Premium

Analyse: Nieuwe dopingschorsing voor Rusland heeft in de praktijk weinig om het lijf. Besluitvorming is spierballentaal voor de bühne

Analyse: Nieuwe dopingschorsing voor Rusland heeft in de praktijk weinig om het lijf. Besluitvorming is spierballentaal voor de bühne
De Russen onder neutrale vlag maken hun opwachting tijdens de openingsceremonie bij de Olympische Winterspelen in Pyeongchang in 2018.
© Foto AFP/Loic Venance
Amsterdam

Het is een van de zwaarste sancties in de sportgeschiedenis. En toch is de vierjarige uitsluiting van Rusland voor Olympische Spelen en WK’s een wassen neus. De beslissing van het wereldantidopingagentschap Wada geldt vooral als spierballentaal voor de bühne. Want dat er een totale banvloek over Russische sporters zou zijn uitgesproken, is een waanvoorstelling.

Toegegeven: Rusland mag niet meedoen aan de Zomerspelen van 2020, de Winterspelen van 2022 en tijdens WK’s. Het mag geen internationale sportevenementen organiseren, noch mogen Russische sport- en overheidsofficials in internationaal verband bondsfuncties vervullen en op tribunes plaatsnemen. Dat is een hard gelag en krenkt de nationale trots.

Bovendien: Russische sporters mogen slechts deelnemen aan bovengenoemde toernooien onder de neutrale vlag. Ze moeten dan wel kunnen aantonen dat ze niet eerder zijn betrapt en geen dopingtests hebben gemist. Maar juist in die laatste eis schuilt de crux. Want de achilleshiel van de Wada-besluitvorming is immers dat vele sporters zo de dans weten te ontspringen. Dánkzij de staatsinmenging nota bene.

Malversaties

De wrange constatering is dat Rusland derhalve goeddeels wegkomt met de malversaties die het in de afgelopen vier jaar heeft gepleegd. Sinds de vrijgifte van het eerste rapport waarin het bestaan van een door de staat gefaciliteerd dopingprogramma én ’een diepgewortelde cultuur van valsspelen’ werd bevestigd, is er gesjoemeld.

Regels werden overtreden, deadlines genegeerd, data gemanipuleerd en klokkenluiders met valse informatie in diskrediet gebracht. Onbeschaamd en schaamteloos. Ondertussen keek de sportwereld toe en tolereerde de laakbare mores. Het Internationaal Olympische Comité (IOC) en het Wada bleken tandeloze tijgers.

Op papier leek het weliswaar simpel: stelselmatig bleek de boel besodemieterd, tijdens en na de Winterspelen van Sotsji in 2014, het prestigeproject waar Rusland zijn status als sportmogendheid met de eerste plaats in de medaillespiegel (elf keer goud, negen maal zilver en negen keer brons) heroverde. En dat vroeg om een forse straf, die gevolgen zou hebben voor de volle breedte van de topsport. Van het tegenovergestelde was sprake.

Tijdens de Olympische Spelen in Rio de Janeiro in 2016 koos het IOC, daartoe aangespoord door voorzitter Thomas Bach die bevriend is met de Russische president Vladimir Poetin, voor het halfbakken besluit om aan de afzonderlijke sportbonden de eventuele tuchtmaatregel over te laten. Met als gevolg dat slechts atleten en gewichtheffers werden geweerd.

Twee jaar later bij de winterolympiade in Pyeongchang was er wél sprake van een massale verstoting. Althans, in theorie. De praktijk bleek daarentegen opnieuw weerbarstig, aangezien de boycot slechts symboolpolitiek was. Uiteindelijk 169 Russische sporters traden in Zuid-Korea aan, onder de neutrale IOC-vlag. Dat aantal lag bijvoorbeeld vele malen hoger dan de Nederlandse afvaardiging: 31.

In Tokio is het komende zomer vermoedelijk niet anders. Vanuit de Russische gelederen werd gisteren al aangekondigd dat de Wada-beslissing bij het internationale sporttribunaal CAS wordt aangevochten. Langs die weg zal, net als in 2018, de ontsnappingsroute worden gevonden.

Temeer omdat zodanig met de (dopingtest)gegevens van 145 sporters is geknoeid dat niet meer kan worden vastgesteld of zij in hun carrière altijd ’schoon’ zijn geweest of tot de dopingzondaars behoren. Die ’verzachtende’ omstandigheid zal voor het CAS voldoende reden zijn het voordeel van de twijfel te geven.

Meer nieuws uit Sport