Premium

Wim Frisart: ’Ik maakte een heel andere oorlog mee dan mijn ouders. Ik had de tijd van mijn leven’ [video]

Wim Frisart: ’Ik maakte een heel andere oorlog mee dan mijn ouders. Ik had de tijd van mijn leven’ [video]
Wim Frisart (85) woont nog steeds in Hilversum, waar hij ook de oorlogsjaren doorbracht.
Hilversum

Wim Frisart zat op de lagere school in de oorlog. De Hongerwinter maakte de Hilversummer mee als tienjarige jongen. „Wat ik altijd bijzonder vind, ik zal het eerlijk zeggen want het is wel iets raars, is dat ik de tijd van mijn leven heb gehad.”

,,Ik heb een heel andere oorlog meegemaakt dan mijn ouders. Zij hadden te maken met nare gevolgen. Razzia’s, onderduiken, hoe kreeg je het eten voor elkaar... Mijn vader was verzekeringsagent. Hij was veel op pad en dat maakte hem geschikt voor illegaal werk. Om te voorkomen dat hij en mijn broer van zestien voor de Arbeitseinsatz werden opgepakt, was er in de keuken een luik gemaakt waar ze zich konden verstoppen.”

,,Ik weet nog dat ik soldaten aan zag komen door het raam van de voorkamer en dat zei. Mijn vader en mijn broer lieten zich onmiddellijk op de grond zakken en maakten kruipend dat ze onder het luik kwamen. Ik vond de oorlogsjaren echter één groot avontuur.”

Eropuit worden gestuurd om knolrapen te stelen van binnenvaartschepen in de Hilversumse haven was zo’n spannend iets. Of kijken als Duitse militaire straatgevechten gingen oefenen.

„Ze lagen met mitrailleurs in de tuin en schoten met losse flodders. Pang-pang-pang. Ik vond dat spannend. Het bombardement op Trompenberg in 1945 zag ik vanuit ons zolderraam. Met mijn oudere broer stond ik te kijken naar de over ons dak scherende jachtbommenwerpers. Wij kregen toen mijn moeder weer thuiskwam breed uitgemeten dat we niet naar de kelder waren gegaan.”

De jonge Wim zag hoe een weinig waakzame soldaat zich op het schuttersveld voor straf twintig keer moest opdrukken van een superieur. „Dat vonden we prachtig, natuurlijk.”

Bommenwerper

Op een nacht had de Duitse luchtafweer een Engelse bommenwerper neergeschoten. In onze straat stak een deel van de bommenwerper in een dak. De weg naar School Nummer 8 - scholen hadden indertijd nummers - ging over het ’geheime paadje’ dat liep door het bos parallel aan de Schuttersweg in Hilversum.

„Van de bommenwerper hing daar de volgende ochtend een parachute in de bomen met een stuk been erin. Vreselijk ernstig natuurlijk, maar zo heb ik het niet beleefd. We vertelde het op school en toen we ’s middags weer naar huis gingen was het weggehaald.” Bij luchtalarmoefening moest de klas onder de banken. „Was lachen natuurlijk.”

Vreemd vond hij wel de herinnering aan het bombardement van het Havenkwartier, waar hij woonde.

„Wij zaten ingekwartierd in de school aan de Violenstraat en toen het luchtalarm was afgelopen werden we naar huis gestuurd. De juf wist dat onze buurt gebombardeerd was, maar niemand zei ’ je kunt die kinderen niet laten gaan’. Op weg naar huis kwamen we de voerman tegen van een transportbedrijf aan de haven, die paarden wegleidde. Hij vertelde dat alleen de haven was geraakt. Ons huis was gelukkig ongeschonden.”

In september 1944, tijdens Market Garden, vlogen de eskaders via Hilversum. „Ik heb dat allemaal over zien komen. En ’s nachts luisterde ik naar het gebrom van de bommenwerpers op weg naar Duitsland. Als vader weg was, mocht ik bij moeder in bed kruipen.”

Lijkkist op wielen

Vader zat in de tabakssmokkel uit België. „De afnemers zaten soms te wachten op de trap. Dan was de smokkelaar er nog niet.”

