’Niet pas reageren na ramp’

Roel van Leeuwen
Haarlem

1836 doden en een economische schade van 81 miljard dollar. Het zijn de afschrikwekkende gevolgen van Katrina. Deltacommissaris Wim Kuijken presenteerde dinsdag de plannen die dergelijke scenario’s in Nederland voor de komende honderd jaar moeten voorkomen. Met Joke Geldhof – gedeputeerde van de provincie Noord-Holland en voorzitter van de stuurgroep van het Deltaprogramma Kust – en Luc Kohsiek – dijkgraaf van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier – nemen we enkele punten uit het nieuwe Deltaprogramma onder de loep.

1. Nieuwe normen

In het Deltaprogramma wordt een nieuwe veiligheidsnorm gehanteerd.

Kohsiek: ,,We hadden de overschrijdingsnorm. Kort gezegd hield die in dat als er water over de dijk kwam dan was het fout. Nu hebben we de overstromingsnorm. Waar je in Nederland ook woont, mag de kans dat je overlijdt door een overstroming nooit groter zijn dan één op de honderdduizend. En daarboven wordt de economische waarde van het gebied meegenomen.’’

De nieuwe normen leiden er vooral toe dat er in de Rijn-Maasdelta – het rivierengebied – veel extra maatregelen moeten worden getroffen. Bijvoorbeeld door slimme dijkversterkingen of door nieuwe wijken zo te bouwen dat ze tegelijkertijd dienen als waterkering.

In Noord-Holland loopt het hoogwaterbeschermingsprogramma – kosten circa 1 miljard euro – al. Kohsiek: ,,Dat programma moet in 2021 zijn afgerond. Het gaat om de Hondsbossche Zeewering, de Markermeerdijken, de Wieringermeerdijk, de dijken bij Den Oever en Den Helder en om verschillende plekken aan de oostkant van Texel. Als die zijn uitgevoerd, zijn wij al grotendeels veilig, ook volgens de nieuwe normen. Heel anders is dat voor het rivierengebied. Daar zijn ze in 2021 bij lange na nog niet veilig.’’

Geldhof: ,,Een groot deel van Noord-Holland is lager gelegen. Vooral in het noordelijke deel praat je over een badkuip. Daarentegen hoeft in ’t Gooi natuurlijk weinig te gebeuren. Dat betekent dat we in Noord-Holland van veilig naar duurzaam veilig gaan. Want we zijn al op de toekomst voorbereid door alle versterkingen.’’

2. De kust

Waar het rivierengebied zich nadrukkelijk moet wapenen tegen de dreiging van overstromingen, lijkt het met de veiligheidsmaatregelen langs de kust mee te vallen.

Geldhof: ,,Tot 2040/2050 voorzien wij vanuit de zee geen bedreiging voor de veiligheid. De geplande zandsuppleties blijven natuurlijk wel doorgaan. Wel moet je per locatie bedenken hoe je je in de toekomst wilt verdedigen tegen het water. Ga je zeewaarts versterken door meer zand voor de kust aan te brengen, ga je de hoogte in met je dijken en kades of ga je landinwaarts versterken? Die keuzes moet je nu gaan maken. De badplaatsen hebben behoefte aan een upgrading en als je wilt investeren – bijvoorbeeld door een nieuw hotel te bouwen – dan moet je wel weten waar dat kan.’’

,,Op sommige plekken is die keuze al gemaakt’’, vervolgt ze. ,,Zoals in Katwijk waar onder meer een enorme parkeergarage wordt gebouwd die tevens een waterkerende functie kan hebben. En bij Petten wordt er acht kilometer aan nieuw strand aangelegd. Dat is goed voor de economie, maar er komen ook plekken die dienst doen als rustgebieden. Daar komen geen strandpaviljoens. Het wordt geen reservaat, maar wel een plek waar de natuur veel meer zijn gang kan gaan. We zien nu al dat daar zeehonden op afkomen.’’

3. Zoet water/IJsselmeer

In het nieuwe Deltaprogramma wordt een streep getrokken door het plan van oud-minister Cees Veerman om het waterpeil in het IJsselmeer met anderhalve meter te verhogen. Deze oplossing was bedacht om te garanderen dat we voldoende zoet water zouden houden.

