Ongeloof en euforie maken plaats voor trots en besef bij ’nestor’ Angela Malestein: ’En nu nog één keer knallen’

1/2
Kumamoto

Er ging vrijdag een filmpje viral waarin te zien is hoe Angela Malestein, meteen na de laatste zoemer in de krankzinnige halve finale op het WK handbal tussen Nederland en Rusland, vanaf de Oranje-bank het hoofd omhoog werpt en zich even tot ’boven’ lijkt te richten. Direct gevolgd door een enorme eruptie van vreugde, nadat ze - uit de reactie van haar teamgenoten - opmaakt dat het tóch gelukt is. ,,Ook ik was even in de war en dacht: het zal toch niet zo zijn hè?’’, bekent de rechterhoekspeelster, die smakelijk om de bewuste beelden moest lachen.

De Spakenburgse was niet de enige die in de slotseconden van het enerverende duel niet meteen doorhad hoe het zat. Ook in vele Nederlandse huiskamers volgde op een vloek of een zucht een juichkreet, ook al ingegeven door het verwarrende commentaar op Ziggo Sport, waar aanvankelijk beweerd werd dat de winnende 33-32 van Laura van der Heijden - haar ploeggenoot bij de Duitse landskampioen Bietigheim - niet telde. ,,Ik zag die laatste bal van de Russinnen (die wél afgekeurd werd, red.) er nog in gaan en dacht dat het gelijk geëindigd was’’, vertelt een euforische Malestein vanuit de spelersbus van de Park Dome naar het hotel, elders in de Japanse stad Kunamoto. ,,Ik kan het nog amper geloven. Iedereen is zo blij, we hebben het gewoon geflikt. Rusland is in topvorm, ze waren niet te stoppen dit toernooi. Maar ons lukt het. Het was echt een bizarre wedstrijd, het bleef maar op en neer gaan. Dan stonden wij weer voor, dan weer zij. Zij hebben natuurlijk een sterspeelster (Anna Vyakhireva, die er elf maakte, red.), maar wij vormen een superhecht collectief en hebben er met z’n allen keihard voor gevochten. We staan gewoon in de finale van het WK’’, dringt het besef langzaam tot haar door.

Ook Malestein, die al op haar zestiende debuteerde in Oranje en met haar 26 jaar tot de routiniers behoort in het sterk verjongde team, toonde zich voorafgaand aan de mondiale titelstrijd realistisch. Vooral plaatsing voor het Olympisch Kwalificatie Toernooi (OKT), dat in maart onder meer in Nederland wordt gespeeld, was de insteek, zo liet ze in een interview met deze krant doorschemeren: ,,Dat kan geloof ik op honderd verschillende manieren, het is nogal ingewikkeld. Maar als we zeker willen zijn, moeten we bij de eerste zeven eindigen. Dat is het doel, al bekijken we het van wedstrijd tot wedstrijd. We beginnen echt weer opnieuw, met een hoop meiden die voor het eerst zo’n groot toernooi spelen. Een beetje zoals hoe wij destijds, toen mijn generatie net op de deur klopte, de wereldtop bestegen. Dat maakt het ook juist wel weer leuk. Je ziet weer die jeugdige onbevangenheid.’’

Het bleken profetische woorden. Nederland verbaasde vriend en vijand door twee groepsfases te overleven en in de halve eindstrijd de grote topfavoriet te verslaan. ,,Eerlijk gezegd had ik niet al te hoge verwachtingen. Proberen dat OKT te halen en dan zien we wel weer verder. Maar dit had ik nooit durven dromen. De positieve energie die er in dit team zit, dat is niet normaal joh. En ondanks de jeugdigheid hebben we geen moment in zak en as gezeten als het even tegenzat. Niet toen we het toernooi begonnen met verlies tegen Slovenië, wat toch een sleutelwedstrijd leek. En ook niet nadat we de tweede groepsfase startten met twee nederlagen. Als we er écht moeten staan, komen er oerkrachten los. Als de één even niet in de wedstrijd zit, staat de ander wel op. We sleuren elkaar er doorheen.’’

Ook wat betreft haar eigen rol had Malestein, die vooral in de laatste, cruciale groepswedstrijd tegen Zuid-Korea in grootse vorm stak, in de aanloop naar het WK twijfels: twee weken voor de start liep ze een flinke scheur op in een spier in haar linkerbovenbeen en wonder boven wonderde herstelde ze daar tijdig van, al speelt ze nog wel ’ingepakt’. ,,Op zich gaat dat goed, maar vervolgens werd ik ook nog ziek. Ik ben nog steeds flink verkouden, maar in het veld zit je zo in de adrenaline dat je daar niets van merkt. Ja, ik ben tevreden over mijn bijdrage tot dusverre.’’

Het inmiddels onder de Nederlandse handbalsters traditionele ’En we gaan nog niet naar huis’ galmde vrijdagmiddag weer door de overigens matig gevulde Park Dome. ,,En zo is het’’, glunderde Malestein, die met Oranje in 2016 in Rio de Janeiro tot de halve finale van de Olympische Spelen reikte en zilver en brons won op zowel het EK als WK. ,,Die kleuren ken ik nu wel, ik wil die gouden plak. Dat zou de ultieme bekroning zijn. Zondag gaan we nog één keer volle bak. We mogen nu even genieten en gaan ons dan weer fysiek en mentaal opladen voor de finale (tegen Spanje, dat Noorwegen in de andere halve finale verraste, red.). Die wordt echt niet makkelijk. Maar ongeacht de afloop mogen we straks supertrots terugkijken op wat we hier hebben neergezet.’’

Meer nieuws uit Sport Regionaal

Keuze van de redactie