Convenant respect en sportiviteit: ’Poster ophangen niet genoeg’

Diverse regionale clubs kwamen woensdagavond bij SDO bijeen om de symboliek van het convenant uit te dragen.
© Foto Studio Kastermans
Bussum

In een nieuwe poging om het (verbale) geweld en de onfatsoenlijkheden in het voetbal terug te dringen, hebben 24 regionale amateurverenigingen zich aangesloten en samen een convenant ondertekend. Inzet: verbetering van gedrag langs en binnen de lijnen, tot in de kleedkamers toe, respect voor elkaar en voor de scheidsrechter. Het convenant is het gevolg van een initiatief van de KNVB, die op 24 september landelijk actie zal voeren om de ’nieuwe sportiviteit’ onder de aandacht te brengen.

Het is allemaal helemaal niet nieuw natuurlijk, die roep om ’respect’ en ’sportiviteit’, maar kennelijk nog wel nodig. Volgens de KNVB daalde het aantal excessen op de velden de afgelopen jaren flink. Maar afgelopen seizoen was er weer een toename te zien, met name in de grote steden.

Ron Peffer, voorzitter van SDO, voert het woord namens de regionale clubs die het convenant hebben ondertekend en schetst de situatie zoals hij die nog altijd regelmatig in de praktijk tegenkomt. „Ouders en coaches die agressief aanmoedigen, verbaal soms over de schreef gaan, daar begint het vaak mee. Emotie hoort erbij, maar houd het in vredesnaam fatsoenlijk. En laat iedereen proberen een voorbeeld te zijn.”

Er wordt de laatste tijd regelmatig gepraat over het ’rugbymodel’. Respect voor elkaar, de tegenstander, de coach en de arbitrage is bij het rugby vanzelfsprekend, maar dat wordt de kinderen ook van jongs af aan nadrukkelijk bijgebracht. Wie niet luisteren wil, krijgt te horen: ’Als je je zo blijft gedragen, dan kun je maar beter op voetballen gaan.’ Het zegt alles over het imago dat het (amateur)voetbal heeft. Spelers kopiëren het (wan)gedrag van de sterren uit de Champions League, ook al worden rondom de Europese wedstrijden spotjes uitgezonden, waarin beroemde voetballers vragen om ’respect’ en zeggen: ’Say no to racism’.

Peffer: „Je moet inderdaad oppassen dat ’respect’ geen hol begrip wordt. Het wordt te pas en te onpas gebruikt en zelf word ik er ook wel eens cynisch van. Dat neemt niet weg dat we als besturen van voetbalverenigingen moeten blijven proberen om te zorgen voor een betere sfeer op de velden. Je kunt niet je schouders ophalen en zeggen: ach, het is toch zinloos. Op 24 september is de actiedag, maar het werk begint daarna pas echt. Je moet het als club ook blijven volhouden, erop blijven hameren en ook handelen. Door het convenant kunnen we alle wedstrijden beter monitoren. Wanneer een SDO’er zich misdraagt bij BFC wordt dat gerapporteerd. Wij kunnen op onze beurt dan weer maatregelen nemen. In dat opzicht kan de samenwerking helpen.”

Bij SDO en verschillende andere clubs zullen voortaan vrijwilligers in hesjes, beschikbaar gesteld door de KNVB, rondlopen om de ’orde te bewaken’. „Ze kunnen mensen aanspreken op hun gedrag, bemiddelen bij misschien wat hoog oplopende discussies. Ja, natuurlijk, dat vraagt weer meer inzet van vrijwilligers, en dat zal bij de ene club makkelijker gaan dan bij de andere. Belangrijkste is dat we het volhouden en het niet na een paar weken alweer laten lopen. Het kader moet erin geloven, anders ben je al kansloos.”

Nieuwe leden zullen, als het concept-inschrijvingsformulier is ingevoerd, ook duidelijk moeten tekenen voor de normen en de waarden die hun club wil vertegenwoordigen. „We wijzen er op die manier op waar, in ons geval, SDO voor staat en wat onze huisregels zijn. Dat gebeurt natuurlijk al wel, maar het kan op deze manier indringender.”

Bij ’s-Graveland is al na de dood van grensrechter Richard Nieuwenhuizen in Almere (2012) een aparte sportiviteitscommissie opgericht. Die commissie functioneert nu al een paar jaar en hield bijvoorbeeld ook een presentatie voor de regionale clubs die nu het convenant hebben ontworpen. ’s-Graveland-voorzitter Koen Janmaat zegt: „Er was na dat drama in Almere een hoop ophef, clubs voetbalden niet, maar konden in de kantines met hun leden in gesprek. Wij waren bang dat iedereen daarna weer heen zou gaan en dat alles een paar weken later onveranderd zou doorgaan. Onder leiding van Chantal de Brouwer en Ben Steenvoorden is toen de commissie sportief gedrag ontstaan.”

In de praktijk werkt het, zegt Janmaat. „We hebben gastheren, die langs de velden lopen, die de coaches en leiders van de tegenstanders ontvangen, die aanspreekbaar zijn als iemand een incident wil melden. Samen met de contactpersoon van de tegenstander kun je dergelijke zaken dan gaan bespreken. We hebben een aantal basisregels opgesteld, de basis-11. We willen dat iedereen zich daaraan houdt. Alleen een bord of poster ophangen is niet genoeg, je moet er bovenop zitten.”

Meer nieuws uit Sport Regionaal