Premium

Weeskinderen, watersnood en Willem III: 150 jaar Oranje Weeshuis in Huizen

Weeskinderen, watersnood en Willem III: 150 jaar Oranje Weeshuis in Huizen
Het voormalige Oranje Weeshuis in Huizen werd anderhalve eeuw geleden offcieel geopend.
© Foto: Studio Kastermans/Daniélle van Coevorden

Eén ’vader’, één ’moeder’, vijf jongens, vijf meisjes. Met die bewoners ging het Gereformeerd Oranje Weeshuis op 31 augustus 1869 officieel van start. Maar wat hadden een gelovige tapijtfabrikant uit Utrecht, verdronken Bommelerwaarders en de ’Waterheld van Het Loo’ met Huizer weeskinderen vandoen?

Laten we met die koninklijke connectie beginnen. Willem III was geen prettig personage. Hij was driftig, egoïstisch en boosaardig. Door zijn grillige karakter kon hij soms ook onverwacht vriendelijk en royaal uit de hoek komen. Dat laatste bleek onder meer bij de watersnoodramp van 1861. De koning bezocht - samen met zijn broer Prins Hendrik - tot tweemaal toe de ondergelopen Bommelerwaard en andere getroffen gebieden en sprak de slachtoffers moed in.

40.000 gulden

Op de terugweg per trein naar Den Haag werd het tweetal op alle tussenliggende stations met een serenade opgewacht. ’Thuis’ werden de koninklijke broers door een enthousiaste menigte onthaald. Later schonk Willem 40.000 gulden aan de slachtoffers. Vandaar zijn bijnaam ’Waterheld van Het Loo’, een verwijzing naar zijn vader die als de ’Held van Waterloo’ bekend stond.

Evangelist

In Oranjegezinde kringen gingen stemmen op om de koning een geschenk te geven, een nationaal huldeblijk. Het initiatief kwam van een Utrechts comité, onder aanvoering van Jean Louis Bernhardi (1811-1873). Deze tapijtfabrikant, reizend evangelist en publicist fungeerde als spreekbuis van ’het eenvoudige Oranjegezinde en gereformeerde volk’.

Ebbenhouten

Bernhardi gebruikte zijn wekelijkse ’Samenspraken’ om geld bijeen te brengen voor een geschenk aan de koning. Dat moest een Statenbijbel worden, ’een fraai exemplaar, in prachtig fluweel gebonden, benevens een prachtige lessenaar erbij’. In de bijbel, die in een lade van de ebbenhouten lessenaar moest komen te liggen, zouden de namen van alle gulle gevers komen te staan.

Weeskinderen, watersnood en Willem III: 150 jaar Oranje Weeshuis in Huizen
De Watersnoodbijbel
© Foto: Het Loo

Moord

De inzamelingsactie liep zeer voorspoedig. Op 22 maart 1861 kreeg Willem een rijkversierde bijbel (uit 1702, een uitgave van Pieter Keur) cadeau. Op de voor- en achterkant stonden gouden en zilveren afbeeldingen van belangrijke momenten uit de vaderlandse historie, zoals de moord op Willem van Oranje en de ondergang van de Spaanse Armada. Tijdens de plechtige overhandiging mocht Bernhardi de koning toespreken. ’Het was roerend’, zo schreef hij later, ’want onder de rede tot de koning hoorde ik de menigte in den kamer snikken van aandoening, en de vorst, dat bemerkende, werd mede diep bewogen’.

Bijbel en lessenaar zijn overigens anno 2019 te bewonderen in Paleis Het Loo in Apeldoorn.

Luxeprobleem

Het succes van de inzamelingsactie zorgde indertijd nog wel voor een luxeprobleem. De circa 55.000 gevers hadden zoveel geld bij elkaar gebracht, dat er na aftrek van de kosten voor wat de Watersnoodbijbel zou gaan heten maar liefst 1483 gulden en 41 en een halve cent overbleef. Bernhardi had daar wel een goede bestemming voor.

Weeskinderen, watersnood en Willem III: 150 jaar Oranje Weeshuis in Huizen
De historie verbeeld ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan.

150 spieringen

In de strenge winter van 1860/61 - de Zuiderzee was dichtgevroren - was hij in het vissersdorp Huizen geweest om, namens een gefortuneerde bankier, met een flink bedrag de ellende en armoede te bestrijden. Bernhardi bezocht bijvoorbeeld een armoedig gezin, waar hij vier uitgehongerde kinderen aantrof. Hun vader had ’in den felsten vorst vijf dagen en vijf nachten op het ijs in den Zuiderzee doorgebracht met de vischvangst’. Dat leverde de man 150 spieringen op (die hij voor 75 cent verkocht), maar ook bevroren neus, mond en oren. De armoede in Huizen was volgens de bezoeker ’onbeschrijflijk’.

