Premium

Wat doen die schilderijen van Vlamingen in Museum Kranenburgh in Bergen?

Wat doen die schilderijen van Vlamingen in Museum Kranenburgh in Bergen?
Werk van Floris Jespers.
Bergen

Wat doen die schilderijen van Vlamingen in Museum Kranenburgh in Bergen? Wie zich hierover verbaast, zal gek opkijken. Een eeuw geleden schilderden de Belgen namelijk al in Nederland. En warempel, ze leerden hier anders schilderen.

Direct na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in de zomer van 1914, kwam er een enorme vluchtelingenstroom op gang vanuit België. Een miljoen Belgen zochten hun toevlucht in het neutrale Nederland.

De schilders Gustave de Smet en Frits van den Berghe waren hen al voor gegaan. De schilder Constant Permeke werd iets later als gewond soldaat overgebracht naar Engeland. De drie zouden uitgroeien tot de ’grote drie van het Vlaams expressionisme’.

In het museum is goed te zien hoe de drie -plus wat andere Vlamingen om hen heen, onder wie Gustave’s broer Leon - zich in den vreemde ontwikkelden. De vluchtelingen kwamen ons land binnen, nog sterk onder de invloed van het monumentale schilderij Un dimanche à la Grande Jatte, een meesterwerk van Georges Seurat dat in 1887 in Brussel te zien was geweest en in Vlaanderen grote indruk had gemaakt.

Wat doen die schilderijen van Vlamingen in Museum Kranenburgh in Bergen?
Doek van Frits van den Berghe.

Ze schilderden valavonden in schemerige poedergroenen en gelen en zachte blauwen. Treurwilgen. Weilanden. En zonnig stralende vrouwen en meisjes in vrolijk gekleurde veldbloementuinen. Schilderen konden ze, de Vlaamse vluchtelingen. Stippelig en streperig, pointillistisch, luministisch. Dat staat buiten kijf. Het levert twee volle zalen (neo-)impressionistisch werk op waar de kijker lang in kan verpozen.

’Wilde kunst’

Eenmaal in Amsterdam gevestigd en later in ’t Gooi, ofwel ’klein Gent’ vanwege de invasie van de Belgische vluchtelingen, vielen de Vlamingen voor de ’wilde kunst’ hier: het expressionisme van hun vakbroeder Jan Sluijters en van de schilder Leo Gestel die vanaf 1911 de zomers doorbracht in Bergen en er tien jaar later ging wonen.

Met de laatste hadden de Vlaamse vluchtelingen meteen contact. Daarnaast had je hier nog de Franse kubistische schilder Henri le Fauconnier, die gedurende WOI de Franse dienstplicht ontliep door in Nederland te blijven hangen en samen met Piet van Wijngaerdt de grondlegger werd van de Bergense School.

Wat doen die schilderijen van Vlamingen in Museum Kranenburgh in Bergen?
Werk van Gustave de Smet.
© Foto’s PR

De Smet besloot zich ook te ontdoen van ’alle clichés en kunstgrepen’ zoals hij dat noemde. ’Voortaan wil ik mij inspannen het innerlijke leven te vertolken, met de grootst mogelijke eenvoud, expressief door de vorm en de kleur.’ Stevig, streng en somber ging hij schilderen. Met een vreemd perspectief. Kijk bijvoorbeeld naar het schilderij waarop de Lutherse Kerk op de hoek van het Spui en de Singel in Amsterdam te zien is met rechts op de voorgrond een bosje tulpen.

De andere Vlamingen deden er niet voor onder. Krachtig en aards realistisch werd hun schildertoon. Van den Berghe ’ving’ het echtpaar Desmet in droeve kleuren na het verlies van hun enige kind. Hun zoon Firmin kwam in 1918 om bij een treinongeval in Weesp. Permeke ontwikkelde zich in Engeland op eigen kracht. Hij schilderde veel plompe boeren en arme vissers en gaf een roeier, die met klompen aan in een boot zit, zoveel pit en vaart dat de kijker zich kan verbeelden dat hij op zee zit.

Latemse School

Toen de oorlog al vier jaar was afgelopen (1922), gingen De Smet en Van den Berghe terug naar huis. Zij trokken in bij Permeke. Daar vormden zij, net als voor WOI, een van de kunstenaarsgroepen van de Latemse School aan de Leie in Sint-Martens-Latem.

Van den Berghe liet de donkere tonen achter zich, te zien aan het schilderij ’Het verlangen’ van een groep mannen rondom een naakte vrouw. Floris Jespers schilderde zijn zoon Marc die eerder al model stond voor het beroemde gedicht ’Marc groet ’s morgens de dingen’ van de Nederlands/Vlaamse dichter Paul van Ostaijen. Ook op dit doek geen donkere kleuren. Het vreemde perspectief blijft.

Is de wat jongere Hubert Malfait, die tot de tweede generatie van de Latemse kunstenaars behoort, schatplichtig aan de oudere Vlaamse vluchtelingen? Kijk naar zijn stevige boerin met koe in zware tinten en ruwe lijnen en vlakken en oordeel zelf.

Expositie

’Vlaamse Expressionisten’, te zien t/m 10 juni in Museum Kranenburgh te Bergen. www.museumkranenburgh.nl

Meer nieuws uit Cultuur

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.