Vragen over strandpaviljoen: Statenleden vrezen natuurschade van Blaricum Beach

Vragen over strandpaviljoen: Statenleden vrezen natuurschade van Blaricum Beach
Vanaf de eerste mooie dag trekt het Blaricumse strandje grote aantallen badgasten.
Blaricum

De vergunning die de gemeente Blaricum heeft afgegeven voor een tijdelijke strandtent op het strandje bij de Stichtse Brug zorgt voor ongerustheid bij de fracties van D66, PvdA en GroenLinks in provinciale staten van Noord-Holland. Reden voor hen om Gedeputeerde Staten te bevragen over de impact van deze recreatieve voorziening op de natuur.

De drie Statenleden vrezen dat de vergunning die in mei van dit jaar door Blaricum werd afgegeven de deur openzet naar een grootschalige horecavoorziening die maximaal tien jaar lang het jaar rond geopend zal zijn.

Lees ook: Veel steun voor petitie: ’Blaricum Beach voorziet in grote behoefte’

Met verwijzing naar het bezwaarschrift dat de Vereniging Vrienden van het Gooi vorig maand tegen de afgegeven vergunning indiende vragen zij Gedeputeerde Staten of deze ontwikkeling in strijd is met de Provinciale Ruimtelijke Verordening. En welk effect dit zal hebben op de beschermde natuur (NNN-gebied) op het Voorland van de Stichtse Brug.

Eerder al liet de Blaricumse wethouder Kennis in reactie op het bezwaarschrift van de VVG weten dat de vergunning die is verleend is voor de tijdelijke strandtent die er deze zomer staat, los staat van die voor een meer permanent paviljoen dat maximaal tien jaar blijft staan. De bouwplannen daarvoor zijn nog niet ingediend en een vergunning is dus nog niet aangevraagd.

Het idee voor een semi-permanente strandtent ontstond toen bleek dat de projectontwikkelaar het plan om een eiland vol recreatieve voorzieningen voor de kust aan te leggen financieel niet rond kreeg.

Het strandpaviljoen leek een aanvaardbaar alternatief voor de gemeenteraad die in meerderheid heel erg geporteerd is voor horeca op of bij het strand.

Tijd om nog vóór de zomer een paviljoen te bouwen, ontbrak echter. Dus werd een provisorische oplossing bedacht, waarvoor in mei een vergunning is afgegeven.

Uit de vragen van de Statenleden kan worden opgemaakt dat zij geen onderscheid maken tussen de tijdelijke vergunning die nu van kracht is en de vergunning die nog moet worden verleend voor het echte strandpaviljoen.

Zij willen weten of het hele jaar rond recreatie vanuit een hoogwaardige horecavoorziening in overeenstemming is met de beschermde status van het gebied.

’Voorwaarde voor een tijdelijke vergunning is dat aannemelijk moet zijn dat de activiteit kan en zal worden beëindigd aan het einde van de termijn zonder onomkeerbare gevolgen. Wat is het standpunt van de provincie over het begrip tijdelijkheid? Bent u het met ons eens dat recreatie het hele jaar rond gaat leiden tot natuurschade?’ En dat voor een tijdelijke vergunning over zo’n lange periode het bestemmingsplan moet worden aangepast?’, zo willen A. Stens (D66), M. Cardol (GroenLinks) en L. Voskuil (PvdA) weten.

De Statenleden vinden een tijdelijke strandtent geen zaak is van groot openbaar belang en vrezen dat de natuur zal lijden onder de recreatieve ontwikkelingen op het Blaricumse strandje.

Op grond daarvan verwachten zij dat zo’n wijziging van het bestemmingsplan geen kans van slagen maakt. Van Gedeputeerde Staten willen zij weten of de provincie instrumenten heeft om de gemeente op andere gedachten te brengen en welke acties GS gaan ondernemen in deze kwestie.

Meer nieuws uit Gooi en Eemland

Keuze van de redactie