsters van walvissenpoep en daarmee achterhaalde hij hoeveel microplastics de walvissen in hun lichaam hadden gehad. De hoeveelheid plastics die hij en zijn collega’s aantroffen in de monsters logen er niet om. Bosker: „We vonden in de poep zo’n zes tot tien plastics per gram. Je kunt je voorstellen dat de totale blootstelling bij zo’n immens dier behoorlijk groot is.”

Extreem langzaam

Microplastics zijn te klein om te recyclen en vergaan hoogstwaarschijnlijk niet (of het proces gaat extreem langzaam). Er bestaan primaire en secundaire microplastics: de eerste soort wordt bewust toegevoegd aan producten zoals gezichtsscrubs en make-up, de tweede variant zijn afgebrokkelde stukjes van grotere producten. In het milieu vinden we met name secundaire microplastics, aldus Bosker.

De hoeveelheid plastic en microplastics blijft alleen maar toenemen. „Er wordt gesteld dat er vijfhonderd keer meer microplastics in de oceanen drijft dan dat er sterren in de Melkweg zijn”, zegt Bosker. „En dit is waarschijnlijk zelfs nog een grote onderschatting.”

Bosker onderzoekt in hoeverre organismen aan microplastics worden blootgesteld en wat daarvan het risico is, legt hij uit. „We krijgen daar als onderzoekers een steeds beter beeld van.”

Bosker werkt, naast zijn recente onderzoek in Nieuw-Zeeland, aan diverse onderzoeken waarbij hij in het laboratorium verschillende planten en kleine organismen blootstelt aan microplastics om te kijken wat voor effect het heeft op hun gezondheid. De hoeveelheden microplastics die we nu in het milieu aantreffen, zijn te laag om bij de meeste organismen gezondheidsschade te veroorzaken, stelt hij. Hij legt uit dat dit waarschijnlijk komt doordat plastic niet is gemaakt om biologische processen in mensen, dieren en andere organismen te veranderen, iets dat andere chemische stoffen - zoals medicijnen en pesticiden - wel kunnen doen. Dieren en organismen krijgen dus wel microplastics binnen, maar het meeste gaat via hun spijsverteringsysteem ook weer naar buiten.

Flinke toename

Maar wat kan er gebeuren als de hoeveelheid plastic en microplastics in ons milieu blijft toenemen? Ook daar doet Bosker onderzoek naar. We verhogen hiervoor de dosis microplastics waarbij deze soms wel 100 tot 1000 keer hoger wordt dan wat we normaal gesproken in het milieu aantreffen, zo legt hij uit. „Dan zien we inderdaad wel effect.”

Voor dit soort experimenten creëert Bosker kleine ecosystemen met watervlooien. Deze kleine organismen moeten zich staande houden in een omgeving waar ze te maken hebben met veel plastics en voedselschaarste. Als er meer plastics worden toegevoegd, krijgen de organismen het zwaarder te verduren. Bosker: „Waar ik met name naar kijk is of de organismen zich kunnen blijven ontwikkelen en reproduceren. Als organismen moeite hebben om zich voort te planten, kan dit problemen opleveren voor hun populatie en voor de voedselketen waar ze onderdeel van zijn.”

Onrust

Of dieren en mensen ook te maken gaan krijgen met gezondheidsproblemen als de microplastics-vervuiling blijft groeien, is nog onduidelijk. „Als milieu-toxicoloog doe ik geen onderzoek bij mensen, maar richt ik mij op organismen en ecosystemen”, zegt Bosker. Hij merkt wel dat de publieke aandacht voor plastic en microplastics sterk is toegenomen en dat er veel onrust is over de mogelijke schadelijke gevolgen voor mensen en de natuur. Dat we hierdoor bewuster omgaan met afval en alternatieven voor wegwerpplastic gaan gebruiken, is volgens Bosker positief. Toch is dit volgens hem slechts een eerste en relatief kleine stap in de goede richting. „Er zijn andere milieuproblemen die, mijns inziens, schadelijker zijn en waar actie voor nodig is”, zegt hij. Het gaat volgens Bosker om ontwikkelingen waar we op korte termijn de effecten wel echt van gaan merken, zoals de terugloop van de biodiversiteit, overbevissing, ontbossing en de opwarming van de aarde. „Op basis van de feiten maak ik mij oprecht zorgen”, zegt hij.

Om deze veranderingen tegen te gaan, zijn er volgens Bosker fundamentele maatschappelijke veranderingen nodig. „Dat gaat verder dan geen plastic zakjes meer gebruiken”, merkt hij op. „Als consumenten maken we de grootste impact als we de vleesconsumptie verminderen. Dit draagt onder meer bij aan het tegengaan van klimaatverandering, biodiversiteitsverlies, ontbossing en de stikstof-uitstoot. Zo’n stap gaan we waarschijnlijk moeilijker vinden dan het vervangen van plastic rietjes en boodschappentassen omdat we er echt iets voor moeten opgeven.”

Stijgende zeespiegel

Volgens Bosker gaan alle landen de gevolgen van milieuvervuiling, ontbossing, verlies aan biodiversiteit en klimaatverandering merken. Ook Nederland, dat al eeuwenlang een strijd voert tegen de opkomst van het zeewater. Bosker vermoedt dat we opnieuw manieren gaan vinden om het land te beschermen tegen de stijgende zeespiegel als gevolg van klimaatverandering. „We will engineer our way out of it”, zegt hij. Het vooruitzicht voor inwoners van Bangladesh, een ander land onder zeeniveau, is echter een stuk slechter. Dit land mist de financiële middelen en organisatiestructuur, die Nederland wel heeft, om zich te wapenen tegen het stijgende water.

De landen die bij klimaatverandering wel hun hoofd letterlijk en figuurlijk boven water houden, krijgen te maken met andere problemen en vraagstukken, denkt Bosker. Een grote internationale migratiecrisis als gevolg van klimaatverandering is volgens hem niet ondenkbaar. Kunnen we mensen aan de grens weigeren als het in hun land onveilig is geworden vanwege klimaatverandering, vraagt hij zich hardop af. Zeker als we door onze manier van produceren en consumeren het meest hebben bijgedragen aan de problemen.

Uiteindelijk moet er een maatschappelijke omslag komen waarbij we minder consumeren en meer gericht zijn op het duurzaam gebruik van onze hulpbronnen, vindt Bosker. „In Nederland wordt tijdens Prinsjesdag vaak gesproken over de stijging van de koopkracht, maar we hebben niet ’meer koopkracht’ nodig. We moeten juist minderen.”

Anika van de Wijngaard

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.