Extra prik tegen bof beschermt jongeren beter

Extra prik tegen bof beschermt jongeren beter
© Archief
Amsterdam

Een extra prik beschermt jongvolwassenen beter tegen de bof.

Dat heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu bekendgemaakt.

Jongeren reageren goed op een derde BMR-prik (bof, mazelen, rode hond), blijkt uit onderzoek. In hun bloed was een duidelijke stijging van antistoffen tegen de bof te zien. Ook na een jaar was de toename nog meetbaar.

Berucht

De zeer besmettelijke bof is berucht onder studenten. In de eerste drie maanden van dit jaar waren er al dertig meldingen. Bij de helft daarvan ging het om studenten. Symptomen zijn pijnlijke, opgezwollen wangen en kaak, koorts, hoofdpijn en geen eetlust.

In Nederland worden kinderen van veertien maanden en negen jaar gevaccineerd. De afweer neemt in de loop van de jaren af, waardoor ingeënte jongvolwassenen toch de bof kunnen oplopen.

Wel verloopt de ziekte milder bij wie is gevaccineerd. Ook het risico op complicaties als doofheid en ontsteking van de teelballen, eierstokken of alvleesklier is kleiner.

Vroeger kreeg bijna ieder kind de bof. Na invoering van de BMR-vaccinatie in 1987 was de ziekte zo goed als verdwenen, maar de laatste jaren komen weer uitbraken voor. Een derde prik zou jongeren beter beschermen tegen het bofvirus.

Afweercellen

Het RIVM onderzoekt nu wat het gevolg is van de extra vaccinatie op de afweercellen, die spelen óók een rol bij bescherming tegen de bof. De resultaten van dit onderzoek tellen mee bij de evaluatie van het BMR-vaccinatieschema. De Gezondheidsraad brengt hierover in 2021 een advies uit.

Meer nieuws uit Amsterdam

Keuze van de redactie