Premium

Annie Loose: ’Daar zaten we dan met onze badpakjes aan in de schuilkelder’ [video]

Annie Loose: ’Daar zaten we dan met onze badpakjes aan in de schuilkelder’ [video]
Annie Loose, stadsmeisje op de boerenschool.
© Foto Peter Schat
Schagen

Truus Loose was weduwe geworden in de oorlog en met haar gezin met twee dochters (Riet, 21 en Annie, 13) ging het in het Hongerwinter niet goed. De pastoor van de Vredeskerk in de Amsterdamse buurt De Pijp greep in. Voor Annie werd tijdelijk onderdak gevonden bij een West-Fries boerengezin. Haar bonkaart bleef achter in Amsterdam, zodat haar moeder en zus over extra voedsel beschikten.

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

Het werd nog aangevuld met de vervalste bonnen, die een vriend van Riet, die kunstenaar was, kon produceren. Annie, die dit jaar 89 wordt en woont in een seniorenappartement in Schagen, herinnert zich nog veel, zij het niet alles, van de oorlogsjaren.

„Dat de buurjongen die me wegbracht en ik door de Beemster fietsten weet ik nog. Op fietsen met houten banden. Of we daar ergens overnacht hebben? In Zwaagdijk leverde hij me af bij de familie Floris, waar ik tot na de bevrijding zou blijven. Of hij is teruggegaan of ook daar ergens een onderkomen vond, weet ik niet meer. Het was enorm ver fietsen vanuit Amsterdam!”

Moidje

Annie kwam in een compleet andere, onbekende wereld. Tegenover de vrije sfeer die er thuis heerste stond een strak regiem van hard aanpakken en geregelde kerkgang.

„Ik had mijn ouders nog nooit naar de kerk zien gaan. En zij trokken op zondag ook andere kleren aan. Het waren lieverds hoor, ze noemden mij hun ’moidje’ en ik zei oma en opa tegen hen.”

Het boerengezin Floris had veel kinderen. De jongste dochter Vera woonde nog thuis, plus enkele zoons. Oudere zoons hadden eigen boerderijen verderop. „Ik sliep de eerste nacht bij Vera in de bedstee. Zoiets had ik nog nooit gezien.”

Annie Loose: ’Daar zaten we dan met onze badpakjes aan in de schuilkelder’ [video]
Annie Loose in communiejurk met dochter Vera Floris van het boerengezin in Zwaagdijk.
© Archief Annie Loose

Met dorsvlegels ging ze bonen te lijf en ze lieten haar koeien melken. „Dat getrek vond ik maar eng.” Ze moest helpen de nabijgelegen kapel schoon te maken.

Altaar

„Dan zat ik met de borstel bovenop het altaar te schrobben. Prachtig vond ik dat, op het altaar, hoe kon dat, hè.”

Ze hikt van de lach als ze terugdenkt aan de belevenissen. Bijvoorbeeld dat ze een kamer inliep die streng verboden toegang was. „Alleen op zondag mocht je die gebruiken. Ik dorst er nauwelijks in, zo bang was ik met mijn ADHD wat van die prachtige spulletjes die er stonden om te stoten.”

Annie Loose: ’Daar zaten we dan met onze badpakjes aan in de schuilkelder’ [video]
Op de foto met opa en oma Floris in Zwaagdijk ter gelegenheid van bij de plechtige H. communie in juni 1945. Moeder Truus is ervoor uit Amsterdam gekomen.
© Archief Annie Loose

Het stadsmeisje werd naar de boerenschool in Zwaag gestuurd. Ze vond het heerlijk. De band met het echtpaar Floris bleef tot na de oorlog bestaan. In juni 1945 deed Annie er plechtige H. communie.

Haar moeder was er ook bij, getuige de paar groepsfoto’s die bij de boerderij zijn gemaakt. Met opa Floris, bij een koe, staat ze met twee poesjes in haar armen ook op de foto. „Dat fokte maar aan, ik kreeg een witte nog mee naar Amsterdam.”

