CBS concludeert uit sterftecijfers dat besef wat te doen bij hittegolf is verbeterd

1/2
Amsterdam

Gedurende de hittegolf van drie weken geleden stierven in ons land vierhonderd meer mensen dan in een gemiddelde zomerweek. Het Centraal Bureau voor de Statistiek, dat vrijdag sterftecijfers naar buiten brengt, constateert een minder sterke samenhang dan voorheen tussen tussen de hittegolf en een hogere sterfte. De conclusie is, dat mensen beter weten wat te doen bij een hittegolf.

Uit eerder onderzoek van het CBS samen met het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut blijkt dat hoge temperaturen en een verhoogde sterfte samenhangen. In week met de hittegolf van drie weken geleden overleden 2964 mensen. Tijdens de hittegolven in 2006 overleden er net als dit jaar bijna evenveel personen extra per week. Omdat er nu naar verhouding meer ouderen zijn in ons land, is de extra sterfte echter dit jaar relatief beperkt.

Dit jaar was er een landelijke hittegolf van 22 juli tot en met 27 juli. De hittegolf was kort, maar zeer hevig, met hogere temperaturen dan ooit gemeten in Nederland. In 2006 waren er twee hittegolven in juli. Met een lengte van zestien dagen was de tweede hittegolf van 2006 een van de langste en meest intense in zeker honderd jaar. Dat jaar overleden in juli naar schatting duizend mensen meer dan in een gemiddelde julimaand.

Griep

Vorig jaar waren er hittegolven in juli en augustus. Die leidden nauwelijks tot extra sterfte, wat ook een gevolg kan zijn van een beter besef wat te doen tijdens een hittegolf. Vorig jaar speelde ook mee, dat er eind februari een lange koude periode met griep was, waarin veel personen zijn overleden. In het voorjaar van 2019 was dit niet het geval. Ook was de temperatuur tijdens de recente hittegolf hoger dan bij die van vorig jaar.

Extra sterfte deed zich voornamelijk voor bij personen van tachtig jaar en ouder. Van de 2964 mensen die in week 30 van dit jaar overleden waren er 1687 tachtig jaar of ouder. Dat zijn er driehonderd meer dan in een gemiddelde zomerweek. Toch is dit relatief minder dan tijdens de hittegolven in 2006, maar hoger dan in een normale zomerweek en ook hoger dan tijdens de hittegolven in 2018. In week 30 van dit jaar overleden 211 personen per 100.000 inwoners van tachtig jaar en ouder. In 2006 lag dat aantal tijdens de weken van de hittegolven (week 27, 29 en 30) nog op 262.

In de leeftijdsgroepen 65 tot 80 jaar en 0 tot 65 jaar lag het relatieve aantal overledenen tijdens de hittegolf juist lager vergeleken met dezelfde periode in eerdere jaren en vergeleken met de hittegolf in 2006. Omdat er tijdens de laatste hittegolf regionaal duidelijke verschillen waren in temperatuur, zijn die er ook in sterftecijfers. In Oost-Nederland was meer extra sterfte dan in de andere delen van Nederland. In Noord-Nederland was de sterfte lager dan tijdens de hittegolf in 2018. In Zuid-Nederland, waar de weeksterfte in de zomer relatief wat hoger ligt dan elders, was de extra sterfte ook beperkt.

Meer nieuws uit Amsterdam

Keuze van de redactie