Noodgedwongen verhuisde zijn school, omdat de Duitsers het gebouw vorderden om er een kazerne van te maken.

„We verhuisden naar de Violenschool. Dat gebouw deelden we. ’s Morgens kreeg de Violenschool les, ’s middags wij. Omdat de school leeg moest, liet schoolhoofd meneer De Jongste de boeken naar zijn huis in de Helmerslaan brengen. Van uitvaartonderneming Van Vuure leende hij een lijkkist op wielen, die in de oorlogsjaren de lijkwagen verving. We duwden die handkar met boeken de hele Gijsbrecht af en terug, toen die leeg was, lag een van ons er natuurlijk in. Als ik ooit in de kist terecht kom, heb ik dat dus al eens eerder meegemaakt. Samenvattend, het was een heel spannende tijd voor een 9- of 10-jarige. En nee, wij hadden geen schoolmusical.”

Geen traumatische herinneringen dus voor Wim Frisart. Hoewel. „Ik heb er één ding aan overgehouden. Ik heb nooit meer in een rij gestaan. Als er voedsel te verdelen was, stonden vrouwen bijvoorbeeld bij de groenteman in onze straat daarvoor in de rij. Mijn moeder stuurde mij vooruit om op het laatste moment mijn plaats in te nemen. Dat gaf altijd ruzie. Ik heb in mijn leven sindsdien rijen altijd gemeden.”

Westerbork

Wat diepe indruk maakte was het vertrek van een Joods gezin uit de straat, met zoon Marcel was Frisart bevriend.

„Ze waren opgeroepen zich te melden in Amsterdam. Ik zie ze nog de straat uitrijden met de auto, wuivend en ’tot ziens!’ roepend. Ze hadden sterk het idee dat het voor kort zou zijn. Maar ze zijn naar Westerbork gebracht, waar ze toneel konden spelen, cabaret. Het gros had niet door wat zich in Duitsland afspeelde.”

Het gezin Aä, vader, moeder, de dochter en de zoon, ging naar Sobibor en niemand zag ze ooit terug. „Waar ze woonden zijn struikelstenen toegezegd met hun namen.”

Zijn ouders hadden familie in Deventer, bij wie ze voedsel haalden.

„In de polders rond Hilversum hoefde je niet meer te komen. Iedereen had daar z’n adresjes al. Deventer was tachtig kilometer fietsen. Tachtig was een heilig getal bij ons. Ze bleven dan een week weg, het was een soort vakantie en ze werden riant onthaald. Niet buitensporig, hoor, maar de familie was goed voorzien. Voor hun komst, die ze per post aankondigden, haalde de familie in Salland voedsel op en dat stond bij wijze van spreken klaar. Fietstassen gevuld, wat op de bagagedrager en tassen aan het stuur. Zo fietsten ze dan weer naar Hilversum.”

,,Een keer ging mijn vader met zijn broer, die bij de PTT werkte. Die was in uniform, om indruk te maken bij controles. Vooral dat laatste stuk, door de Eemnesserpolder, moest je goed uitkijken daarvoor en luisteren naar mensen die je tegemoet kwamen.”

Midden in de Hongerwinter wilde zijn vader het echter grootser aanpakken. Een vriend van hem, Piet Broekhuizen van ijsfabriek Beco in de Zadelstraat, vond hij bereid een ijskar beschikbaar te stellen.

In de hoge bakfiets, die gebruikt werd voor uitventen van ijsco’s, ging ruim zeshonderd kilo aardappelen. De afspraak was het fifty-fifty te verdelen. De zoon van Piet, die de ’ongevaarlijke’ leeftijd van zestien had, fietste mee om de bakfiets op de weg terug met een strak touw te helpen trekken. De heenreis ging voorspoedig.

„Nadat ze de straat uit waren hoorden we dagen niets meer van ze. De communicatie die er nu is, een appje ’we zijn de straat uit’, ontbrak ten enenmale.”