Annie Loose: ’Daar zaten we dan met onze badpakjes aan in de schuilkelder’ [video]
Annie bij ’opa’ Floris op het land met twee poesjes in haar armen.
© Archief Annie Loose

Terwijl haar zuster na de bevrijding in Amsterdam op de jeeps van de geallieerden klom, maakte Annie het eind van de oorlog mee in Zwaagdijk.

„Toen kwamen de geweren onder de bedstedes vandaan. De zoons bleken bij het verzet te zitten en de wapens waren gedropt op het land achter de boerderij. Aan parachutes. Jammer dat ik daarvan niets heb meegenomen, want later hoorde ik dat je van de stof prachtige jurken kon maken.”

Vroedvrouwenschool

Op 11 oktober 1931 zag Annie Loose het levenslicht in de vroedvrouwenschool aan de Camperstraat in Amsterdam. Haar twee kinderen zouden daar later ook worden geboren.

Haar vader poogde haar aan te geven als Marijn, naar haar opa, doch dat werd bij de Burgelijke Stand niet als vrouwennaam geaccepteerd, zodat het Antje werd, later Annie. Haar moeder was in 1896 geboren in Monnickendam, haar vader in 1888 in Brabant. Ze ontmoetten elkaar in Amsterdam en trouwden daar in 1923.

Annies vader was de ’artiestenkapper’ van Carré. Hij knipte ze dikwijls in het Amstel Hotel, waar ze verbleven. „Mijn vader sprak ook makkelijk met alle mensen, de artiesten kwamen ook bij ons thuis in de Tulpstraat waar we voor de oorlog woonden, tegenover het hotel. Zoals Johan Heesters of Magda Janssens, namen die de mensen tegenwoordig weinig meer zeggen. Ik heb nog bij Johan Heesters op schoot gezeten!”

Annie Loose: ’Daar zaten we dan met onze badpakjes aan in de schuilkelder’ [video]
Groepsfoto met familieleden van opa en oma Floris. Annie in het midden en achter haar haar moeder.
© Archief Annie Loose

Ze schatert het uit. „De verhalen dat hij fout was, die speelden toen uiteraard nog niet, ondanks dat het wel al rommelde in Duitsland. Het was een knappe man. Mijn zus heeft hem nog geschreven, of hij zich ons nog kon herinneren. Nooit antwoord gehad.”

De eerste jaren merkte ze als kind weinig ervan dat het oorlog was. Het moment waarop de Joden sterren moesten dragen was een omslagpunt. Het werd ’een beetje raar’.

Een Joodse vrouw uit de Tulpstraat die zij tante noemde wachtte deportatie niet af en had zichzelf vergast, met het hoofd in de oven. Zo kwam de oorlog dichtbij. ’s Nachts zei ze voor alle anderen ’ik hoor ze vliegen’. Ook vielen er bommen op Amsterdam, onweer kan ze nog steeds slecht hebben.

Sirenes

In de oorlog zwom Annie, bij ADZ, de Amsterdamse Dames Zwemclub, in een zwembad aan de Vondelstraat. Bij luchtalarm werden de zwemsters uit het bad gecommandeerd door de badjuffrouw. „Het gebouw had een kelder. Wisten wij veel, daar kwam je niet. Als de sirenes gingen moesten we daar wachten tot het voorbij was. Zaten we dan in onze badpakjes, met alleen een handdoekje om dat je mee had kunnen pakken.”

In juni 1943 overleed haar vader in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam aan mogelijk een maaginfectie. Zij was twaalf en heugt zich nog goed dat de politie ’s avonds aan de deur kwam om haar moeder en haar bij het ziekenhuis te ontbieden.

Met een vergunning over straat te gaan na spertijd liepen ze naar het ziekenhuis. Haar vader leefde nog, de dag erop gingen ze er weer heen, toen was hij overleden en lag hij met een theedoek om zijn hoofd in een la in een koelcel. Een beeld dat ze nooit vergat. „Pappa is dood. Dat is dan zo onwezenlijk.”

Meer nieuws uit Regio

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.