’Op operatietafel dacht ik alleen aan mijn zoontje’

Voorzitter Jeroen van den Hoek van BZC’13 wil dat iedereen kan voetballen, ook gezinnen die het niet breed hebben.

Voorzitter Jeroen van den Hoek van BZC’13 wil dat iedereen kan voetballen, ook gezinnen die het niet breed hebben.© foto studio kastermans/ronald smeenk

Stijn Keuris
Hilversum

Hij is pas 34, maar toch al voorzitter van een voetbalclub. Jeroen van den Hoek probeert bij de Hilversumse fusieclub BZC’13 een nieuw gevoel te creëren en een maatschappelijke functie te vervullen. Maar de laatste tijd stond zijn leven in het teken van iets heel anders. Van den Hoek doneerde een stuk van zijn lever, om het leven van zijn zoon te redden. ,,Ik wist meteen dat ik het zou gaan doen.”

Niemand stak zijn hand op toen er tijdens de ledenvergadering gevraagd werd of er iemand interesse had in het voorzitterschap. Ook Jeroen van den Hoek niet. Maar eenmaal thuis bleef de optie wel in zijn hoofd zitten. Na overleg met zijn vrouw besloot hij het te doen. Van den Hoek wist dat zijn thuissituatie niet ideaal was voor een dergelijke functie en ook zijn werk in de verstandelijk gehandicaptenzorg neemt aardig wat tijd in beslag. Daarom wilde hij alleen voorzitter van de club worden als er een sterke vicevoorzitter naast hem zou staan, die als de situatie erom zou vragen het stokje over kon nemen. ,,En ook niet te veel vergaderen”, zegt de 34-jarige Hilversummer. ,,Daar ben ik niet zo van. Je moet natuurlijk dingen met elkaar bespreken, maar we doen dat nu met actiepunten. En één keer per maand. Ook per e-mail en Whatsapp hebben we contact, maar ‘face-to-face’ vind ik nog steeds het prettigst.”

Chronische ziekte

Door de chronische ziekte van zijn zoon heeft Van den Hoek minder kunnen doen dan hij van plan was. Ook zit hij door de transplantatie-operatie tot september in de ziektewet. Hij deed tijdelijk een stapje terug, maar is in september weer volop van de partij. ,,Je moet aanwezig en zichtbaar zijn als voorzitter en dat was de laatste tijd lastig. Ik weet dat men het me niet kwalijk neemt, maar het is me de laatste tijd te weinig gelukt. Ik wil graag meer bij de jeugd komen kijken, dat is de toekomst. Zeker voor onze club.” Daarmee doelt hij op de identiteit van BZC’13, dat staat voor Bloemenkwartier Zebra’s Combinatie. In 2013 werden de clubs samengevoegd, omdat de Zebra’s van het terrein bij Anna’s Hoeve moest vertrekken van de gemeente. Voor sommige oud-leden van die club is de samenvoeging even wennen. Van den Hoek heeft daar begrip voor en wil de tradities van de oude clubs in stand houden. Maar ook hoopt hij dat jonge kinderen zich thuis gaan voelen bij de nieuwe vereniging.

Kabouterbak

Bijvoorbeeld door peuters en kleuters al te betrekken. ,,In Almere en Lelystad is voetbal met kleintjes heel populair. In onze regio kunnen ze pas rond hun vijfde starten. Waarom niet eerder? Mijn zoontje vindt het al prachtig om in de tuin te voetballen en kijkt er graag naar op televisie. Nu kan ik nergens heen, terwijl het denk ik leuk is om op een middag gewoon wat te spelen met andere kinderen. We hebben plannen om een ‘kabouterbak’ aan te leggen, waar ook kinderen uit de buurt en van de kinderdagopvang Bink kunnen komen ballen.”

Aso-imago

Niet alleen het clubgevoel stimuleren is belangrijk, ook de maatschappelijke functie telt. Dat is iets wat Van den Hoek heeft meegenomen van zijn oude club de Zebra’s. De vereniging was toegankelijk, ook voor mensen die weinig te besteden hebben. ,,BZC’13 is de goedkoopste club in de buurt, zeker voor junioren. Dat doen we bewust, iedereen moet kunnen sporten. Bij mijn oude club leverde ons dat soms een aso-imago op, maar ik heb die ervaring helemaal niet. We vonden het belangrijk dat ook sociaal zwakkeren zich welkom voelden, dat imago hebben we maar op de koop toe genomen. Natuurlijk zit er wel een grens aan en moet iedereen zich gedragen. Als je dat niet doet lig je eruit, maar ik heb nog nooit iemand hoeven royeren. Kinderen met ouders die het niet breed hebben moeten ook kunnen komen voetballen en we hebben hier nu ook wat jongens lopen die gesteund worden door het Jeugdsportfonds. Dat fonds zet zich in voor kinderen die door financiële redenen geen lid kunnen worden van een sportvereniging. We willen ook belangrijk zijn voor de buurt. Een club is meer dan het faciliteren van een sport. De maatschappij verandert en je hebt soms ook een pedagogische taak.”

