Premium

Mediaschuwe ’dichthit’ Neeltje Maria Min komt ineens met een boek met tekeningen

Mediaschuwe ’dichthit’ Neeltje Maria Min komt ineens met een boek met tekeningen
Bergen

De mediaschuwe Neeltje Maria Min wordt 75. Een nieuwe dichtbundel ligt er (nog) niet maar er is nu wel een boek met tekeningen.

Ze kreeg het grote publiek aan de poëzie, de dichteres Neeltje Maria Min uit Bergen. Haar debuutbundel, uit 1966, is een hit. Hij is herdrukt en herdrukt, helemaal tot in het jaar 2006. Nu ineens, als uit het niets, komt er een boek met tekeningen van haar uit.

’Voor wie ik liefheb wil ik heten’, zo heet de ongekend succesvolle dichtbundel waarmee Neeltje Maria Min in 1966 voorgoed haar naam vestigde. Hij verscheen in een oplage van maar liefst 7000 exemplaren.

De gedichten, over liefde en dood en de verhouding tussen ouder en kind spraken een groot publiek aan. De bundel kwam veertig jaar lang steeds opnieuw op de drukpers te liggen. In 2006 bereikte hij zijn 23e druk. Nooit eerder vond poëzie zoveel aftrek. Het werd de best verkochte literaire dichtbundel ooit. De titel was trouwens ook wel heel goed gekozen. Min zei in interviews dat zo’n titel en haar ongewone naam ook debet konden zijn aan het succes.

Mediaschuwe ’dichthit’ Neeltje Maria Min komt ineens met een boek met tekeningen
Neeltje Maria Min doet met een nieuw boekje in bescheiden oplage weer van zich spreken.
© Foto Jörgen Caris/Hollandse Hoogte

Verder liet ze weinig los. Ze zou een baby hebben en nog bij haar ouders wonen. Een schooldiploma zou ze niet bezitten, op haar veertiende verliet ze de landbouwhuishoudschool. Dat was het wel zo’n beetje. Er werd gezegd dat zij brieven van fans niet beantwoordde. Opinieblad De Groene Amsterdammer schreef dat ze die in de open haard wierp. Interviews gaf ze sporadisch. Ze had, vond ze, niet veel te vertellen en het kwam altijd op hetzelfde neer.

Tot op de dag van vandaag is zij gehuld in een waas van geheimzinnigheid. Was dat bewust gecreëerde mystiek? Bij de presentatie van haar dichtbundel zou dorpsgenoot Adriaan Roland Holst volgens De Groene Amsterdammer hebben gezegd: „Zij stoort zich alleen aan zichzelf. Ze is volkomen onafhankelijk en laat zich door niemand beïnvloeden.”

Mediaschuwe ’dichthit’ Neeltje Maria Min komt ineens met een boek met tekeningen
Adriaan van Dis, plaatsgenoot en fan van Neeltje Maria Min
© Foto Annaleen Louwes

De schrijver Adriaan van Dis, geboren en getogen in Bergen, kent haar nu een jaar of dertig. Hij heeft de inleiding voor haar nieuwe tekenboek ’Toen eerst’ geschreven. „Neel is heel anders dan u en ik samen. Dat maakt haar leuk. Zij is geen prima donna, ze geeft niet om publiek en applaus. Ze is wonderlijk en imposant. Ze wil niet gemakkelijk ingedeeld worden. Ze houdt niet van aandacht.”

Negentien jaar lang bleef het stil, tot het verschijnen van een tweede bundel in 1985. Was Min geschrokken van haar eigen succes? Was ze bang dat ze nooit meer zo goed zou kunnen dichten?

Neerlandicus Anneke Reitsma, tevens directeur van Stichting Taal en Letteren, schreef dat het ’lange stilzwijgen in verband kan worden gebracht met de bedrieglijk lovende kritieken van destijds, waaraan enig dédain veelal niet vreemd was’. De kwalificatie ’verkwikkend probleemloos’ noemde zij vernederend. Van Dis zegt dat je niet moet gaan psychologiseren als het om Min gaat. „Neel is Neel. Zij is wie zij is.”

Mediaschuwe ’dichthit’ Neeltje Maria Min komt ineens met een boek met tekeningen

Incest

De bundels werden wisselend ontvangen. De suggestie van neerlandica Maaike Meier dat Min over incest schreef in haar poëzie kwetste haar zeer. Van Dis noemt het een ’hijgerige suggestie van iemand met zeer strenge feministische opvattingen die veel slachtofferschap bij vrouwen bespeurt’.

Over de dichtbundels die het debuut opvolgden, schreef Trouw in 1995, naar aanleiding van het verschijnen van haar nieuwe bundel toen: „..zo ongelijk, onambitieus en onzeker dat het terecht vrijwel terstond in vergetelheid is geraakt.” De laatste bundel ’Kindsbeen’ kon volgens de krant niettemin de vergelijking met ’Voor wie ik liefheb’ glansrijk doorstaan. In NRC Handelsblad stond dat Min ’in veertig gedichten uitdrukking geeft aan het geluk, de spanning en de desillusies in de levens van het kind, ouders en grootouders’.

Mediaschuwe ’dichthit’ Neeltje Maria Min komt ineens met een boek met tekeningen

Van Dis is groot Minfan. „Zij is een geweldige dichter, een heel groot talent.’’ Helemaal stil bleef ze niet, zegt hij. „Ze trad al die tijd wel op.”

