Premium

Column Joost Prinsen: Wijze raad

Column Joost Prinsen: Wijze raad

Ik lees een verzameling artikelen over boksen: ’The sweet science’, mooie titel. Geschreven door een zekere Abbott Liebling, een Amerikaans journalist uit de eerste helft van de vorige eeuw.

Hij schrijft mooie zinnen. Over een bokspromotor uit New York: „One of the most realistic fellows in a milieu where illusions are few.”

Herkenbaar is de passage waarin een trainer spreekt over zijn pupil: „Hij heeft een goede balans van huis uit, en als je zo’n jongen les geeft, moet je langzaamaan doen. Want je zou de manier waarop hij staat en beweegt kunnen veranderen en dan zijn stoot om zeep helpen. Bij iedere nieuwe beweging die je hem laat zien, moet je vragen: „Voelt het natuurlijk aan? Kun je vanuit die stand nog slaan?”

Ik moest denken aan de lange jaren dat ik les gaf aan theaterscholen. En net als die bokstrainer moest ik uitgaan van wat de leerlingen in huis hadden en niet van wat ikzelf leuk vond. De een had een duwtje nodig, de ander een rem. Nu is het zo merkwaardig dat ik in het dagelijks leven met mijn adviezen zelden uitga van de ander.

Gisteren was een ver familielid op bezoek. En als steeds klaagde ze over haar vader, een neef van me en inderdaad een vervelende man. Dat hij nooit een goed woord voor haar over had terwijl zij toch iedere maandag naar hem toeging om de boodschappen voor de hele week te doen en het huis aan kant te brengen, want de oude heer is al jaren slecht ter been. Ik zei: „Bel die man toch op om te zeggen dat hij het verder zelf kan opknappen.”

Dom natuurlijk. Mijn achternicht wil zo’n zin al een leven lang zeggen, maar brengt het domweg niet op. Ze heeft zo’n bruuske mededeling niet in huis. Mijn advies was dus volstrekt nutteloos, ik schaamde me er achteraf wel over. En ik realiseerde me dat bij al mijn goedbedoelde adviezen, ’Als ik jou was...’, ik eigenlijk meer mijn eigen haan victorie laat kraaien dan dat ik de ander help.

Vreemd: Als je een kind leert lopen of fietsen, ga je uit van het kind. Maar bij een volwassene doe je dat niet meer.

Ooit zei een tante bij ons thuis voor de zoveelste keer tegen ons: „Als ik jullie een goede raad mag geven.” Mijn broer viel haar in de rede met het schitterende „Geef niet weg wat uzelf zo dringend nodig heeft.”

Ook een zin om te onthouden.

NB: In de eerste alinea staat: „Hij heeft een goede balans van huis uit.” De Engelse tekst is: „He had leverage from te start.” Voor een betere vertaling van het merkwaardige ’leverage’ (bereik? voetenwerk?) hou ik me aanbevolen.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.