Premium

Kijken naar kunst verbetert het oog voor detail

1/3

Veel ziekenhuizen in Nederland hebben een omvangrijke kunstcollectie. Er wordt vaak verondersteld dat kunst de patiënten troost, rust en afleiding kan bieden, en er is zelfs onderzoek gedaan naar de vermeende helende werking van beeldende kunst in ziekenhuizen.

Ook artsen en onderzoekers blijken veel te kunnen leren door naar beeldende kunst te kijken. Al in de jaren negentig van de vorige eeuw toonde de Amerikaanse dermatoloog Irwin Braverman aan dat zijn studenten door nauwkeurig beeldende kunst te bestuderen, ook betere observaties deden bij de patiënten die zij moesten onderzoeken. Inmiddels is het ’kijken naar kunst’ een verplicht college geworden bij medische masteropleidingen van verschillende Amerikaanse universiteiten. Bij Nederlandse opleidingen is dit niet het geval, maar ze treden wel een beetje in de voetsporen van de Amerikaanse universiteiten.

Scherper oog

Zo kwam het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) afgelopen najaar met een uitgebreide collegereeks waarin studenten leerden kijken naar kunst: niet alleen om een scherper oog voor details te ontwikkelen, maar ook om te onderzoeken wat kunst voor waarde heeft in de omgeving waarin zij werken. „Het is belangrijk om studenten ervan bewust te maken dat hun gedachtes soms te snel kunnen gaan”, zegt arts en gynaecoloog Frank Willem Jansen van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Leren kijken naar kunst kan daarbij helpen, stelt hij.

Jansen is lid van de kunstcommissie van het LUMC en werkt in zijn vrije tijd als beeldhouwer. Hij kwam op het idee om in Leiden een speciaal kunstcollege op te zetten om studenten, met name van de studie geneeskunde, meer te leren over kunst en ze tegelijkertijd extra vaardigheden bij te brengen om beter te observeren.

Drie stappen

Observeren, interpreteren en responderen, dat zijn de drie stappen die artsen doorlopen bij het stellen van diagnoses, legt Jansen uit. Hij benadrukt dat het niet verkeerd is als een arts snel tot een conclusie kan komen. Sterker nog, het is in veel gevallen cruciaal dat artsen dit doen. „Ik doe het zelf ook want door mijn ervaring gaan mijn gedachtes snel als ik een patiënt zie”, zegt Jansen. „Daar leren studenten ook voor.” Tegelijkertijd hecht hij er veel waarde aan om studenten te leren geduldig te observeren zodat ze meer kennis vergaren over hun patiënten voordat ze signalen gaan interpreteren.

Het idee dat artsen nauwlettender naar hun patiënten kijken nadat ze kunst hebben bestudeerd, is niet nieuw. Het werd zelfs al in de jaren negentig van de vorige eeuw wetenschappelijk onderbouwd door dermatoloog Irwin Braverman van Yale School of Medicine.

Braverman merkte op dat dermatologen in opleiding moeite hadden met het herkennen van details bij patiënten met huidaandoeningen of andere klachten. Hij bedacht toen dat ze hun observatievaardigheden wellicht zouden verbeteren als hij ze liet oefenen met het observeren van details in kunstwerken. Hij ging met studenten naar Yale Centre for British Art waar ze een figuratief schilderij bestudeerden.

De methode van Braverman bleek succesvol. Hij zag verbeteringen bij zijn studenten en zette vervolgens een studie op waarmee hij wetenschappelijk aantoonde dat beeldende kunst ingezet kan worden als middel om de observationele vaardigheden van studenten en artsen te trainen. Voor de studenten van de masteropleiding van Yale School of Medicine werd het kunstcollege een verplicht onderdeel van het curriculum.

Honours-college

In Nederland is het LUMC niet het eerste academische ziekenhuis dat een kunstcollege aanbiedt. Eerder introduceerde de Radboud Universiteit Nijmegen een masterclass getiteld: ’De kunst van kijken en zien voor de medische professie’. Het Erasmus MC in Rotterdam zette eveneens een kunstcollege op.

In Leiden is het college - dat in december ten einde liep en waar komend collegejaar een tweede editie van komt - een zogenaamd honours-college. Dit betekent dat studenten vanuit alle studierichtingen in principe kunnen deelnemen want de honours-colleges zijn bedoeld voor studenten die naast hun studie extra vakken willen volgen. Het is dus niet exclusief voor studenten van de opleiding geneeskunde en tegelijkertijd is het honours-college ook geen verplichte kost voor studenten van deze studie. Toch denkt Jansen dat het een goede aanvulling zou zijn op het reguliere vakkenpakket van de opleiding geneeskunde.

Tijdens de collegereeks bezochten de studenten Museum de Lakenhal. Met behulp van het Provoke-systeem, een belangrijke observatiemethode die in de dermatologie wordt toegepast om plekjes op de huid te onderzoeken, moesten studenten verschillende details op de schilderijen bestuderen. Provoke is een afkorting die staat voor: plaats, rangschikking (verdeling van plekken op het lichaam), omvang, vorm, omtrek, kleur en efflorescentie (de huiduitslag).

Om figuren en voorstellingen op schilderijen te bestuderen, werd de methode wel iets aangepast. Dit werd gedaan door dermatoloog Marianne Crijns, die als gastdocent meewerkte aan het honours-college. De methode wordt ook ingezet bij speciale rondleidingen in het Mauritshuis in Den Haag. Ook dit museum organiseert rondleidingen voor dermatologen, andere artsen en studenten om hun observatievermogen aan te scherpen.

