Premium

Filminterview:’Ik heb met de seriemoordenaar uit mijn film in de tram gezeten’

Filminterview:’Ik heb met de seriemoordenaar uit mijn film in de tram gezeten’

Nog altijd spoelt het wrakhout van de nacht aan in ’Zum Goldenen Handschuh’, een café in de Hamburgse wijk Sankt Pauli. Een beruchte tent, ook al omdat het begin jaren 70 de stamkroeg was van seriemoordenaar Fritz Honka. Hij bracht in die tijd minstens vier vrouwen om en zaagde hun lichamen in stukken. Cineast en stadsgenoot Fatih Akin portretteert de man en zijn daden in zijn nieuwe film, die volgende week in première gaat.

„De duisternis heeft me altijd getrokken. Mijn films zitten vol leven, maar de dood heb ik daarbij nooit genegeerd”, zegt de maker van onder meer ’Auf der anderen Seite’ (2007), ’Soul kitchen’ (2009) en ’Aus dem Nichts’ (2017). „Nu ik ouder word, houdt dat onderwerp me nog meer bezig. Ons bestaan is eindig, daar kunnen we niet omheen. En misschien is het maken van een horrorfilm wel mijn manier om met dat ongemakkelijke besef om te gaan.”

Breed

„Toegegeven, mijn definitie van het horrorgenre is nogal breed”, lacht de 45-jarige Akin in Berlijn. „Want veel werk van Michael Haneke en Ulrich Seidl reken ik er ook toe. Toen ik jonger was, waren het vooral ’The hunchback of the Notre Dame’ en films over het monster van Frankenstein die diepe indruk op me maakten. Vooral omdat ik kon meevoelen met die griezelige gekken. Want hoe angstaanjagend ze ook waren, tragisch waren ze eveneens. Dat raakte me. Zo’n zelfde gevoel wilde ik ook met ’Der Goldene Handschuh’ oproepen”, zegt hij over zijn nieuwe film.

Hoewel het regisseren van een horrorfilm al langer op zijn verlanglijstje stond, zag Fatih Akin daartoe eerder geen kans. „Wanneer je bekendstaat als die Duitse cineast van artistieke, sociaal realistische filmhuisfilms, is dat een lastig hokje om uit te ontsnappen. Een direct gevolg van mijn internationale doorbraak met ’Gegen die Wand’, nu alweer zestien jaar geleden. Als ik per se iets met het horrorgenre wilde doen, moest ik dus een onderwerp zien te vinden dat niet te ver afstond van mij en van de films die ik tot nu toe heb gemaakt. Toen ik de biografie las die schrijver Heinz Strunk in 2016 publiceerde over Fritz Honka, wist ik dat het raak was.”

Vlees en bloed

„Een film over Fritz Honka zou niet gaan over een fictionele seriemoordenaar, maar over iemand van vlees en bloed”, legt hij uit. „Iemand uit mijn eigen stad, mijn eigen buurt zelfs. Een man met wie ik ooit in de tram heb gezeten. Een opvallende figuur, over wie veel buurtgenoten wel een verhaal hebben. Zelfs mijn eigen ouders kenden hem. Die realistische ingang had ik nodig. Ik moest kunnen geloven in het verhaal. Een willekeurige spookvertelling zou niet aan mij besteed zijn geweest.”

Terwijl hij een jong, engelachtig meisje als mogelijk slachtoffer door Hamburg laat flaneren, reconstrueert Fatih Akin in ’Der Goldene Handschuh’ het troosteloze leven van Honka (1935-1998), die zich geregeld katjelam zuipt in het café waarnaar de titel verwijst.

Ook zien we hem in zijn totaal vervuilde bovenwoning, waar hij oudere prostituees mee naartoe zeult.

Op genot lopen zijn pogingen tot seks niet uit, wel op gruwelijke moordpartijen. Met zijn 1 meter 68 blijkt hij te klein van stuk om met hun ontzielde lichamen te gaan slepen. Daarom zaagt hij zijn slachtoffers in stukken, die hij - in plastic verpakt – verbergt in een houten inbouwkast.

De seriemoordenaar wordt gespeeld door de jonge acteur Jonas Dassler. Voor zijn rol onderging hij een make-over die hem vrijwel onherkenbaar maakte.

„We hadden oude foto’s van Honka tot onze beschikking en ook Heinz Strunk geeft in zijn boek een duidelijke beschrijving van hoe lelijk Fritz was, met gebroken tanden, één loensend oog en een neus als een aardappel. Dat we daar niet op zouden kunnen casten, was direct duidelijk. Dat uiterlijk moesten we dus zelf zien te creëren.”

Na de wereldpremière van ’Der Goldene Handschuh’ op het Filmfestival van Berlijn – eerder dit jaar – kwam er nogal wat kritiek op het geweld dat Fatih Akin in zijn nieuwe film toont. De term ’vrouwenhaat’ viel zelfs, waarvoor hij commentaarloos een platform zou bieden. Zelf ziet de regisseur dat heel anders.

„In zo ongeveer de helft van alle films speelt geweld een rol. Op zoveel verschillende manieren, met uiteenlopende doelen. Soms om te vermaken, dan weer om spanning op te roepen. Maar mijn uitgangspunt was om het geweld te tonen op de manier waarop het in de politierapporten werd beschreven. Heel gefocust, heel precies.”

„Wat ik in mijn film laat zien, is gebaseerd op een morele keuze die ik zelf heb gemaakt. Ik wilde zo eerlijk mogelijk zijn, niets verhullen. En dan is geweld niet stijlvol, elegant, sexy of glamoureus. Geweld is smerig en lelijk. Om bang van te worden.”

„Het verhaal van Fritz Honka is ook niet zomaar iets uit het verleden. Er is in mijn ogen een link met het heden. Bijvoorbeeld met mannen die zich op internet ’incels’ noemen, omdat ze onvrijwillig celibatair zijn. Figuren die gevoed door seksuele frustratie vrouwenhaat uitdragen en elkaar opstoken. Misschien is het naïef van me en misschien zit ik er wel helemaal naast, maar ik hoop dat zelfs zulke types zich zullen laten afschrikken door ’Der Goldene Handschuh’. Omdat mijn film laat zien hoe gruwelijk geweld tegen vrouwen écht is.”

Meer nieuws uit Cultuur

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.