Premium

Bangeschijter Annick Boer waagt de stap als solist

Bangeschijter Annick Boer waagt de stap als solist
Annick Boer.
© Foto ANP/Mischa Schoemaker

In de verhalenserie ’Levenslijn’ vertellen smaakmakers over ijkpunten in hun bestaan. Vandaag: actrice en zangeres Annick Boer.

Het lijkt een gewone cd, die ze op tafel legt. Maar het is meer dan een schijfje in karton. Haar ziel en zaligheid liggen erin

Grotendeels zelfgeschreven, helemaal zelf gezongen en zelf uitgebracht. Twaalf liedjes uit haar solo-theatershow ‘Dat is goed gelukt’, die deze week in première ging. Het heeft 25 jaar geduurd, maar nu durft ze het aan, in haar eentje. Want ook al staat Annick Boer al een kwart eeuw voor de camera’s en op het toneel, van een soloprogramma kwam het nooit. ,,Eigenlijk was ik een bangeschijter.’’

Toch groeide haar vertrouwen in eigen kunnen en materiaal. Dankzij de praktijk. ,,Als er bij een voorstelling waarin ik speelde een lichtcomputer vastliep of een decor naar beneden kwam, keken ze naar mij als het publiek tussendoor even vermaakt moest worden. Dan schudde ik altijd wel een grappig verhaal uit mijn mouw.’’ Ook als auteur ontwikkelde ze zich op de werkvoer. Zo schrijft ze liedjes voor musicals en scènes voor het satirische tv-programma ‘Kanniewaarzijn’, waarin ze samen met haar nicht Plien van Bennekom te zien is.

Met die ervaring op zak, durft ze het nu aan, alleen voor het voetlicht met haar pianist Jean-Louis van Dam. ,,De reacties op de eerste try-outs waren gelukkig heel goed, maar die bangeschijter zit er nog wel in, hoor. Ik moet mezelf elke avond moed inspreken om het toneel op te gaan.’’

Haar teksten gaan over haar leven, haar liefdes, haar loopbaan en ouder worden. Over die liefdes: ,,Als je jong bent, pik je de knapste eruit. Maar als je veertig bent en een man zoekt, moet je je eisen bijstellen. Dan maar een gekke neus of een rare pukkel. Omdat je niet meer zo kieskeurig kan zijn.’’

Haar liefdes en haar loopbaan zijn ook de leidraad van deze aflevering van ‘Levenslijn’.

1971

Ze kwam ter wereld in Hilversum, waarna het gezin verhuisde naar Huizen. Daar groeide ze op tussen een oudere broer en een jongere zus. Haar vader was vertegenwoordiger bij een bedrijf voor slagerijvitrines, haar moeder werkte als journaliste. Ze woonden naast haar oom en tante. Haar buurmeisje en nichtje Plien van Bennekom is drie dagen ouder dan zij en was (en is) haar hartsvriendin. ,,Op school traden we op vrijdagmiddag altijd samen op. Liedjes, scènetjes, dialoogjes: we bedachten het en speelden het. Iedere week aten Plien en ik een broodje bij oma Van Bennekom. Zij had alle platen van Wim Sonneveld en Toon Hermans en wist alles van theater. Niemand kon een verhaal zo komisch vertellen als zij. Oma had artiestenbloed en had zelf ook wel aan het toneel gewild. Als wij toneelstukjes voor haar speelden, zat ze te gieren van het lachen, in haar oma-stoel.’’

,,Onze ouders zongen in koren. Als kind speelde ik piano in de katholieke kerk en zong ik ook in een kerkkoor. Dat deed ik voor mijn vader en moeder, want die vonden dat ik naar de dienst hoorde te gaan. Ik vond het maar stom, maar ik moest tot mijn twaalfde. Daarna ben ik er nooit meer geweest.’’

1985

,,Plien en ik waren opstandige pubers. Totaal losgeslagen. Toen we een jaar of vijftien waren, droegen we zwarte depri-kleding en smeerden we groene zeep in ons haar om punk te zijn. En keihard The Cure draaien, natuurlijk. Want we hielden ook van New Wave. Om onze ouders te shockeren, gingen we heel plat praten. Uiteindelijk ging dat opstandige weer voorbij, maar in de vijfde klas van het VWO bleef ik zitten. Plien ging door naar de examenklas. Dat we uit elkaar gingen was ook wel gezond, hoor. Want we zaten wel érg aan elkaar geklonken.’’