Taboe

Behalve het bezoek aan het museum, gingen de Leidse studenten ook op atelierbezoek bij kunstenaars waarvan werk in het LUMC wordt geëxposeerd. Het LUMC heeft een kunstcollectie van circa 2600 kunstwerken. De collectie bestaat uit tekeningen, schilderijen, foto’s, video’s en beeldhouwwerken. Vrijwel alle kunst is in de openbare ruimtes van de drie gebouwen te zien en er staan nauwelijks werken in het depot, zo vertelt hoofd kunstzaken Sandrine van Noort die ruim twaalf jaar als conservator voor het ziekenhuis werkt. Toen Jansen op het idee kwam voor de nieuwe collegereeks, benaderde hij als eerste Van Noort. Samen werkten ze de collegereeks onder de titel ’Kijken naar de (Genees)kunst’ uit en legden het voor aan de examencommissie. In september startte het college met vijftien studenten.

Inmiddels zijn de colleges voorbij, maar in het voorjaar volgt ook nog een aansluitende tentoonstelling getiteld: ’Taboe of niet? Controverses in openbare kunstcollecties’. Van Noort zette de tentoonstelling op samen met Sabrina Kamstra, hoofd Kunstzaken van het Amsterdam Medisch Centrum (AMC). „Het is opvallend dat ook kunstwerken met minder voor de hand liggende taboes heftige reacties kunnen oproepen”, stelt ze. Om dit te onderzoeken en er een verklaring voor te vinden, vroegen de twee conservatoren andere medische centra of zij ook kunstwerken in de openbare ruimten hebben die tot heftige reacties leiden. Deze werken worden vanaf maart in de tentoonstelling in het LUMC getoond.

Kritiek

De afgelopen jaren ontving Van Noort zelf ook regelmatig kritische reacties op kunstwerken die ze exposeerde in het LUMC. Wanneer gaat kunst te ver en is het te controversieel om in een ziekenhuis te tonen? Van Noort merkt op dat het altijd om een subjectief oordeel gaat. „It’s in the eye of the beholder”, zegt ze. „Wij conservatoren vinden de werken in deze tentoonstelling helemaal niet controversieel.”

De overheersende gedachte in het LUMC is dat de kunst kleurrijk en opbeurend moet zijn, merkt Van Noort op. Artsen en medewerkers in het ziekenhuis geven de meeste kritiek op kunstwerken met donkere kleuren omdat het veelal somber overkomt. Dit zou niet goed zijn voor de sfeer en patiënten. Van Noort en Jansen hebben daar een andere kijk op. Van Noort merkt op dat het per patiënt verschilt wat ze mooi vinden; een donker kunstwerk kan soms juist waardering krijgen omdat sommige patiënten of hun familieleden in een situatie verkeren waarin ze geen behoefte hebben aan overdadige kleur en vrolijkheid. Jansen deelt haar mening, maar concludeert dat de context van het ziekenhuis er wel voor zorgt dat kunstwerken vaak toch anders worden geïnterpreteerd. Een foto van een meisje dat in een bos ligt, kan in een museum of galerie mooi gevonden worden. In het ziekenhuis denk je bij dit werk ineens aan de dood, legt hij uit.

„Als je jezelf verdiept in de drijfveren van de kunstenaar, kantelt je beeld dan?”, vraagt Van Noort zich af. Tijdens één van de colleges legde ze deze vraag ook voor aan de studenten. Ze liet ze vervolgens een essay schrijven over een specifiek kunstwerk dat als controversieel wordt beschouwd om met een verklaring te komen op de vraag waarom het heftige reacties oproept. „We daagden de studenten uit om verder te kijken en niet alleen op hun vooroordelen af te gaan”, zegt Van Noort.

„Je ziet dat mensen soms niet eens weten waar ze naar kijken en daar gaat de nieuwe tentoonstelling ook over.” Volgens Van Noort zijn er twee manieren om tot een oordeel te komen bij het bekijken van kunst: intuïtief reageren of alles in je opnemen en afwegen. Om een kunstwerk te begrijpen, moet je soms ook leren om naar het achterliggende verhaal te kijken, aldus de conservator. Bij het onderzoeken van patiënten is dit volgens Jansen eveneens van groot belang om te doen. Vervolgens gaat het er niet alleen om dat artsen details kunnen opmerken en deze uitvoerig bestuderen, het is ook belangrijk om de details in een context te zien, stelt de arts.

Perspectief

Het verhaal achter een kunstwerk kan ervoor zorgen dat een kunstwerk, dat op het eerste oog donker en somber overkomt, opeens vanuit een ander perspectief wordt bekeken. Kunstwerken die juist heel kleurrijk zijn, kunnen op hun beurt juist een somber verhaal met zich meedragen. De toeschouwer heeft dit veelal niet in de gaten. Het LUMC heeft zo’n kunstwerk in de collectie: het gaat om een tekening van kunstenaar Ronald Ophuis. De kunstenaar toont een groep vrouwen met hun ruggen naar het publiek toe en kleurrijke paraplu’s boven hun hoofd. Van Noort kreeg veel positieve reacties van medewerkers van het LUMC omdat het beeld kleurrijk is en vrolijk overkomt. Toch is het niet wat het lijkt, legt de conservator uit. Op de tekening van Ronald Ophuis zijn namelijk rouwende nabestaanden geportretteerd die bij de graven staan van mannen die werden gedood tijdens de oorlog in Srebrenica.

Anika van de Wijngaard

De tentoonstelling ’Taboe of niet? Controverses in openbare kunstcollectie’ opent op vrijdag 6 maart in Galerie LUMC.

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.