Verjongen

Van den Hoek helpt graag bij de opvoeding, maar toch wringt er iets. ,,Je ziet soms ouders die hun kinderen bij het hek afzetten en dan wat anders gaan doen. Niet per se bij onze club, maar ik heb het in het verleden wel meegemaakt. Het staat ook wel symbool voor de individualisering van de samenleving. Iedereen is maar met zichzelf bezig en zit op die telefoontjes te kijken. We merken het, net als alle clubs, ook aan de vrijwilligers. We hebben een aantal zeer trouwe vrijwilligers, maar die zijn toch wel op leeftijd. Het zou goed zijn om wat te verjongen, maar dat gaat moeizaam. Een andere Hilversumse club heeft nu het beleid dat iedereen wordt ingedeeld en als je echt niet wil, kan je je verantwoordelijkheid afkopen, waardoor iemand anders betaald een dienst kan draaien. Wij zijn daar als club te klein voor, maar het laat wel zien dat er wat moet gebeuren. Hopelijk komt het besef dat je het als vereniging met elkaar en voor elkaar doet. Iedereen moet zijn steentje bijdragen.”

Levertransplantatie

Het werk van de jonge voorzitter is natuurlijk belangrijk, maar door de ziekte van zijn zoon is het allemaal in perspectief gezet. Noah is inmiddels bijna drie, maar zijn leven is tot nu toe heel anders verlopen dan dat van veel van zijn leeftijdgenootjes. Al snel na de geboorte werd een hartafwijking geconstateerd en ook zijn lever werkte niet goed. Van den Hoek en zijn vrouw wisten dat het uiteindelijk op een levertransplantatie zou uitlopen, maar door de hartafwijking kwam dat eerder dan verwacht. Omdat de artsen graag een zo gezond mogelijk kind wilden opereren, kon niet gewacht worden tot de lever het niet meer zou houden. Dan zou het hart van Noah voor gevaar kunnen zorgen en dus moest er een donor gevonden worden. ,,In eerste instantie leek mijn vrouw het meest geschikt”, vertelt Van den Hoek. ,,Maar toen bleek ik het toch te zijn. In een nanoseconde schrok ik, maar ik wist ook gelijk dat ik het zou gaan doen.” Ook voor de donor is de operatie niet zonder gevaren. En behalve dat iemand gezond moet zijn, wordt er ook gekeken of het echt een vrijwillige keuze is en gaat de donor een lang traject in. Afgelopen juni was het zover. ,,Toen ik op de operatietafel lag dacht ik alleen maar aan mijn zoontje en was ik niet bang. En dat terwijl ik met dit soort dingen absoluut geen held ben! Ik wist dat er risico’s aan vastzaten, maar ik twijfelde niet. Ik dacht ook dat als ik het niet zou overleven, ik in ieder geval het goede had gedaan. Het is ongelooflijk wat voor kracht je krijgt als het om je eigen kind gaat.”

De operatie verliep goed en eenmaal op de intensive care hoorde Van den Hoek ook dat het goed ging met Noah. Het gevaar van afstoting zorgde in de eerste uren voor grote angst. Maar alles verliep zoals gepland. ,,Wel is het zo dat Noah het eerste jaar goed door moet komen en afstoting blijft een risico. Hij zal zijn hele leven medicijnen moeten slikken, maar nu gaat het goed. Ook met zijn hart, waar hij twee keer aan geopereerd is.”

Revalidatie

De revalidatie verloopt goed en vanaf september bouwt Van den Hoek zijn werkuren weer op. Wellicht gaat hij zelfs weer voor het eerste team van BZC’13 voetballen, maar de psychologische klap van alles wat er de afgelopen jaren gebeurd is krijg je niet zomaar weg. ,,Je wordt heel snel volwassen in een heel korte tijd. We hebben veel operaties achter de rug en spannende momenten gehad. Maar mijn vrouw en ik hebben ook veel geleerd. Bijvoorbeeld dat je niet passief moet toekijken hoe je kind behandeld wordt. Het is geweldig wat er medisch gezien mogelijk is en dat dat allemaal voorhanden is in een land als Nederland. Maar soms moet je opkomen voor jezelf of je familie. En ook met mijn vrouw heb ik veel doorgemaakt. Het mooie van ons is dat we eigenlijk nooit tegelijkertijd knakken. We kunnen elkaar er eigenlijk altijd weer bovenop krijgen zodat we doorgaan. Je moet op één lijn zitten in zo’n situatie. Eerder werkte ik op een school voor verstandelijk gehandicapte kinderen en daar zag je enorm veel gescheiden ouders. Die mensen konden er met elkaar niet mee omgaan dat hun kind een handicap had. Je moet blijven communiceren, ook al is dat soms moeilijk.”

Politiek

Met alles wat Van den Hoek geleerd heeft wil hij uiteindelijk ook wat doen. ,,Ik ben niet iemand die even met gemak een zaal met een paar duizend mensen plat krijgt, maar ik heb wel veel ideeën en ik bedenk snel oplossingen. Over een paar jaar zou ik wel achter de schermen in de politiek willen. Nu ben ik nog te druk met mijn kinderen, naast Noah heb ik nog een zoontje van bijna één. Maar als ze wat groter zijn denk ik dat ik zeker wat voor de samenleving kan betekenen.”

Meer nieuws uit Gooi en Eemland

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.