Habbekrats

Het ergste was, zo noteerde Bernhardi, de toestand van kinderen die geen vader en moeder meer hadden. Die wezen werden voor een habbekrats uitbesteed aan mensen, die de kinderen - Dickens in Huizen - erop uitstuurden om te gaan bedelen, tot in Maartensdijk aan toe. In Huizen was daarom dringend behoefte aan een weeshuis, concludeerde de tapijtfabrikant. ’God, in Huizen zijn zoveel wezen die geen thuis hebben. Gij hoort het geroep der jonge raven, waarom zoudt Gij die wezen hulperloos laten?’

Beste deel

Door middel van diverse wervingsacties kwam er zoveel extra geld binnen, dat de initiatiefnemers in juni 1862 een stuk grond bij de kerk - volgens Bernhardi in het beste deel van het dorp - konden kopen. In de Opregte Haerlemsche Courant maakte zijn commissie gewag van de aankoop. ’De verpleging van een zestigtal weezen maakt het noodzakelijk, het gebouw op eene groote schaal interigten.’ Daardoor was het ’natuurlijk eene dringende behoefte, dat velen handen en harten openen om mildelijk bijtedragen.’

Neutrale grondslag

De Huizer burgemeester C.W. Rebel probeerde overigens steun te krijgen voor een weeshuis op neutrale grondslag, maar Bernhardi en de zijnen voelden daar niets voor en hielden met succes voet bij stuk: het moest en zou een Hervormd Gereformeerd weeshuis worden.

Geen schulden

De bouw nam nog geruime tijd in beslag: als er geen geld was, stopten de werkzaamheden omdat men geen schulden wilde maken. Half augustus 1863 waren de fundamenten klaar. Een jaar later kon de eerste steen worden gelegd. In 1868 was het gebouw weliswaar eindelijk klaar, maar moest er nog geld op tafel komen voor de inrichting. Pas in juli 1869 namen ’weesvader’ P. van Dijk en zijn echtgenote uit Naarden en een tiental wezen hun intrek in het pand. Een maand later, op 31 augustus om precies te zijn, werd het Gereformeerd Oranje Weeshuis te Huizen officieel geopend. De koninklijke familie schitterde overigens door afwezigheid.

Kokardes

De ’vrienden’ van het weeshuis kwamen het dorp binnen, getooid met oranje strikken en kokardes (ronde insignes) van oranje, wit en blauw. De commissieleden gingen naar het weeshuis, waar zij werden opgewacht door de Huizer regenten, de ’vader’ en de ’moeder’ en hun tien wezen. De vijf jongens en vijf meisjes waren keurig gekleed, in het blauw, met een oranje bies op de linker- en een witte bies op de rechterschouder. De plechtige inwijding vond plaats in de Hervormde Kerk.

Weeskinderen, watersnood en Willem III: 150 jaar Oranje Weeshuis in Huizen
De weeskinderen met lessenaar, Watersnoodbijbel en spreuk.
© Foto: Studio Kastermans/Daniélle van Coevorden

Gods woord

De gevel boven de voordeur van het weeshuis vertelt nu nog steeds het verhaal van het pand. Daar zijn, in hardsteen afgebeeld, een weesjongen en een weesmeisje te zien. Het tweetal leunt - wat oneerbiedig - op de aan Willem III geschonken lessenaar, waarop de Watersnoodbijbel ligt. Onder het tweetal de spreuk ’Gods woord dat aard en hemel schiep; is ’t dat dit huis in ’t aanzijn riep’.

Margarinekistje

Tussen 1869 en 1953 hebben honderden weeskinderen (een deel van) hun jeugd doorgebracht in het tehuis ’onder de rook’ van de Oude Kerk. In 2002 besteedde het Huizer Museum aandacht aan de historie van de instelling. Bijzonder onderdeel van de expositie vormden de herinneringen van oud-bewoner Marten Schaap (1938-1951) en van Ans en Wil Vlasveld, de dochters van de laatste weesouders. Schaap leerde er aardappels schillen, zo vertelde hij indertijd. ,,Vader Spaargaren zat dan met mij op een bank en tussen ons in een margarinekistje voor de aardappels.” Hij herinnerde zich Spaargaren vooral als een aardige, boerse man.

Groot weesgezin

Aan het laatste weesouderechtpaar Vlasveld dacht hij vooral terug als ’mensen met gevoel’. Zij vormden met hun twee dochters, Ans en Wil, de kleine kern van een groot weesgezin. ,,Het was voor hen meer dan een gewone baan. Moeder heeft wel eens een meisje van drie maanden op haar eigen slaapkamer gehad. Toen het kind na anderhalf jaar wegging was moeder Vlasveld helemaal overstuur, want ’onze Geertje ging weg’.”

Borstplaat

Ans en Wil Vlasveld wisten uit hun ’weeshuistijd’ nog dat ze sokken en handschoenen kregen met sinterklaas. ,,En moeder maakte borstplaat.” Hun leven was even sober als het leven van de weeskinderen. Ook zij moesten een dagje Bikbergerbos eerst verdienen met een halfuurtje bramen plukken voor pudding en jam. Ze gingen wel eens een dagje naar zee of Amsterdam. En ook het Muiderslot werd wel eens bezocht, maar dan wel lopend.

Meer nieuws uit Gooi en Eemland

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.