Premium

’Speuren als Sherlock Holmes’ nodig bij reconstructie van kunstcollectie Paul Rijkens

’Speuren als Sherlock Holmes’ nodig bij reconstructie van kunstcollectie Paul Rijkens

Een enorm schilderij van Gustave de Smet wordt van de muur gehaald om op een andere plek beter tot zijn recht te komen, ’Oude boerderij’, ook van zijn hand, wordt verderop onderworpen aan een conditiecheck en de belichting van de tientallen werken aan de muren wordt in gang gezet.

Na tweeënhalf jaar zoeken, veilinghuizen aanschrijven en lobbyen bij kunstbezitters, ziet gastconservator Kees van der Geer de expositie ’Paul Rijkens Collectie’ in Stedelijk Museum Alkmaar vorm krijgen.

Bij binnenkomst in de expositiezaal vallen de half doorzichtige gordijnen op, die vanaf het plafond een soort extra afscheiding tussen de verschillende delen van de tentoonstelling vormen. ,,Zo zie je steeds een beetje van wat je nog te wachten staat’’, licht Van der Geer toe. ,,Het houdt het spannend.’’

Paul Rijkens (1888-1964), zoon van een margarinefabrikant, wist begin vorige eeuw een jarenlang slepend zakelijk conflict tussen margarinebedrijven Van den Bergh en concurrent Jurgens op te lossen. Dit leidde tot de oprichting van de Margarine Unie en, na een fusie met de Britse zeep- en botermagnaat Lever Brothers tot Unilever. Rijkens begon als topman van Unilever in Engeland en was daar in oorlogstijd de diplomatieke steun en toeverlaat van de Nederlandse regering in ballingschap.

Nauwelijks bekend

Ook na de oorlog bleef hij actief op diplomatiek gebied. Zo stond hij aan de wieg van de samenwerking in Europa en spande hij zich in voor de verbetering van de banden met Amerika. Van der Geer: ,,Hij zei altijd ’ik doe vijf dagen per week Unilever en op vrijdag, zaterdag en zondag doe ik Nederland. Het was een van de meest interessante mensen uit de vorige eeuw, maar hij is nauwelijks bekend. Momenteel is er een biografie over hem in de maak.’’

Behalve topindustrieel en diplomaat was hij dus kunstverzamelaar. Van werk van toonaangevende Nederlandse en Belgische kunstenaars uit die tijd. Zijn collectie telde bij zijn overlijden meer dan 500 schilderijen en 300 etsen.

En die omvangrijke verzameling viel uiteen doordat zijn nabestaanden slechts een deel van de werken zelf hielden. Voor Van der Geer, die eerder ook tekende voor de expositie in Stedelijk Museum Alkmaar van de collectie van Wim Selderbeek, was het dan ook een enorme klus om de collectie enigszins te reconstrueren. ,,Vooral ook omdat hij jaren in Engeland heeft gewoond, waar ook een deel van de werken terecht is gekomen. Het was echt speuren, af en toe voelde ik me net Sherlock Holmes.’’

En dat leverde soms heel leuke anekdotes op. ,,De vrouw van Rijkens reed paard en er was een schilderij dat Toon Kelder maakte van haar met twee paarden. Dat wilde ik graag hebben voor de expositie. Ik kon het uiteindelijk lokaliseren bij een lokale veiling in Engeland en de eigenaar nodigde me uit om het te komen bekijken. Hij had het gekocht voor zijn nichtje dat van paarden houdt. Het schilderij, 1 meter 80 bij 1 meter 60, hing letterlijk bij de paarden in de stallen bij het kasteel. Uiteindelijk is het niet gelukt het werk hierheen te krijgen. De eigenaar zag er vanaf vanwege de Brexit.’’

Mecenas

Rijkens had heel veel werken van Toon Kelder, met wie hij een hechte vriendschap had opgebouwd en voor wie hij een echte mecenas was. ,,Hij stond Kelder zowel financieel als privé altijd bij’’, vertelt Van der Geer. Ook toen Kelder in later jaren steeds abstracter ging werken, iets wat Rijkens maar niks vond, bleef hij hem -en zijn vrouw, die zich in Frankrijk ontpopte tot bekende naïeve kunstenaar- steunen. En Kelder was niet de enige. Ook kunstenaars als de Belgische schilder Walter Vaes en Matthieu Wiegman konden op zijn hulp rekenen.

Ook bijzonder: hij sprong financieel bij om de dansopleiding van de toen 17-jarige Edda Ruston in Engeland te bekostigen. Wat hij toen niet wist, is dat Edda als Audrey Hepburn zou uitgroeien tot een van de grootste filmsterren van de twintigste eeuw.

De werken op de expositie tonen een dwarsdoorsnede van de kunst uit begin vorige eeuw. Zoals heel uiteenlopende werken van Jan Sluijters -van een traditioneel geschilderd portret van de Italiaanse kunstschilder Vallati tot een in felle kleuren geschilderd model in controversiële pose. Maar ook een zelfportret van George Hendrik Breitner dat in 1960 voor het laatst is geëxposeerd en het enige werk dat in bezit is van het Stedelijk Museum Alkmaar: het kubistische ’De prediking van St., Willibrord’ van Matthieu Wiegman uit 1914.

En nog een werk met anekdote: het levensgrote schilderij ’Naakt met badmantel’ van Théo van Rysselberghe uit 1913. ,,Dat heb ik uit Turkije hierheen weten te halen’’, vertelt Van der Geer. ,,Kijk naar het rood op haar wangen en de blauwe schaduwen; het is prachtig. Singer in Laren heeft deze zomer een expositie over Van Rysselberghe.’’ Met een grijns: ,,Maar wij hebben dit werk. Dat soort kleine overwinningen is zo leuk.’’

Marjolein Elfring

Meer nieuws uit Cultuur

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.