,,Op het VWO speelden Plien en ik samen in een schoolmusical. Ik weet nog dat we na een repetitie buiten stonden te roken en mijmerden over wat we later moesten doen. Plien had toen een folder van de Academie voor Kleinkunst meegenomen. Dat leek ons wel wat: theater als werk. Bij de auditie van Plien ging ik mee, om haar bij het zingen op de piano te begeleiden. Ze werd aangenomen. Ik zei: ‘volgend jaar kom ik ook’. Maar dat leek ze onwaarschijnlijk. Er was daar toen plaats voor twintig leerlingen en het leek ze onwaarschijnlijk dat er twee mensen één familie door de audities zouden komen. Toch zat ik erbij, een jaar later.’’

,,Zodra ik in Amsterdam naar school ging, ben ik daar ook gaan wonen. Ik hou van de stad. Dat je er overal lekker kunt eten en elke dag naar de film of een voorstelling kan, vind ik heerlijk.’’

,,Op de middelbare school had ik verkering met een schat van een jongen. We zijn acht jaar samen geweest, ook na het VWO nog. Het duurde tot ik van de Kleinkunstacademie kwam. Eigenlijk mankeerde er niks aan hem, maar ik maakte het uit omdat ik vrij wilde zijn. Ik wilde fladderen.’’

1994

Na het afronden van haar opleiding won ze de Pisuisse-prijs als beloftevol talent en stond ze met Johnny Kraaijkamp sr. op de planken in ‘The Sunshine Boys’. In die tijd kreeg ze een relatie met een collega. Ze gingen samenwonen, waarbij ze ook een moederrol kreeg, want hij had een zoontje van vier. De liefde was na acht jaar voorbij, maar haar stiefzoon komt nog altijd bij haar. ,,Ik had graag moeder willen worden, maar dat is anders gelopen. Door mijn stiefzoon proef ik toch een beetje van dat moedergevoel. Bij zijn opvoeding heb ik altijd mijn eigen opvoeding als leidraad genomen. Die onvoorwaardelijke liefde die ik thuis kreeg, heb ik hem ook gegeven.’’

2002 (1)

,,Toen ik na acht jaar weer vrijgezel was, heb ik genoten van de vrijheid. De buitenwereld schildert alleenstaanden vaak af als types met een incompleet leven, maar dat is onzin. Natuurlijk had ik momenten van eenzaamheid, maar ik heb ook enorm genoten van die jaren. In je eentje maak je makkelijk contact met anderen en heb je overal aanspraak. Ik zat nooit alleen.’’

Die vrijgezellenjaren zijn een thema in haar voorstelling. ,,Toen ik laatst aan het publiek vroeg of ze het woord ‘alleenstaande’ ook zo stom vinden, zei een mevrouw dat ze alleenliggend lastiger vond dan alleenstaand. Die grap heb ik er natuurlijk in gelaten.’’

2002 (2)

,,In 2002 kocht ik een huis in Amsterdam. Nou ja: een huisje. Niet te duur, hoor. Dat kon toen nog. Ik had toen net een goede musicalrol en wat reclameklussen gedaan, dus op papier leek het alsof ik een geweldig inkomen had. Daarom kon ik een flinke hypotheek krijgen. Toch kocht ik geen groot huis, maar een bescheiden stekkie. Want ik had geen zin in een hypotheek die als een molensteen om mijn nek zou hangen. Ik wil ruimte, ook in mijn portemonnee. Als je jezelf financieel niet klem zet, kun je heerlijk nee zeggen tegen klussen waar je geen zin in hebt. Als ik krap zou zitten, had ik ook nooit mijn soloprogramma kunnen maken, want daar verdien ik natuurlijk niks op. Dat doe ik alleen omdat ik dat leuk vind.’’

2004

,,Ik speelde met Cees Geel in een toneelstuk. Na de voorstelling ging ik nog even met hem een borrel pakken. Bij de bar raakten we in gesprek met een hele leuke vent. Hij was rustig en gezellig. Niks versierderigs of zo. Dus ik dacht: die is gelukkig getrouwd. Daarom zette ik hem meteen uit mijn hoofd. Maar twee jaar later kwam ik hem weer tegen. Hij zei: ‘ben je nog met Cees Geel?’ Waarop ik zei: ‘Ik ben nooit met Cees geweest! Die heeft me nooit met een vinger aangeraakt!’ Ik vroeg meteen of hij nog getrouwd was. Maar dat was hij dus helemaal niet. We hadden die eerste keer gewoon allebei bedacht dat de ander al bezet was. Toen bleek dat het anders zat, ging het snel. Meteen: hup, vol gas. We zijn nu bijna twaalf jaar samen.’’