Wim Frisart: ’Ik maakte een heel andere oorlog mee dan mijn ouders. Ik had de tijd van mijn leven’ [video]
Met een dergelijke ijscokar ging de vader van Wim Frisart - met een nichtje staand bij de kar bij de Lorentzvijver in Hilversum - 120 kilometer verderop aardappelen halen.
© Collectie Wim Frisart

Bij de Maggifabriek in Harderwijk kregen de twee een kop warme soep. De bakfiets rijdt zo licht en soepel, dat voor de avond valt Elburg is gehaald. Geslapen wordt op een hooizolder van een boerderij. Niet als enige, want er waren meer op hongertocht die er overnachtten.

De volgende dag komen ze mannen maar vooral vrouwen tegen met volgeladen kinderwagens, karren en andere geïmproviseerd vervoer. „Veelal in nare toestand, zodat ze zich afvragen hoe het hen zal vergaan op de terugweg, met een volgeladen ijskar.”

Sneeuw

Ondanks de sneeuw bereikt het duo vlot de Katerveerbrug over de IJssel bij Zwolle. Het wordt ze duidelijk dat ze verder Overijssel in moeten want achter Zwolle zijn alle adressen al ’bewerkt’.

„Koude kilometers rijgen zich aaneen tot Balkbrug langs de Dedemsvaart. Daar kunnen ze negen mud aardappelen in hun bakfiets laden tegen een schappelijke prijs en bovendien kunnen ze bij de boer overnachten. Het eten van de boerin smaakt geweldig want ze hebben in tijden niet zo lekker gegeten.”

De strenge vorst die na een nat november en december was ingetreden maakte de weg terug hard werken. Het idee dat de zoon van Piet de bakfiets zou helpen trekken bleek ijdel. Het werd naast de ijskar fietsen en zo maar een beetje duwen.

Aan het eind van de vierde dag na hun vertrek uit Hilversum, kwam het duo juist voor de avondklok de straat inrijden. „Ik herkende mijn pa bijna niet. Zo verfomfaaid was hij, hondsmoe en koud en blij weer in zijn eigen bed te kunnen slapen.”

Op de bascule bij groenteman Ouwerkerk in de Heidestraat wordt de 630 kilo aardappelen in twee gelijke porties afgepast. „Ons deel gaat in een kist in de kelder.”

Zijn ouders bespraken de tocht intensief na en Frisart bleef daarvan bij dat zijn vader telkens terugkwam op het gerucht dat de Duitsers de IJsselbruggen voor half maart zouden opblazen om het Canadese leger oprukken te beletten.

Hij wilde opnieuw naar de boer die hij inmiddels kende en in overleg met de familie Broekhuizen werd besloten dat op dezelfde condities te doen.

630 kilo

„Hij was een dag terug, toen ze alweer vertrokken. Via Baarn, Bunschoten, Nijkerk, het platgebrande Putten, Harderwijk, Nunspeet, Elburg en Zwolle naar hun boer in Balkbrug. Onder loodgrijze luchten fietsend waaruit af en toe sneeuw dwarrelde kwamen ze daar weer in twee dagen aan.”

De bakfiets werd opnieuw met negen mud gevuld en de terugweg lijkt al trappend op de pedalen en duwend vanaf de fiets ernaast welhaast routine. In vier dagen zijn de twee weer terug in Hilversum met opnieuw 630 kilo aardappelen.

Het valt Wims vader op, dat er vaker en strenger wordt gecontroleerd. Voedsel dat buiten de distributie om is aangekocht, wordt namelijk in beslag genomen. Aardappelen vallen daarbuiten maar de lading wordt wel diverse keren minutieus doorzocht met prikkers door de Crisis Controle Dienst.

Het oponthoud dat de controles met zich meebrengen maakt dat de twee zich moeten haasten om telkens voor de spertijd ergens binnen te zijn. De twee gezinnen eten tot na de bevrijding aardappelen uit Balkbrug. Begin april werd de Katerveerbrug bij Zwolle toch nog opgeblazen.

„Het is als een eerbetoon aan mijn vader dat ik dit verhaal verteld wil hebben. Het was toch een onderneming voor hem, twee keer binnen negen dagen een ijscokar aardappelen halen van 120 kilometer weg. In een strenge winter, toen mensen nog geen donsjassen hadden. Gewoon winterjas aan en trui eronder. Petje af.”

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

Meer nieuws uit Gooi en Eemland

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.