Niet alleen tijdens literaire salons. Zij schrijft – nog altijd – gedichten voor stichting De Eenzame Uitvaart die uitvaarten verzorgt voor naamlozen en draagt ze voor. Man, onbekend. / Een aansteker en een paar eurocent / was wat jij op zak had toen men jou vond. En later, na het overlijden van een man die tijdens zijn laatste week in het ziekenhuis niemand op bezoek had gekregen: Het is gebeurd / Het is gewoon voorbij / En niemand roept u terug / En niemand treurt. De stichting bundelt de gedichten van de deelnemende dichters. Daarin zijn ook die van Min opgenomen.

Kletskous

In de aanloop naar haar zeventigste verjaardag zaten de eenzelvige Min, de kletskous Van Dis en nog wat mensen bij elkaar om een nieuwe dichtbundel samen te stellen. „Toe Neel, gun ons meer, smeken wij lezers”, grapt hij. Het kwam er niet van. „Min trok zich terug. Ze had andere zorgen aan haar hoofd, onder andere om een kind met gezondheidsproblemen.”

Mediaschuwe ’dichthit’ Neeltje Maria Min komt ineens met een boek met tekeningen
Drie tekeningen uit ’Toen eerst’.
© Illustraties Neeltje Maria Min

Nu wordt ze 75. Min is nog altijd bezig met poëzie. Niet alleen in taal. Van Dis schrijft in de inleiding van haar ’tekenboek’: „Ze maakt kunst uit gevonden voorwerpen. Of beter: ze ziet leven in dooie dingen. De gebroken plastic huls van een kurkentrekker lijmt ze tot een dikbuikig wezentje.” En: „Nu blijkt ons multitalent ook nog eens te tekenen. En hoe!”

De tekeningen herinneren hem aan meneer en mevrouw Romeny (broer en zus) van de eerste Bergensche Boekhandel. „In de jaren vijftig kocht je daar als kind je tekenboek. Ook Neeltjes Oost-Indische inkt en tekenpennetjes kwamen daar vandaan.” Hij vroeg Min waarom ze tekende. „De hand wil veel. De hand wil ook nog breien, haken, borduren en versleten ellebogen van lievelingstweedjasjes stoppen. Eigenlijk zou ik alles tegelijk hebben willen kunnen. Gelijk met de steken van een muts steken voor een gedicht opzetten. Muts af, gedicht af. Was het maar zo eenvoudig.”

Is de Bergense dichteres niet te bescheiden voor een tekenbundel en bijbehorende expositie? Van Dis wuift mogelijke bedenkingen weg. „Ach, de oplage is zo klein. Dit boekje trekt lang niet zoveel aandacht als weer een nieuwe dichtbundel. De expositie is in een kleine boekhandel en duurt maar even.”

Toch hoopt Van Dis dat die dichtbundel er nog een keer komt. „Ze heeft prachtige gedichten geschreven over de dood van haar man, Mauk Dolleman (Met wie ze op haar 34-ste trouwde en een huis vol kinderen runde). Heel indrukwekkend.” De schrijver heeft een stuk of vijftig nieuwe gedichten van Min, zegt hij, thuis in een brandvrij kistje liggen. „Heel goeie.” Maar of het er ooit van komt? „Zij wordt”, zegt Van Dis, „geteisterd door bescheidenheid.” Toch heeft Min weleens te kennen gegeven dat ze het best leuk vindt om goed ontvangen te worden.

Het dialect van een duinkonijn

Dichter Neeltje Maria Min wordt op 21 juli 75 jaar. Ter gelegenheid hiervan komt er een nieuw boek van haar uit: ’Toen eerst’. Ook is er tot 3 augustus een tentoonstelling in de Eerste Bergensche Boekhandel.

Neeltje Maria Min was op jonge leeftijd gaan tekenen en had serieuze plannen om daar haar beroep van te maken. Zij wilde illustrator worden en ging naar de kunstnijverheidsschool, maar zakte. „Op gedrag”, zei ze een keer in een interview. Nog niet zo lang geleden stuitte zij bij het opruimen van haar zolder op dozen ongeordende tekeningen, ook van latere datum.

Het boek is vormgegeven door Geer Roobeek en Dieuwke Groet van Bureau Groet in Bergen en uitgegeven door de Eerste Bergensche Boekhandel in een oplage van 750 exemplaren.

De schrijver Adriaan van Dis in de inleiding: „Toen eerst. Plat Bergens voor: niet heel lang, maar zeker niet kort geleden. Een beetje duinkonijn bediende zich vroeger van dat dialect.”

Tekeningen van Neeltje Maria Min. Voorwoord door Adriaan van Dis. ISBN 97890 72195 111, 96 pagina’s, euro 21,75.

Titelgedicht debuutbundel ’Voor wie ik liefheb wil ik leven’

Mijn moeder is mijn naam vergeten,

mijn kind weet nog niet hoe ik heet.

Hoe moet ik mij geborgen weten?

Noem mij, bevestig mijn bestaan,

laat mijn naam zijn als een keten.

Noem mij, noem mij, spreek mij aan,

o, noem mij bij mijn diepste naam.

Voor wie ik liefheb, wil ik heten.

Meer nieuws uit Cultuur

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.