,,Hij heet Rob en is beeldend kunstenaar. Hij houdt van theater en tv, maar met premières heeft hij niks. Gelukkig slikt hij het dat ik in de aanloop naar een première soms niet te genieten ben. Dan laat hij me gewoon mijn gang gaan en gaat hij lekker schilderen. Weet je wat grappig is? Mijn moeder vindt hem zo leuk. Ze zei dat ze hem net zo aardig vindt als mijn oude schoolliefde.’’

,,Dankzij Rob heb ik een heel knappe stiefdochter van dertig. Als ik met haar op straat loop, kijken mannen om mij heen naar haar. Toen ik dat merkte, dacht ik: hé, wanneer is dat veranderd?’’

2006

,,Televisiewerk begon voor mij met rollen in series. In 2006 kwamen daar imitaties bij, in programma’s als ‘Kopspijkers’ en ‘Koppensnellers’. Dan vroegen ze op woensdag of ik zaterdag bij de opnamen bijvoorbeeld Eva Jinek of

Heleen van Royen wilde nadoen. Daarna zat ik een paar dagen voor een beeldscherm om oude filmpjes van die dames te bekijken en hun spraak en maniertjes onder de knie te krijgen.’’

2011

,,Vanaf 2011 werk ik samen met Plien voor het tv-programma ‘Kanniewaarzijn’, met Astrid Joosten. Aan de hand van ervaringen van kijkers die het aan de stok hebben met instanties of winkelbedrijven, schrijf ik de sketches. Plien is een geweldige actrice. IJzersterk in typetjes. Ook als een tekst niet sterk is, kan zij er een gekke zwieper aan geven zodat het tóch weer leuk wordt. Ik vind het ook heerlijk om op de lach te spelen, maar ik vlieg de route anders aan: ik leun meer op de tekst om de grap erin te koppen.’’

,,De repetities en de opnamen voor ‘Kanniewaarzijn’ zijn altijd in het weekend. Op zo’n zondag nemen we een paar afleveringen achter elkaar op. Onze ouders zitten dan altijd op de tribune. Mijn vader en moeder stemmen hun vakanties er helemaal op af: die willen geen opnamedag missen.’’

,,Plien en ik zijn heel trots op elkaar. Ze is ook vaak mijn klankbord. De teksten van mijn solovoorstelling heb ik allemaal met haar doorgenomen. Van mensen die ons vroeger in Huizen hebben zien optreden, krijgen we vaak de vraag waarom zij een duo vormt met Bianca Krijgsman en niet met mij. Maar dat is gewoon zo gelopen omdat zij een jaar eerder dan ik op de Kleinkunstacademie zat en daar met Bianca is gaan werken. Inmiddels heb ik een andere route genomen, waarbij ik cabaret en musicals combineer met toneel. Ik hou van die afwisseling.’’

2019

Ze staat nu in de theaters met haar soloprogramma ‘Dat is goed gelukt!’. Met liedjes en conferences geeft ze haar publiek daarin een inkijkje in haar leven. Verpakt in zelfspot legt ze menselijke trekjes en tekortkomingen bloot. Ze brengt grotendeels eigen werk, maar vertolkt ook beproefde pareltjes van Annie M.G. Schmidt en nummers uit het repertoire van Jasperina de Jong en Adèle Bloemendaal. En jawel: ze waagt haar sopraan aan een aria van Verdi. ,,Nu ik alleen met mijn pianist op het toneel sta, kunnen we niemand de schuld geven als er wat mis gaat. Geen decorbouwer, geen achtergrondzangeres, niemand. Dat maakt ons kwetsbaar. Maar als het lekker gaat, is het ook te gek. Gelukkig zijn de eerste reacties heel bemoedigend.’’

2040

Wat doe je over pakweg twintig jaar? ,,Dan ben ik 68. Niks doen is niks voor mij, dus ik hoop dat ik dan nog kan werken. Het lijkt me leuk als ik dan een paar maanden per jaar in Griekenland kan wonen. Daar komen we al jaren, in de vakanties. In een gezellig strandhuis wil ik dan liedjes en conferences schrijven, voor mezelf en voor collega’s. Ik vind het heerlijk om met woorden en grappen te knutselen. In die andere maanden wil ik toch graag weer in de Nederlandse theaters staan. Misschien een tijdje in een musical of een toneelstuk en daarna weer in een soloprogramma. Tegen die tijd zal die bangeschijter in me toch wel zijn getemd?’’

Annick Boer speelt haar voorstelling ‘Dat is goed gelukt!’ onder meer in de schouwburg Amstelveen (24/10) en De Boerderij in Huizen (25/10)

Meer nieuws uit Lifestyle

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.