Premium

Yad Vashem-onderscheiding voor ’tante Mientje en oom Nico’

1/3
Bussum

Hij zat als Joods jongetje op diverse onderduikadressen, maar Naarder Ruben Cahn heeft de meeste en beste herinneringen aan het laatste oorlogsjaar bij ’tante Mientje en oom Nico’ aan de rand van vliegbasis Soesterberg. Maandag kreeg dit echtpaar Herfst-Van Drie samen met het echtpaar Kees en Jantien Bot-Koster postuum de Yad Vashem-onderscheiding toegekend in de synagoge in Bussum.

„Prima mensen, zonder winstbejag”, zegt Ruben Cahn een week voor de onderscheiding over Nicolaas en Wilhelmina Herfst-Van Drie. De bijna 85-jarige Naarder doet zijn verhaal voor tante Mientje en oom Nico. „Zelf hoef ik niet zo nodig in de publiciteit, maar het geeft me veel voldoening dat zij en hun nabestaanden dit eerbetoon krijgen. Dit waren goede mensen.”

Cahn is zeven als zijn ouders hem begin 1942 samen met Ruth Vleeschhouwer, de dochter van vrienden, laten onderduiken in een kindertehuis in Zeist. Cahn zwerft daarna alleen van adres naar adres. Heel kort zit hij bij het gezin Bot, maar daar heeft hij geen echte herinneringen aan. Zijn ouders duiken onder op de Koningslaan in Bussum waar ze in 1943 worden opgepakt. Alleen zijn vader keert na de oorlog terug.

In 1944 komt Cahn bij het echtpaar Herfst in huis. Hij gaat door voor het Rotterdamse jongetje Rudi Koenders, die vanwege de bombardementen op die stad is ondergebracht bij zijn oom en tante in het houten huis aan de Dolderseweg in Huis ter Heide. „Ze hadden een gigantische tuin waar ik heerlijk kon spelen en ravotten. Op eerdere adressen mocht ik soms alleen maar stil op een stoel in de kamer zitten. En in het klooster in Blerick sloegen de nonnen met een latje op je vingers.”

Snoep bietsen

De woning van tante Mientje en oom Nico grensde aan het vliegveld Soesterberg. Samen met buurtvriendjes kroop Cahn wel eens onder het prikkeldraad door om eten en snoep van de Wehrmacht soldaten te bietsen. „Ik weet nog goed hoe erg ik op mijn donder kreeg toen tante Mientje er achter kwam wat we hadden uitgespookt”, vertelt Cahn. Ook staat hem bij hoe kalm tante Mientje bleef in kritieke situaties. Zoals die keer dat er afweergeschut in de tuin werd geplaatst of de keren dat er Duitsers binnenkwamen. „Dan stuurde ze mij naar mijn kamer met de opdracht mijn bed op te maken. Ik heb haar die Duitse Wehrmacht soldaten ook wel eens horen uitschelden. Zij was degene met haar op de tanden. Oom Nico was zachtaardiger.”

Cahn herinnert zich ook nog levendig de bombardementen van de geallieerden op vliegveld Soesterberg eind 1944. ,,Oom Nico vond het houten huis niet veilig. Als de sirenes loeiden haalde hij mij uit bed en kropen we in de diepe greppel die hij in de tuin had gegraven. We lagen op onze rug op een deken in de greppel en keken naar de bommenwerpers die boven onze hoofden de bomluiken openden. De zoeklichten en het geluid van het afweergeschut, de ontploffende bommen. Het leek wel een beetje oudjaar hier, alleen was het lawaai nog een tikje heftiger. Mientje bleef ijskoud, maar wel lekker warm, in bed. Die vond het niet nodig om de nachtkou in te gaan.’’

Schuldig

Na de oorlog hield de Naarder contact met zijn ’oom en tante’. Ze waren aanwezig op zijn bruiloft in 1961. „Lang heb ik me onvoldoende gerealiseerd wat deze mensen voor mij hebben doorstaan. Die wetenschap kwam pas met de jaren. Nadat ze waren overleden heb ik vaak gedacht dat ik meer naar ze om had moeten kijken. Daar heb ik me wel schuldig over gevoeld. Zonder hun hulp en de risico’s die zij daarbij namen, zouden ik, mijn kinderen en kleinkinderen er hoogstwaarschijnlijk niet zijn geweest.”

De bijschrijving voor de Yad Vashem onderscheiding moet aan veel voorwaarden voldoen. Zo moet er onder andere genoeg bewijsmateriaal zijn dat Joden zonder winstbejag zijn geholpen. Het bewijs voor deze twee echtparen is grotendeels afkomstig uit het dagboek van de moeder van Ruth Vleeschhouwer. „Zij schreef heel warm en lovend over deze twee echtparen”, zegt Vleeschhouwer, die samen met Cahn vier jaar bezig is geweest om de onderscheidingen toegekend te krijgen.

De ouders van Vleeschhouwer zitten ook een periode ondergedoken bij het echtpaar Herfst. ,,Zelf heb ik er drie weken gezeten, toen ik heel ziek was. In totaal heb ik dertien onderduikadressen gehad. Bij het gezin Bot, dat in Zwolle woonde en in het laatste oorlogsjaar naar Hilversum verhuisde, zat ik meerdere malen een korte periode. Ik ging daarheen als er acuut een nieuwe opvangplek nodig was. Een heel warm gezin met vijf kinderen. Ik mocht tante Jantien altijd meehelpen bij de verzorging van de baby en ze hadden een dochter die een jaar ouder was dan ik. Ik voelde me echt onderdeel van het gezin. Dat was op sommige onderduikadressen wel anders.”

Van haar moeder weet Vleeschhouwer dat er gevaarlijke momenten zijn geweest voor het gezin Bot. Zelf heeft ze daar nooit iets van gemerkt. „De keren dat ik daar zat, waren voor mij juist momenten van rust. Ik kan me alleen maar herinneren dat ik me daar veilig voelde.”

Vluchtelingen

De toekenning van de onderscheiding betekent veel voor Vleeschhouwer en Cahn. Vleeschhouwer, die al weer veertig jaar in Israël woont en met man en kinderen maandag bij de uitreiking aanwezig was, noemt het een emotioneel moment. ,,Deze mensen hebben zich actief verzet. Een daad die de laatste jaren weer heel actueel wordt met het toenemende aantal vluchtelingen, het toenemende racisme en extremisme. Op deze manier spreken wij alsnog onze bewondering uit voor wat zij gedaan hebben. Dat was niet alleen bijzonder, maar ook belangrijk. En dat is het nog steeds.”

Meer nieuws uit Gooi en Eemland

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.