Nigtevechter Stefan Wolffenbuttel werkt zich het hele jaar in het zweet voor zeven schamele ’wedstrijdjes’ in Oostenrijk en Zweden: ’Voor mij is het échte marathonschaatsen op natuurijs’

Nigtevechter Stefan Wolffenbuttel werkt zich het hele jaar in het zweet voor zeven schamele ’wedstrijdjes’ in Oostenrijk en Zweden: ’Voor mij is het échte marathonschaatsen op natuurijs’
Stefan Wolffenbuttel verraste vorig jaar op de Weissensee, maar wil nu meer: ,,Met de top-tien neem ik geen genoegen meer. Ik wil richting dat podium. Dan maar alles of niets.’’
© Archieffoto
Nigtevecht

Het klinkt gek, maar Stefan Wolffenbuttel ziet meer af tijdens 125 rondjes van in totaal vijftig kilometer op een kunstijsbaan in pak ’m beet Deventer of Hoorn dan tijdens tweehonderd kilometer onder de meest barre omstandigheden op de Oostenrijkse Weissensee. Mentaal dan. ,,Dáár heb ik het gevoel dat ik echt meetel.’’

Elfde, dertiende, veertiende: het zijn de hoogste klasseringen die de Nigtevechter (26) dit seizoen reed bij marathonwedstrijden op het hoogste niveau op de baan. ,,En dan te bedenken dat dit nog mijn beste seizoen in jaren is hè, puur naar het scorebord kijkend.’’

Beter gedijt hij op natuurijs. Een jaar geleden verraste Wolffenbuttel vriend en vijand door - min of meer uit het niets - vijfde te worden op het Open Nederlands kampioenschap op natuurijs, een wedstrijd over honderdvijftig kilometer op de Weissensee. Een paar dagen later deed hij het op hetzelfde ijs nog eens dunnetjes over met een achtste plaatst in de Alternatieve Elfstedentocht, een tocht van zelfs tweehonderd kilometer. ,,Het gaatje met de top wordt steeds kleiner. En ik hoop natuurlijk dit jaar weer een volgende stap te zetten. Al is dat niet altijd af te meten aan een uitslag. Je kunt een fantastische wedstrijd rijden en toch twintigste worden. Het moet ook een beetje meezitten.’’

Afvalrace

Wolffenbuttel is gemaakt voor natuurijs. Daarop voelt de rijder van het bescheiden Skate4Air zich thuis. ,,Voor mij is écht marathonschaatsen niet op de baan maar op natuurijs. Op de baan heb je veel minder variabelen waarmee je moet dealen. Het zijn altijd 125 rondjes van vierhonderd meter, waarbij je om de honderd meter linksaf slaat. En de ijskwaliteit is continu hetzelfde. Op natuurijs heb je veel meer facetten waarmee je om moet kunnen gaan. Er kan een snijdende wind staan, het kan sneeuwen, extreem koud zijn of juist dooien en de staat van het ijs is onvoorspelbaar, plus de wedstrijden zijn veel langer. Al dat maakt het veel selectiever. Op de baan zie je dat grote ploegen de koers vaak controleren en aansturen op een massasprint. Hoe zwaarder de wedstrijd, hoe lastiger het wordt de boel te regisseren. Is AB Vakwerk (de dominante ploeg van de Hoolwerfjes en topsprinter Gary Hekman, red.) daar dan ook nog toe in staat? Ik moet het nog zien. Op natuurijs strijd je niet alleen tegen elkaar, maar ook tegen de elementen. Het is een survival of the fittest en de kans is groot dat de sterkste man in koers ook daadwerkelijk wint.’’

In feite reist Wolffenbuttel in de eerste maanden van het seizoen elke zaterdag het land door voor een verplicht nummertje om eind januari, begin februari eindelijk echt in zijn element te kunnen zijn tijdens de wedstrijden op de Weissensee en op het ijs van de Botnische Golf bij het Zweedse plaatsje Luleå, waar het marathonpeloton aansluitend naar verkast. ,,We rijden negentien keer op de baan en maar zeven keer op natuurijs. Tenzij er nog wedstrijden op Nederlands natuurijs bij komen. Maar dat heb ik in die zeven jaar dat ik landelijk rijd nog niet mee mogen maken. Natuurlijk hoop ik nog eens een échte Elfstedentocht te schaatsen, maar uit het huidige peloton heeft niemand dat nog gedaan. Ik durf echt niet te zeggen of ’ie nog eens gaat komen. Je hoort pessimistische geluiden met betrekking tot de klimaatveranderingen. NASA gaf me een tijdje terug nog wel wat hoop door te stellen dat er een extreem koude winter aan zou komen. Maar tot nu toe hebben we nog niet één keer goede nachtvorst gehad.’’

Voldoening

Vanavond rijdt Wolffenbuttel nog op de Jaap Edenbaan in Amsterdam, waar de elfde wedstrijd in de strijd om de KPN Marathon Cup op de rol staat. Morgen stapt hij in de auto richting Oostenrijk. ,,Nog één ’moetje’? Nou, zo zou ik het ook weer niet willen noemen. Ik haal ook zeker wel voldoening uit de wedstrijden op de baan. Het is sowieso een goede training, een prikkel. En ik geniet ook van het ploegenspel en wil daaraan bijdragen. Mijn teamgenoot Robin Snoek staat redelijk kort in het klassement van de Marathon Cup. Ik help hem graag om zo hoog mogelijk te eindigen. Bovendien is Amsterdam voor mij toch een soort thuiswedstrijd. We trainen daar met het team en er komen veel mensen van de baan kijken en ook nog wat collega’s en meer familie en vrienden dan normaal. Dus ik wil me zeker wel laten gelden. Ook om te laten zien dat ik er goed op sta.’’

Meer kijkt Wolffenbuttel echter uit naar de weken die gaan komen. ,,Op de baan wil ik goed meedoen maar op natuurijs wil ik er écht staan. AB Vakwerk is de te kloppen ploeg, al vind ik Jordy Harink - uit het team van Jillert Anema - echt de sterkste op natuurijs. En vlak ook het Bouwselect van Mart Bruggink niet uit. Die won vorig jaar verrassend het ONK. Dat is meteen ook het mooie van natuurijs: er stijgen wel eens rijders boven zichzelf uit.’’

Geloof

Ook Wolffenbuttel heeft snode plannen. ,,Als je me dan toch vraagt waar ik de motivatie vandaan haal om het hele jaar door keihard te trainen en elke zaterdagavond weer die rondjes te maken voor die schamele zeven ’wedstrijdjes’, ligt het antwoord opgesloten in het feit dat ik ervan overtuigd ben dan ik kan winnen. Dat denk ik echt. Als ik dat geloof niet had, was ik al lang gestopt. Ik ben misschien niet de allersterkste in koers, maar mijn kracht is dat ik heel diep kan gaan en tactisch vrij sterk ben. Ze mogen dan inmiddels weten wie ik ben, echt serieus rekening met me houden, zullen ze nog niet. Als er in de finale iemand wegrijdt, zal er niet naar mij gekeken worden. En als ik dat zelf ben, denken ze wellicht: ’oh, die gaat voor een goede klassering, laat gaan’. Dat kan een voordeel zijn. Al moet ik eigenlijk niet te veel verklappen hè. Met de top-tien neem ik in ieder geval geen genoegen meer. Dat heb ik al meegemaakt, nu wil ik meer. Richting dat podium. En ik ben absoluut bereid daar risico’s voor te nemen. Dan maar alles of niets.’’

Meer nieuws uit Sport Regionaal

Keuze van de redactie