Column Fluitsignaal: Juichen kan op vele manieren

Columnist en clubscheidsrechter Wouter van der Schaaf.

Columnist en clubscheidsrechter Wouter van der Schaaf.© Archieffoto

Wouter van der Schaaf

Clubscheidsrechter Wouter van der Schaaf bericht elke week over wat hij heeft meegemaakt of gezien op een regionaal voetbalveld.

Juichen na een doelpunt is een kunst op zich. Je hebt de egotrippers. Die juichen in de eerste plaats zichzelf toe. Tuurlijk, leuk dat het team er is, maar het maken van een doelpunt is vooral : „Kijk naar mij! Ik maakte net een doelpunt. Juich voor mij!”

Je hebt ook de aanstellers. Die zijn zo door het dolle heen dat ze de raarste fratsen uithalen. Ze rennen als een dolle naar de hoekvlag, maken een dansje, spreiden de armen om zichzelf te laten bewonderen. Ronaldo kwam een paar jaar geleden met zijn standbeeldjuich. Opspringen, halve draai, standbeeld. Met een blik in de ogen van „Aanbid mij!” Sommige jongetjes in teams onder 12 jaar heb ik deze gekkigheid al zien imiteren. Coaches zouden moeten bevorderen dat juichen een teamgebeurtenis is.

Een ander juichmodel is de glij-juich. Plat op je buik - of op je knieën - door het gras glijden. Ook hier vaak richting de cornervlag. Niet aan te bevelen op kunstgras. Dan is er nog de koprol, het hartje voor de camera en het aanroepen van de overleden, maar o zo geliefde grootmoeder. Ik ben benieuwd of dit seizoen nog een nieuwe juichtrend zal worden geïntroduceerd. Shirt uitdoen is geen optie. Dat levert alleen maar geel op.

Maar wat het ook gaat worden, de mooiste van de mooiste juichbeweging behoort nog steeds aan Johan Cruijff toe. Opspringen, één arm molenwiekend in de lucht. Wapperend haar. En dan zo zweven dat het wel gewichtloos lijkt. De perfectie van het juichen.

Meer nieuws uit Sport Regionaal