,,Maar dit had nogal wat betekend voor de kustgemeenten aan het IJsselmeer’’, zegt Kohsiek. ,,Het verhogen van de dijken en kaders had een mega-investering betekend.’’

Geldhof: ,,Voor het historische aangezicht van de IJsselmeerplaatsen zou het een ramp zijn geweest om dit te doen.’’

In plaats daarvan komen er nu pompen in de spuisluizen van de Afsluitdijk. Kohsiek: ,,Twee jaar geleden nog hadden we de situatie dat het peil in het IJsselmeer zeventig centimeter te hoog was, maar dat we bijna niet konden spuien omdat er hoog water was in de Waddenzee.’’

Volgens Kohsiek is er naar aanleiding van het plan van Veerman onderzocht hoeveel water er nu daadwerkelijk extra in het IJsselmeer moet worden opgeslagen. ,,We hebben minder nodig dan hij dacht. Dat komt doordat we zuiniger omgaan met water. Ook kunnen we alternatieve bronnen gebruiken, zoals het water uit de rioolzuivering voor de landbouw. Dit gebeurt al op Texel, waar we extra filters achter de rioolwaterzuivering gebruiken. Ook zijn er al proeven met het opslaan van zoet water voor de landbouw. Wél zullen we in het voorjaar het peil in het IJsselmeer/Markermeer verhogen met tien à twintig centimeter. Tot 2050 moet dit meer dan voldoende zijn.’’

Winstpunten

,,De winst van het Deltaprogramma is dat we kijken naar de toekomst’’, zegt Kohsiek. ,,Naar wat West-Nederland moet doen om veilig te blijven en te voorkomen dat we straks voor honderden miljarden schade hebben. Ook is gekeken hoe het effect van schade zo klein mogelijk kan worden gehouden door gebieden waterrobuust in te richten en te constateren dat je misschien op het diepst gelegen punt van de polder een wijk moet bouwen. Ik ben heel blij met het Deltaprogramma, we kijken honderd jaar vooruit in plaats van dat we reageren op een ramp. We hebben nieuwe normen in plaats van normen die zestig jaar oud waren.’’ Geldhof: ,,Waar ik heel blij om ben is dat de financiering van het Deltaprogramma op poten staat. Dit moet niet onderhevig zijn aan de politieke waan van de dag. Het gaat om de stabiliteit van ons land.’’

Maatregelen op een rij

Nederland gaat de komende 30 jaar ongeveer 20 miljard euro investeren in nieuwe maatregelen om het land te beschermen tegen hoogwater en te zorgen voor voldoende zoetwater. De belangrijkste maatregelen op een rij:

1. Het deltagebied rond Rotterdam, waar Rijn en Maas uitmonden in zee, krijgt steviger dijken. De gevolgen van een dijkdoorbraak veroorzaken in het deltagebied enorme schade.

2. Vooral in het rivierengebied wordt fors geïnvesteerd in sterkere dijken. In dat gebied zullen bij een overstroming veel mensen verdrinken.

3. Alle overheden samen gaan ervoor zorgen dat er geen tekort aan zoetwater kan ontstaan. Voor de hoge zandgebieden, zoals de Brabantse Peel, waar bij droogte snel sprake is van een watertekort, wordt een nieuwe aanpak bedacht. Ook komen er maatregelen om de verzilting van delen van de Randstad tegen te gaan.

4. Om de kustlijn op zijn plek te houden wordt zand op de stranden gespoten.

5. Het IJsselmeer moet als zoetwaterbuffer gaan functioneren. Daarom krijgt het meer een flexibel waterpeil met pompen in de Afsluitdijk.

6. Nederland moet waterbestendig gaan bouwen In 2050 moet het land klaar zijn voor klimaatveranderingen.

7. De maatregelen die getroffen worden, zijn gebaseerd op een nieuwe norm. Voor elke Nederlander mag de kans op overlijden door een overstroming niet groter zijn dan 0,001 procent.

Meer nieuws uit Regio

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.