Genomineerde Gooi-en Eemlander van het Jaar 2019: Nienke de Wit van Huizer Museum: ’Cultuurhistorische verhalen uit de hele regio doorgeven op nieuwe plek’

Strijdbaar staat Nienke de Wit tussen het Huizer erfgoed. „Het museum is te klein.”
© Foto Studio Kastermans/Leon Dakkus

Wie wordt De Gooi- en Eemlander van het Jaar? De redactie heeft acht kandidaten geselecteerd. Zij maken kans op de jaarlijkse prijs, een geldbedrag, een cartoon, een bronzen beeldje van De Krantenlezer en eeuwige roem. Lezers en bezoekers van de site kunnen in januari een stem uitbrengen op hun favoriete kandidaat. De komende dagen stellen we de acht genomineerden in acht interviews voor. Vandaag: Nienke de Wit.

Vijf jaar nu staat ’buitenluier’ Nienke de Wit aan het hoofd van het Huizer Museum. Eerst voor twee dagen per week, maar inmiddels werkt de enige betaalde kracht er vier dagen per week. „Op papier dan”, lacht ze, „want 60 uur per week is geen uitzondering.”

Ze wordt daarbij geholpen door ruim zeventig vrijwilligers die het Huizer Museum rijk is. „Zonder hen zou het niet lukken om dit museum te runnen.”

Vrijwilligers Henk Molenaar, John Blokland en Aad Slokker, door directeur Nienke de Wit liefkozend aangeduid als ’mijn gouden handjes’, zijn druk met het inrichten van de tentoonstelling ’Krakend Koud’, die op 9 januari wordt geopend.

Het valt nog niet mee om de overdaad aan Gooise wintertafereeltjes precies passend op de wanden te krijgen. „Het ene schilderij is nog groter dan het andere”, verzucht De Wit, daarmee de vinger exact op de zere plek leggend. Het eeuwige ruimtegebrek.

Als het aan zijn directeur ligt, gaat het Huizer Museum een glansrijke toekomst tegemoet. Maar dan niet in het hokkerige pand aan de Achterbaan waar het nu zit. Hoewel het museum 25 geleden opnieuw is opgebouwd, kun je je kont er amper keren.

Het museum dat De Wit voor ogen heeft, ligt op een prominente locatie, heeft een zee aan ruimte en een open depot, zodat niet alleen het cultureel erfgoed van Huizen er op een passende manier kan worden bewaard en geëxposeerd, maar waar cultuurhistorische verhalen uit de hele regio verteld kunnen worden.

Beleving

Een museum ook dat een grote diversiteit aan toeristen, dagjesmensen en andere bezoekers trekt en waar voor alle leeftijden iets te beleven valt. „In de museale functie ’beleving’ schieten we nu gewoon tekort”, concludeert De Wit.

„We doen wel ons uiterste best, maar je kunt nog steeds niet in een virtual realitywereld stappen waarbij je kunt zien hoe de geschiedenis van oud naar nieuw is overgegaan. Dat zou ik graag willen. Het is toch fantastisch als je gegrepen wordt door een historisch verhaal dat op een nieuwe manier wordt verteld, zoals dat wel in andere musea gebeurt.”

Verhuizen naar een andere plek is de ambitie van het museum, dat piept en kraakt onder het gebrek aan ruimte, daarvan is De Wit overtuigd. „Om door te kunnen en het museum toekomstbestendig te maken, moeten er keuzes worden gemaakt”, zegt ze stellig.

„Dit gebouw is niet toereikend om te doen wat we willen doen. Dat hebben mijn voorgangers ook allemaal al aangekaart, maar het is als serieus probleem niet op de politieke agenda blijven staan. Tot nu. Ja, daar ben ik heel blij mee natuurlijk.”

Hoewel zij ervan overtuigd is dat een museum op een nieuwe plek de aantrekkingskracht van Huizen kan vergroten, merkt De Wit dat er ook tegengeluiden zijn. „Uit angst voor Amsterdamse toestanden met rolkoffers en Nutella-winkels is men geneigd de rem te zetten op toeristische ontwikkelingen”, zegt ze.

„Maar juist daarom moet je definiëren hoe groot je het wilt hebben, anders staat er vandaag of morgen iemand op die een particulier initiatief ontwikkelt en voordat je het weet zijn we Giethoorn, want zo is het daar ook gegaan. En dat wil je niet.”

Wat De Wit wel wil, is verhalen vertellen. „Verhalen die mensen aanspreken en die de moeite van het doorgeven waard zijn. Dat is mijn drijfveer en dat trekt mij ook zo aan in het museum”, zegt ze. „De Preek voor de Leek die ik vorig jaar mocht geven in Huizen ging daar ook over. Ik vraag me af wat er gaat gebeuren als dit museum op deze plek moet blijven. Want wat worden dan de functie en betekenis ervan voor Huizen?”, vraagt ze zich peinzend af.

Het Huizer erfgoed telt twaalfduizend objecten. „Op die schatkamer passen we, en dat willen we blijven doen. Maar de Huizer historie is onderdeel van een grotere context, we staan hier niet op onszelf. We moeten het breder trekken. Dan kunnen we ook een podium zijn voor andere instellingen om hier een expositie te maken of regionale activiteiten te ontwikkelen. Het wil ook niet zeggen dat we het Huizer Museum de toon zet, helemaal niet. Misschien moet je dan wel Goois Museum gaan heten.”

„We zijn klein, maar ambitieus”, vervolgt ze op strijdbare toon. „De gemeente ziet ons als een van de pijlers onder haar cultuurbeleid, samen met Theater De Boerderij en de bibliotheek. Gelukkig wordt het markteconomisch onderzoek voor een nieuw museum in de cultuurnota opgenomen. Ik hoop dat de politiek beseft dat het belangrijk is om te weten wat een cultuurimpuls Huizen kan opleveren, dat Huizen rijp is voor iets groters. Er is hier zo veel potentie aanwezig.”

Veranderingen zijn altijd lastig, beaamt De Wit. „Maar er moet echt wel wat gebeuren, en dat kan een Huizer eigenlijk niet doen. Mij is het vertrouwen gegeven als buitenluier om dit te doen. Dat is een hele eer. Juist omdat ik hier niet vandaan kom, kijk ik heel anders naar dingen.

Dan, lachend: „Het woord verandering staat op m’n voorhoofd. Als ik ergens binnenkom, weet je zeker dat het anders is als ik weer wegga. Ik word weleens teruggefloten hoor, maar zolang ik het gevoel heb dat ik met mijn nog steeds frisse blik wat toe kan voegen, heb ik er plezier in. Want dit moet je echt met ziel en zaligheid doen.”

Meer nieuws uit Gooi en Eemland

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.