Verkiezing De Gooi- en Eemlander 2018: Wil Drost

Verkiezing De Gooi- en Eemlander 2018: Wil Drost
Wil Drost op het Spelepad.
© STUDIO KASTERMANS/LEON DAKKUS

Wie wordt De Gooi- en Eemlander van het Jaar? De redactie selecteerde acht kandidaten. Zij maken kans op een geldbedrag, een cartoon, een bronzen beeldje van De Krantenlezer en natuurlijk eeuwige roem. Vanaf 8 januari kunnen lezers en bezoekers van de site een stem uitbrengen op hun favoriet. De komende dagen stellen we de genomineerden in interviews voor. Vandaag: Wil Drost uit Soest.

Dertig jaar al zorgt ze voor een nu 89-jarige buurvrouw, elke vrijdagmorgen samen boodschappen doen. Meer dan twintig jaar ontfermde ze zich over haar vorig jaar op 95-jarige leeftijd overleden tante. Steeds heen en weer naar Velp, waar ze lang woonde. Maar los daarvan had Wil Drost (64) ook nog tijd om actief te zijn in onder meer wijkbeheerteam Soestdijk/’t Hart, waar ze ruim twaalf jaar inzat, de laatste paar jaar als voorzitter.

Ze loopt al dertig jaar hard bij AV Pijnenburg, waar ze al jaren ook parcourswacht is, voor de Bosmarathon en de Sylvestercross. En dan helpt Drost ook bij manege Zonneveld tussen Baarn en Soest, waar ze paard rijdt. En toch vindt de Soesterse het absurd dat ze hier op deze pagina aan bod komt. „Want een ander helpen zou heel normaal moeten zijn.”

Als kind werd Wil Drost regelmatig gepest. „Ik zat in Baarn op de NBS, een beetje elitaire school. Maar mijn ouders waren gescheiden, ik denk dat dat een rol speelde. Pesten heeft mijn leven best voor een deel bepaald. Ik zat vaak in de hoek, zei liever niet veel. Ook in het Wijkbeheerteam (WBT, een soort wijkvertegenwoordiging, red.) was dat in het begin zo. Maar ja, dan is een ander er niet. En kijken ze toch naar jou. Sta je ineens voor een zaal mensen met een microfoon in je hand. Wat dat betreft heeft het WBT me wel heel veel gebracht.”

Wil Drost woont net enkele dagen in Eemnes. Weg uit Soest, waar ze tientallen jaren woonde. Verhuisd naar een oude boerderij aan de Wakkerendijk, net als zoon en schoondochter. „Allebei ons huis verkocht. Mijn man overleed vijf jaar geleden. Het huis aan de Koninginnelaan in Soest was te groot”, vertelt ze. „Ik zit nu als een oma in het voorhuis”, lacht ze.

Ineens dus in Eemnes. Een mooi moment om terug te blikken op tientallen jaren in Soest. Waarin ze de drijvende kracht was achter tal van initiatieven. In weerwil nogal eens van de gemeente, wil ze toch even kwijt. „Die regeltjes, dat vergaderen met ambtenaren, die bureaucratie. Terwijl ze altijd hun mond vol hebben van het betrekken van bewoners. Maar het gaat vaak zo moeizaam, zo traag ook.”

Voor elkaar krijgen

En toch wist Drost in al die jaren heel wat voor elkaar te krijgen. Jaar na jaar, ontelbare avonden, maar ook vele, vele uren overdag was ze bezig voor de wijk waarin ze woonde. En vaak ook voor mensen buiten de wijk, zoals in het geval van de Depodog, de bak voor hondendrollen in het groen, met daarbij ook plastic zakjes.

„Was in de beginjaren van het WBT. We keken wat de grootste ergernis was onder Soesters. Hondenpoep dus. Hele veldjes vergeven van de stank. De gemeente wilde het over een aantal jaren pas aanpakken. Nou, echt niet. Het was mijn eer te na, ik vond dat we vol moesten houden. Ze legde contact met de man die de Depodog had bedacht. Het duurde lang, maar uiteindelijk kwamen ze dan toch overal in Soest, na een pilot in onze eigen wijk.”

Ander voorbeeld van vasthoudendheid is de speelplek die aan het Spelepad kwam, achter de Koninginnelaan. Jaren ijverden Drost en de andere WBT-leden voor het opfleuren van dat wat doodse, met groen omgeven plekje. De opening zo’n zeven jaar geleden was gedenkwaardig. Veel buurtbewoners en kinderen, speeltoestellen. De gemeente had er een kleine dertig mille voor uitgetrokken, samen met het WBT.

De afloop was minder prettig. De boel verslonsde. Hangjongeren namen de regie, kleinere kinderen werden weggejaagd, er waren alcohol en drugs. Klachten genoeg bij gemeente en politie, maar toezicht had weinig prioriteit. Toch kwam er een inval. Dieptepunt. Zo’n zestig jongeren, deels uit de wijk Smitsveen, stoven uiteen en verstopten zich in het groen. Drost en haar mede-WBT’ers waren zwaar aangeslagen.

„Ik stond weleens met tranen in de ogen. Wat mankeert de jeugd toch? We zijn bij het Griftland wezen praten, want ook jongeren van die school kwamen daar samen. We hebben zelfs een basketbalveld laten aanleggen. Maar er kwamen weer rotte appels, die alles verpestten en vernielden. Is het de opvoeding? Kinderen hebben tegenwoordig veel geld. Hun ouders zijn met hun eigen dingen bezig. Ik verbaas me daar weleens over. Zo jammer vind ik dat”, zegt ze uit de grond van haar hart.”

Wil Drost was op haar achttiende al moeder. Op dat moment gewoon huisvrouw, al verdiende ze ook wel bij. „Ik was veertien toen ik mijn man leerde kennen. En ik bleef thuis toen er kinderen waren, zo ging dat toen. Mijn man werkte bij het gasbedrijf, ik was gewoon huisvrouw, kookte niet uit pakjes en zakjes. Mijn vader en moeder waren al jong overleden, dus toen een tante in Velp hulpbehoevend werd, nam ik de zorg op me. Net als voor een buurvrouw. Niets bijzonders allemaal.” Dat Drost in april een koninklijke onderscheiding kreeg voor al haar inzet vond ze maar vreemd. „Voor zoiets gewoons?”

Stemmen

Vanaf 8 januari kunnen lezers en bezoekers van de site een stem uitbrengen op hun favoriete kandidaat. Wilt u weten wie er nog meer meedoen? Hier verzamelen we de interviews met de kandidaten die tot nu toe zijn gepubliceerd.

Meer nieuws uit Gooi en Eemland